Dunne koolsoep

Toen Kuo in 1965 bij Checkpoint Charlie werd gearresteerd, zat er een Oost-Duitse automonteur in zijn kofferbak. En dat was niet de eerste....

Door Arnold Koper

Jarenlang zaten Hubertus Beugel en Xing-hu Kuo vast in de beruchte Stasi-gevangenis Bautzen. Ze werden gestraft omdat ze DDR-burgers hielpen naar het Westen te vluchten. Na dertig jaar zagen de celgenoten elkaar terug in Monnickendam: 'Ze wilden me murw maken, langzaam vermoorden.'

Het is welbeschouwd een wonder dat ze elkaar hebben teruggevonden. Dertig jaar geleden zagen ze elkaar voor het laatst. Xing-hu Kuo bezocht Hubertus Beugel toen in Amsterdam. De 'kleine Chinees', zoals Beugel zijn voormalige celmaat placht te noemen, was toen net vrijgekocht uit Bautzen, de beruchte Stasigevangenis bij Dresden, waar het DDR-regime zijn politieke tegenstanders en buitenlandse gevangenen onderbracht. Beugel was toen al weer een tijdje op vrije voeten, maar door zijn jaren in Bautzen fysiek en psychisch gebroken.

'Veel voormalige gevangenen sterven jong', vertelt Kuo (65). 'Het eten in Bautzen was slecht', vult Beugel (65) aan. Aan het zware zure brood hield hij een maagkwaal over. En hij gruwt nog altijd bij de gedachte aan die 'stinkende dunne koolsoep' die bij gelegenheid met maden was verrijkt.

Maar nu zitten ze hier toch weer samen aan tafel in Monnickendam. In de huiskamer van Thea en Friso de Zeeuw, die de afgelopen jaren in hun garage een klein DDR-museum hebben opgebouwd. Xing-hu Kuo kwam daar voor het eerst op 30 maart van dit jaar en zag tot zijn stomme verbazing in een vitrine een paar brieven die hij in jaren zeventig aan Beugel had geschreven. Het museum had die van zijn voormalige celmaat gekregen en dankzij gastvrouw Thea werd het contact hersteld.

'Begin 1968', vertelt Beugel, 'werd ik in Amsterdam benaderd door een zekere Horst David die me een betrekking beloofde als kok in West-Berlijn.' Dat leek hem wel wat. Maar eenmaal in Berlijn vroeg David hem eerst om medewerking aan een ander klusje: of hij, in ruil voor duizend D-mark, zijn paspoort ergens in Oost-Berlijn wilde achterlaten voor een arts die naar het Westen wilde vluchten.

Gevaarlijk was dat niet, vertelde David hem. Bij de ambassade kon hij zo weer nieuwe papieren krijgen. Beugel stonk erin, vertrok naar de Mitropagaststätte aan de Alexanderplatz, hing zijn jas met paspoort aan de kapstok, dronk een kopje Ersatz-koffie en ging met een andere jas de deur weer uit. Op weg, dacht hij zelf, naar de Nederlandse ambassade.

Maar die kon hij niet vinden. Geen wonder, het was volop Koude Oorlog: Nederland had de DDR toen nog niet eens erkend. Beugel sliep een nacht in een portiek en meldde zich de volgende dag ten einde raad bij de Ausländerhilfestelle van de Volkspolizei. Daar werd hij onder schot genomen, gearresteerd en een paar maanden later aan een rechter voorgeleid. 34 Maanden cel, wegens hulp bij 'Republiekvlucht' luidde de eis en ten slotte ook het vonnis, in een proces dat hij met zijn gebrekkige Duits nauwelijks kon verstaan. En zo kwam hij in Bautzen terecht, belandde er in een zware depressie en probeerde de hand aan zichzelf te slaan.

