Dushi músika

Fotoboek Músika Curaçao legt de heimwee vast van artiesten met wortels in muziekeiland Curaçao, waar vandaag Willem-Alexander en Máxima op bezoek zijn.

De eerste keer dat de in Alkmaar geboren en in Nederland opgegroeide soulzangeres Giovanca (36) voet zette op Curaçao, het eiland van haar roots, moest ze huilen. Alles viel op zijn plaats: de geuren en klanken die ze kende uit haar ouderlijk huis, rook en hoorde je op het eiland overal. 'Ik stond aan de bron, kwam thuis op een eiland waar ik nooit was geweest', zegt ze.

Overdraagbare heimwee noemt ze het, ze bezong het verschijnsel in het lied I Remember en je zou kunnen zeggen dat dat type heimwee het thema is van Músika Curaçao, een fotoboek als een documentaire van fotografe Sinaya Wolfert. Journaliste Jeannette van Ditzhuijzen schreef er informatieve portretten bij van muzikanten, genres, podia en instrumenten: het gaat over de Curaçaose muziek in de volle breedte, maar haast onvermijdelijk gaat het ook steeds over Nederland.

Giovanca werd in Alkmaar geboren en is op Curaçao slechts 'op bezoek'. Rapper Fresku (Gino Pietermaai) werd in Eindhoven geboren, woonde als kind zeven jaar op het eiland van zijn vader, maar opereert nu weer vanuit Brabant. Izaline Calister, grande dame van de Curaçaose jazz, werd op het eiland geboren en treedt er ook veel op, maar woont al haar hele volwassen leven in Groningen.

Zelfs in het leven van een man als de op Curaçao legendarische Doble-R (echte naam: Rignald Recordino), die zijn hele leven eilandbewoner bleef, drong Nederland binnen, toen in 1982 zijn Curaçaose feestnummer Zullen we maar weer ('een potje dansen?') een exotische carnavalskraker werd. Een avond ter ere van zijn muziek in het Amsterdamse Concertgebouw deed hem in 2010 tot een comeback besluiten.

Zo zijn veel van de artiesten die in Músika Curaçao aan bod komen artiesten op de lijn Schiphol-Willemstad. Ook voor Golden Earring-zanger Barry Hay is die route woon-werkverkeer: hij schreef het voorwoord in zijn hoedanigheid van import-Curaçaoënaar. Van alle artiesten in het boek is hij vrijwel de enige wiens muzikale hart in Europa klopt en niet op dushi Kòrsou.

Wolfert en auteur Jeannette van Ditzhuijzen maken dat 'muzikale hart' mooi inzichtelijk in een slim gekozen volgorde die zowel een overzichtelijke indeling in genres is als een chronologie: van de door slaven geïmporteerde Afrikaanse klanken die zouden uitgroeien tot typisch Curaçaose, percussieve genres als tumba en tambú, tot moderne soul en hiphop (Chris Strick, D.A.N.D.O., Fresku).

De opzwepende ritmiek van de tambú is van alle tijden en alomtegenwoordig, leren we, tot in de hedendaagse jazz van Izaline Calister en pop van Giovanca aan toe. Het werk van jonge percussionisten als Vernon Chatlein en Roël Calister (jongere broer van zangeres Izaline) is er nog altijd van doortrokken. De hele historie en cultuur van Curaçao liggen in het genre verborgen: de songs kunnen protestsongs zijn, commentaren op actuele zaken, maar ook smartlappen of gewoon carnavalsstampers met schuine teksten. Het is de blues van Curaçao, de levensader van de muziektraditie.

Nederland, ach ja, Nederland. Veel Curaçaose muzikanten hebben het land nodig als werkterrein, want het eiland met het inwonertal van de stad Haarlem is maar klein. Wolfert en Van Ditzhuijzen onderstrepen het door ook in kaart te brengen wat Nederlandse podia als het Concertgebouw en het Bimhuis zoal aan Curaçaose muziek doen.

Maar toch: vergelijk die foto's van het strakke Bimhuis, tegen een achtergrond van waterkoude Hollandse hemel eens met de foto van het tambúfeest bij landhuis Bloemhof. Een trom, een hebu (soort idiofoon), luidsprekers op palen en een nacht die nooit afkoelt. Dan begrijp je wel waarom de muzikant naar Amsterdam kan vliegen, maar zijn hart altijd achterblijft.

Sinaya Wolfert (foto's) en Jeannette van Ditzhuijzen (tekst): Músika Curaçao. 216 pagina's, 38 euro. sinayawolfert.nl

Tambú en tutu

'Mijn leven, ook als muzikant, speelt zich hoofdzakelijk af in Nederland, mijn laatste bezoek aan Curaçao was drie jaar geleden, maar ik mis het eiland eigenlijk voortdurend. De mensen grijpen er elke kans aan om te dansen en vinden ook dat iedereen kán dansen: daar hoef je geen les voor te nemen. Die houding spreekt uit hun ogen. Als ik aan Curaçao denk, denk ik aan die blik, die twinkeling en ook aan dans, muziek en eten. Als ik nu naar Curaçao kon vliegen, zou ik meteen naar de Arco Isis-supermarkt gaan om verse tutu te kopen of bakkeljauw. Uiteindelijk wil ik weer op Curaçao gaan wonen.'

Vernon Chatlein

(1984), geboren op Curaçao, woonachtig in Amsterdam. Percussionist in Vernon Chatlein's Elements, Symbiosos (met Randal Corsen), Kuenta i Tambú en het Malando Orkest.

'Curaçao is maar een een klein eiland en de muziekscene is dus ook klein, maar het voordeel daarvan is dat je elkaar heel snel hebt gevonden. Op het eiland of in Nederland: Curaçaose muzikanten helpen elkaar. We vinden elkaar al snel in die traditionele ritmiek van bijvoorbeeld de tambú, die ook het fundament is onder mijn variant van jazz. Nederlanders denken bij Curaçao vaak aan salsa. En ze mopperen snel over te harde muziek. Dat is een verschil met Curaçao: daar is overal muziek, het is er nooit stil en niemand vindt dat erg.'

Izaline Calister

(1969), geboren op Curaçao, woonachtig in Groningen. Zingt jazz met Curaçaose ritmiek en Papiamentse teksten.

'Ik ben in Nederland geboren, maar Curaçao wordt in mijn muziek steeds belangrijker. Op mijn eerste plaat stond alleen één liedje over Curaçao, op de tweede zong ik voor het eerst een klein stukje Papiaments. Op mijn nieuwe plaat is Curaçao overal: Curaçaose percussie van begin tot eind. Ik ben enorm trots op mijn Curaçaose roots en het feit dat ik tot de Curaçaose scene hoor. Als ik muzikanten van Curaçao of de andere eilanden zie of hoor, Izaline Calister of Tania Kross, dan ben ik echt trots op ze.'

Giovanca Ostiana

(1977), geboren in Alkmaar, woonachtig in Amsterdam. Zingt, als Giovanca, jazzy soul met Engelstalige teksten.

undefined

Meer over