Duitsland wil 'geroofde' kunst terug

Een per ongeluk in Wuppertal belande fax heeft de Duitse kunstwereld op z'n kop gezet. In Frankrijk zouden zich nog 2058 schilderijen bevinden die de Franse bezettingstroepen na 1945 uit een centrale opslagplaats in Koblenz hebben meegenomen....

WILLEM BEUSEKAMP

Van onze correspondent

Willem Beusekamp

WUPPERTAL

De Duitse regering dringt er bij de Duitse musea op aan de zaak niet aan de grote klok te hangen. 'Men is als de dood dat de Duits-Franse vriendschap wordt belast', zegt Sabine Fehlemann, directrice van het Von der Heydt-Museum in Wuppertal. Maanden verzweeg zij de affaire. Gisteren schakelde zij de media in.

Woordvoerder Robert Fohr van de verenigde Franse nationale musea ontkent niet dat er na de oorlog Duitse kunst uit Koblenz is meegenomen. Ook het aantal van 'ongeveer tweeduizend stukken' bevestigt hij. Volgens Fohr gaat het echter om kunst die door Duitse musea tijdens de Duitse bezetting in 1941 in Frankrijk is gekocht, en volgens een verordening van De Gaulle uit 1943 zijn zulke aankopen nog steeds onwettig.

Fehlemann ontkent krachtig. 'De meeste gestolen werken waren reeds voor het begin van de oorlog in ons bezit.' Maar ook als er zich onder de 2058 schilderijen iets bevindt dat tijdens de bezetting normaal op veilingen of van particulieren in Frankrijk is gekocht, dient dat volgens haar aan de Duitse koper te worden teruggegeven. Robert Fohr spreekt over 'een diplomatiek probleem', dat op regeringsniveau moet worden opgelost.

Fehlemann laat de fax zien die zij 2 april vorig jaar op haar bureau vond. De fax was duidelijk niet voor haar bestemd, maar voor een medewerkster van het Louvre. Afzender was een andere medewerkster van het Parijse museum. Op de interne fax wordt een lijst opgesomd van uit nazi-Duitsland afkomstige kunst. Hoe de fax in Wuppertal kon terechtkomen, weet Fehlemann niet. Vermoedelijk is er in Parijs een verkeerd telefoonnummer ingetoetst.

Het Von der Heydt-Museum en het Louvre doen veel zaken met elkaar. 'We hadden altijd goed contact', zegt Fehlemann. Dat werd anders toen zij het Parijse museum consulteerde. Fehlemann voelde zich afgescheept.

De museumdirectrice uit Wuppertal reisde daarop naar Parijs, waar zij in het Louvre verschillende schilderijen herkende die volgens het aanschaffingsboek van haar museum in Wuppertal hadden moeten hangen. In het museum van de stad Troyes ontdekte zij een pentekening van Renoir, eveneens uit Wuppertal. Uit de Franse lijst maakte zij verder op dat een schilderij van August Seidel ('Watermolen') na de oorlog in Nederland is beland. Wie het heeft, is onbekend.

Fehlemann mist ten minste veertien schilderijen en de pentekening van Renoir. Bij de schilderijen gaat het onder meer om de Baigneuse van Renoir, Port de Camaret van Boudin en Arabes ferrant des chevaux van Ingres. De overige kunst, waarop Duitsland naar haar zeggen nu recht zou hebben, was oorspronkelijk in het bezit van de musea van Krefeld, Düsseldorf, Essen, Frankfurt, Salzburg en Wenen. De twee Oostenrijkse steden lagen destijds in Hitlers 'Derde Rijk'.

Na de eerste geallieerde bombardementen gingen veel musea ertoe over hun kunstschatten in veiligheid te brengen. De zeven steden brachten hun kunst naar Ehrenbreitstein, nabij Koblenz aan de Rijn, waar in de heuvels bunkers waren gehakt. Koblenz, in de deelstaat Rijnland-Palts, werd na de oorlog een Franse garnizoensstad.

Sabine Fehlemann schakelde deze zomer de ministeries van Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken in Bonn in. Haar werd verzocht geduld te hebben en haar mond te houden. Toch kwamen er meteen gesprekken op gang tussen Duitse en Franse ambtenaren.

Frankrijk, aldus de Duitse ambassade in Parijs, houdt vast aan de richtlijn van De Gaulle. Duitsland wil van elk werk precies de herkomst uitzoeken en op normale wijze verworven kunst terughebben.

Meer over