Dat ging zelfs de Stasi te ver. 'Niet uit medemenselijkheid', zegt Kuo, 'maar omdat Bert behalve gevangene ook handelswaar was.' Want zo zat de eerste 'humane en democratische staat op Duitse bodem', zoals het DDR-bewind zichzelf betitelde, nu eenmaal in elkaar. Op Oost-Duitsers die na de bouw van de Muur naar West-Berlijn probeerden te vluchten, werd zonder pardon geschoten. En wie hen behulpzaam was, kwam onverbiddelijk in het gevang. 'Maar als ze hun straf voor het grootste deel hadden uitgezeten, werden ze voor harde D-marken verkocht aan West-Berlijn.'

Bert moest dus koste wat het kost in leven blijven en kreeg daarom van de Stasi een celkameraad, die hem moest opbeuren. Dat werd Kuo, die dankzij zijn hbs-opleiding in Batavia goed Nederlands sprak.

Ondanks hun verschillende biografieën klikte het. Kuo hielp Beugel het Duits onder de knie te krijgen en omgekeerd verrijkte Beugel Kuo's woordenschat met begrippen ('pooier', 'hoerenkast', 'godskolere') die hem op de hbs in Batavia niet waren onderwezen.

Ook Kuo zat wegens mensensmokkel in Bautzen. Toen hij op 31 januari 1965 bij Checkpoint Charlie werd gearresteerd, zat er een Oostduitse automonteur in zijn kofferbak. En dat was niet de eerste. In de voorgaande jaren had de Chinees nog 24 andere bevriende Oostduitsers naar West-Berlijn gebracht.

'Nee', zegt Kuo. 'Ik ben er geen cent beter van geworden.' En dat kon hij bewijzen. Nadat Kuo in 1972 door de West-Duitse autoriteiten voor 50 duizend mark was vrijgekocht, vroeg hij in Berlijn een uitkering aan voor de jaren die hij als vluchtelingenhelper in Bautzen had doorgebracht.

Volgens de toenmalige regels werden zulke uitkeringen alleen aan Duitsers verstrekt. Voor Kuo werd echter een uitzondering gemaakt, nadat degenen die hij had geholpen onder ede verklaarden dat hij nooit om geld had gevraagd.

Kuo's verblijf in Bautzen was buitengewoon zwaar. Anders dan Beugel en andere westerse gevangenen werd hij door de DDR-autoriteiten aanvankelijk niet als handelswaar beschouwd. De Stasi, zo blijkt uit het dossier dat hem na de val van de Muur werd overhandigd, beschouwde hem als een 'uiterst gevaarlijke politieke tegenstander' en handelde ernaar: van de zeven jaar en zes maanden waartoe hij werd veroordeeld, bracht hij het grootste deel door in Einzelhaft. Zelfs de gevangenbewaarders mochten niet met hem spreken. En hoewel hij wegens zijn suikerziekte dagelijks een insuline-injectie nodig had, kreeg hij jarenlang geen medicijnen.

Kuo: 'Ze wilden me murw maken, me langzaam vermoorden.' Maar hij overleefde het. Niet in de laatste plaats omdat hij met hulp van een medegevangene een op sigarettenvloeitjes geschreven briefje naar het Westen wist te smokkelen. Daar werd zijn verhaal opgepikt door het Duitse dagblad Die Welt en later door Amnesty International in Zweden.

Het levensverhaal van Kuo leest als voetnoot in de geschiedenis van het na-oorlogse Europa. Geboren en opgeleid in Batavia ging hij in 1957 'marxistisch-leninistische journalistiek' studeren aan de universiteit van Leipzig. Daar moest hij de vaardigheden verwerven om zijn vader, een rijke perstycoon met maoïstische sympathieën, op te volgen als uitgever en hoofdredacteur van Sin Po, de belangrijkste Chinese krant van Indonesië. Het liep allemaal anders. Kuo: 'Tijdens mijn studie heb ik weleens een grapje gemaakt over het grauwe leven in de Arbeiders- en Boerenstaat. Dat werd door een verklikker aan de Stasi doorverteld en die wilde me terugsturen naar Indonesië.'

