Duur quinoa kan arm Bolivia redden

Het indianengraan quinoa moet de armste regio van het armste land van Zuid-Amerika voorspoed brengen.

ALLART HOEKZEMA

De Altiplano rond de stad Oruro, in het zuidwesten van Bolivia, is even indrukwekkend als onherbergzaam. Het zeer mensonvriendelijke klimaat, op bijna 4.000 meter hoogte, creëert de ideale habitat voor quinoa. Met de productie van dit dure en voedzame gewas wil de regering van Evo Morales de hoogvlakte uit de armoede verlossen.

Quinoaboer David Villca loopt 's ochtends vroeg tussen de voren, waarin hij 'chisya mama' (moedergraan in de indianentaal Quechua) heeft gezaaid, op de flank van een berg die hij liefkozend De Hagedis noemt. De droge, dorstige aarde is bedekt met zoutkristallen, afkomstig van de immense salpetervlakte van Uyuni. Villca ademt tevreden de gure Andeslucht in en uit. 'Dit gewas heeft koude dagen en nog koudere nachten nodig', zegt hij.

Een paar maanden geleden heeft Villca zijn ossen, die jarenlang de ploeg voorttrokken, ingeruild voor een tractor en ander mechanisch gereedschap. Maar het oogsten doet hij nog altijd met de hand. 'In april en mei kleuren de quinoaplanten dit landschap rood, geel en groen, zoals de vlag van Bolivia', zegt hij met fonkelende ogen. In het dal loopt een vijftigtal lama's en alpaca's, die hij fokt voor de wol en het vlees. 'Hun uitwerpselen geven de beste mest ter wereld', aldus Villca.

Elke zaterdag wordt in het centrum van de 250 duizend inwoners tellende stad Oruro een grote markt gehouden waar de prijzen van het 'gouden graan van de Inca's' worden vastgesteld. Het wemelt er van de producenten, groothandelaren en exporteurs. In de kraam van Doña Mery, een mooie, bronskleurige Aymara-vrouw, kost een 'quintal' (46 kilo) quinoa bijna 1.200 bolivianos (170 dollar). 'We hebben hier niet veel dingen van waarde', verzucht ze, terwijl ze de U-vormige graanzaden door haar vingers zeeft. 'Maar gelukkig hebben de goden ons één schat nagelaten.'

Van oudsher was de economie van Oruro gebaseerd op zilver-, tin- en wolframmijnen. Maar de metalen zijn zo langzamerhand op. Samen met het carnaval, beroemd om zijn 'duivelsdansen' die jaarlijks honderdduizenden toeristen trekken, moet quinoa voor nieuwe voorspoed zorgen in de armste regio van het armste land van Zuid-Amerika.

De 'moeder der granen' stilt al vijfduizend jaar de honger van de inheemse volken van de Altiplano. Sinds ruim een decennium geniet quinoa een groeiende populariteit in Europa, de Verenigde Staten en Japan vanwege zijn uitzonderlijke voedingswaarde. Eigenlijk is quinoa geen graangewas, maar een aan spinazie en suikerbiet verwante variant uit een familie wilde planten. Het bevat tien voor de mens essentiële aminozuren, zit vol mineralen en heeft een hoog proteïnegehalte. De FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, zegt dat het zo voedzaam is dat het moedermelk kan vervangen. 'Op de markten in de rijke landen kost een ton quinoa tussen de 2.500 en 3.000 dollar', zegt Doña Mery met een gelaat vol ongeloof. In haar kraam verkoopt ze van alles op basis van het supergewas: van soep en stoofschotels tot salade en pudding.

'Quinoa is de hoop van de Altiplano', verklaarde Bolivia's linkse president Evo Morales eind december tijdens een bezoek aan Venezuela. 'Voorheen wilden mensen het niet eten, omdat het werd beschouwd als pover indianenvoedsel. Maar nu heeft iedereen op aarde begrepen dat ons inheemse eten beter is dan wat elders wordt gegeten.' Morales' regering heeft een plan opgezet om de productie en commercialisering te stimuleren.

Deskundigen in Bolivia denken dat quinoa de verarmde hoogvlakte kan transformeren, zoals soja de motor is geworden van de economische ontwikkeling van de rijke provincie Santa Cruz, in het oosten van het land. De prijzen die op Europese en Amerikaanse markten worden betaald voor het Incagraan zijn vijf keer zo hoog als die van soja. 'Wij willen de quinoateelt duurzaam ontwikkelen', zegt de Boliviaanse onderminister van Landbouw Víctor Hugo Vásquez vanuit La Paz. 'In Santa Cruz is een miljoen hectare sojagrond in handen van een paar grote landbouwondernemers. Dat willen we in de hoogvlakte voorkomen.' Volgens Vásquez kan de quinoacultivering de spil worden van een 'nieuw, gedekoloniseerd' landelijk beleid met respect voor de natuur en de inheemse waarden. De regering heeft in en rond Oruro al installaties gebouwd voor de opslag en selectie van quinoa.

Maar de kleine boeren van de Altiplano zijn wantrouwig. 'Wij zien de regering als een oneerlijke concurrent', zegt Brígido Martínez, voorzitter van de nationale vereniging van quinoaproducenten Anapqui. 'Steun is in theorie prima. We zouden graag worden geholpen met irrigatiesystemen en met onderzoek om de kwaliteit van het zaad en het rendement van de grond te kunnen verbeteren. Maar de regering zet eigen boerderijen en loodsen voor de productie en verkoop op.'

Quinoaboer Villca zegt op zijn perceel van 10 hectare geen last te hebben van politieke bemoeizucht. 'Ze laten me met rust en met mij gaat het elk jaar beter', zegt hij. 'De oogst neemt toe. Bovendien staat iedere dag voedsel op tafel waarmee we honderd jaar oud worden.'

undefined

Meer over