NieuwsChemieconcern

DuPont niet vervolgd voor miskramen en doodgeboren baby’s van Dordtse arbeiders

Chemiebedrijf DuPont ontloopt strafrechtelijke vervolging voor de vermeende vergiftiging van tientallen arbeiders van zijn Dordtse lycrafabriek. Zeker 44 vrouwelijke werknemers denken miskramen, doodgeboren kinderen en andere problemen te hebben overgehouden aan de blootstelling aan het oplosmiddel DMAc. Maar het Openbaar Ministerie heeft niet kunnen bewijzen dat er sprake was van te hoge DMAc-concentraties in de fabriek, heeft het OM de Volkskrant laten weten.

Chemiebedrijf Chemours, een afsplitsing van chemieconcern DuPont.  Beeld ANP
Chemiebedrijf Chemours, een afsplitsing van chemieconcern DuPont.Beeld ANP

Tussen 1964 en 2004 fabriceerde DuPont in Dordrecht lycragaren, die daarna verwerkt tot kousen en panty’s in de winkelschappen belandden. Daarbij stelde DuPont werknemers bloot aan het oplosmiddel dimethylaceetamide (DMAc), ook al was in 1962 al uit dierproeven gebleken dat DMAc schadelijk was voor het ongeboren kind, een bevinding die vanaf eind jaren zeventig door tal van wetenschappelijke studies werd gestaafd en ook bekend was bij DuPont.

‘Een van de ergste dingen die ik in mijn carrière ben tegengekomen’, zegt hoogleraar milieuchemie en toxicologie Jacob de Boer (Vrije Universiteit) over het leed van tientallen vrouwelijke werknemers van de lycrafabriek: miskramen, doodgeboortes, gehandicapte kinderen, gescheurde baarmoeders, onvruchtbaarheid. Op een bedrijfsvideo uit 1986 is te zien hoe vrouwen in de snikhete fabriekshal hun blote armen in de spoelen met lycradraden steken, zonder handschoenen, mondkapjes of andere bescherming. Dit terwijl toen al bekend was dat DMAc voor 40 procent via de huid werd opgenomen, en voor 60 procent via inademing. ‘Hoe is het mogelijk dat dit in Nederland gebeurde, ik heb zelden zoiets gezien’, zegt De Boer. DuPont zelf houdt vol dat het zijn werknemers altijd goed heeft beschermd tegen de gevaarlijke stoffen in de fabriek.

Causaal verband

Dat er een causaal verband is tussen de gezondheidsproblemen van de vrouwen en de blootstelling aan DMAc lijdt geen twijfel, zegt De Boer na bestudering van de medische dossiers van 57 slachtoffers, waarvan er 44 duidelijke klachten hadden. Desondanks viel ‘het bewijs dat er te hoge DMAc-concentraties in de fabriek waren niet meer te achterhalen’, laat een OM-woordvoerder weten.

Dit ligt vermoedelijk aan het ontbreken van harde bewijzen die de exacte mate van blootstelling kunnen aantonen, bijvoorbeeld in de vorm van uitslagen van urinetesten en luchtmetingen, denkt FNV-advocaat Daphne van Doorn. Voor de civiele zaak die de vakbond namens vijftien slachtoffers tegen DuPont voert is het ontbreken van deze gegevens niet onoverkomelijk, maar in het strafrecht geldt een andere bewijslast, zegt Van Doorn.

‘Het heeft me altijd verbaasd’, zegt de advocaat, ‘dat Dupont werkelijk alles heeft bewaard uit de medische dossiers van haar werknemers – longmetingen, bloeduitslagen, de handgeschreven aanstellingskeuringen door de bedrijfsarts – behalve de uitslagen van urinetesten. Terwijl die urinewaarden nu juist duidelijkheid zouden kunnen geven over hoe erg werknemers zijn blootgesteld aan DMAc.’

DuPont beweert dat de urinetesten alleen bewaard werden als de uitslag niet in orde was. Van Doorn zet daar vraagtekens bij. ‘Datzelfde principe hanteerden ze niet bij longmetingen, waarvan ze de uitslagen wel hebben bewaard.’ DuPont zegt geen antwoord te kunnen geven op vragen van de Volkskrant zolang de rechtszaak van FNV nog loopt.

Strafrechtelijk onderzoek

Het Openbaar Ministerie doet nog wel strafrechtelijk onderzoek naar DuPont wegens de uitstoot van het mogelijk kankerverwekkende perfluoroctaanzuur (PFOA). Dat gebeurde tussen 1967 en 2012 in DuPonts Dordtse teflonfabriek, waar het bedrijf het inmiddels verboden verspreidingsmiddel gebruikte bij de productie van het in regenjassen, tapijten en antiaanbaklagen verwerkte teflon. Vier jaar geleden constateerde het RIVM dat honderden omwonenden van de fabriek nog altijd gevaarlijk hoge PFOA-concentraties in hun bloed hadden, ook al stootten de fabrieksschoorstenen het zuur toen al vijf jaar niet meer uit.

Chemours, dat zich in 2015 van DuPont afsplitste, zegt PFOA in zijn Dordtse teflonfabriek te hebben vervangen door GenX, dat veiliger zou zijn omdat ‘het zich niet opbouwt in het lichaam, terwijl PFOA dat wel doet’, laat een Chemours-woordvoerder weten. Onzin, zeiden toxicologen vijf jaar geleden al in de Volkskrant: de structuur van het ‘broertje’ van PFOA is vrijwel identiek, inclusief de gezondheidseffecten bij proeven op muizen en ratten: kanker, leverschade, nierziekten en vruchtbaarheidsproblemen.

Met de geschiedenis van PFOA en Genx in het achterhoofd pleit het Nederlandse kabinet inmiddels voor een Europees verbod op alle zesduizend pfas-chemicaliën. Dit totaalverbod moet voorkomen dat chemiereuzen bij een verbod op de ene stof simpelweg één atoompje veranderen en zo een eveneens schadelijk alternatief kunnen lanceren, waarna internationale overlegorganen dan weer jaren moeten vergaderen om ook het alternatief te verbieden.

Meer over