Maar daar waren eind jaren vijftig de anti-Chinese pogroms aan de orde van de dag. Kuo's vader raadde hem daarom aan een paspoort aan te vragen bij de Chinese ambassade in Oost-Berlijn. 'Dat kreeg ik direct, omdat mijn vader in Peking als een goede patriot werd beschouwd.'

Dankzij zijn nieuwe papieren kon de Stasi hem weinig maken. China was nu eenmaal een bevriende communistische natie en Kuo kreeg na zijn afstuderen een baantje als docent Indonesisch aan de universiteit. Maar niet voor lang. Eind jaren vijftig begon zich een breuk af te tekenen tussen China en de Sovjet-Unie. En dat conflict, waarin de DDR partij koos voor Moskou, nam steeds heftiger vormen aan.

Kuo: 'In 1963 kreeg de Chinese ambassade in Berlijn vanuit Peking de opdracht alle DDR-burgers die voor de ambassade werkten te ontslaan. De Chinezen vreesden niet ten onrechte dat die voor de Stasi werkten.'

W

egens zijn uitstekende Duits werd Kuo toen op de ambassade als vertaler aangesteld. Een paar jaar lang vertaalde hij daar anti-Russisch propagandamateriaal uit het Chinees, dat hij soms ook onder zijn kennissen in de DDR verspreidde. De Stasi, die hem vrijwel permanent en ook zichtbaar volgde, moet dat in de gaten hebben gehad, maar Kuo vertrouwde er op dat zijn Chinese paspoort hem voldoende bescherming bood.

Na zijn arrestatie speelde het vertaalwerk hem parten. De Stasi zette hem tijdens wekenlange verhoren onder druk om te erkennen dat hij niet alleen voor de Chinezen, maar ook voor de CIA en de Bundesnachrichtendienst had gewerkt.

Als hij had bekend, had Moskou daarvan ongetwijfeld gebruikgemaakt om Peking te beschuldigen van samenwerking met het 'Amerikaanse imperialisme' en het 'Duitse revanchisme'. Maar Kuo bleef ontkennen, niet in de laatste plaats omdat hij wist dat spionage met de guillotine kon worden bestraft.

Nadat hij in 1972 voor 50 duizend D-mark was vrijgekocht, verwierf Kuo het (west)Duitse staatsburgerschap, schreef boeken over de Stasi en zijn tijd in Bautzen en werkte jarenlang als politiek journalist voor onder meer Die Welt.

Een paar jaar geleden werd de grond in Duitsland hem te heet onder de voeten. Kuo: 'Na de val van de Muur nam de vreemdelingenhaat toe. En niet alleen in de voormalige DDR.'

Hij was erbij toen in Hoyerswerda een flatgebouw waarin veel buitenlanders woonden in brand werd gestoken. In Berlijn ontsnapte hij maar net aan skinheads die hem voor de metro probeerden te gooien.

De druppel die de emmer deed overlopen, kwam toen hij in 1999 zijn paspoort moest verlengen. Hij woonde sinds 1972 in de Bondsrepubliek, 'maar de ambtenaar met wie ik sprak, vond dat ik eerst maar eens moest bewijzen dat ik het rechtmatig had gekregen'.

Zijn verhaal kwam in de pers en de autoriteiten boden tandenknarsend hun excuses aan. Kuo had het met Duitsland wel gehad en week uit naar Nederland, waar hij dankzij zijn geboortebewijs uit Batavia en zijn goede beheersing van de Nederlandse taal snel genaturaliseerd werd.

'Ik wou', zegt hij nu, 'dat ik dat al veel eerder had gedaan. Het klimaat is hier voor vreemdelingen zoveel beter.' Vanuit Capelle aan den IJssel, waar hij nu woont, houdt Kuo zich nog altijd met de Stasi bezig. Hij maakte zich sterk voor een monument bij Bautzen en ondersteunt voormalige medegevangenen.

Hubertus Beugel, die het nooit breed heeft gehad, wist niet dat de Bondsrepubliek uitkeringen toekent aan buitenlanders die vastzaten wegens het helpen van vluchtelingen. Zijn oude celmaat Kuo heeft intussen een uitkering voor hem aangevraagd.

Meer over