Duitsland herkent zijn spiegelbeeld niet

Geen land dat zich de afgelopen maanden zo vaak zichtbaar over zichzelf heeft verbaasd als Duitsland. Deze zomer verwonderde Duitsland zich, geschrokken, over zijn dominante rol bij het oplossen van de Griekenlandcrisis. In de nazomer verbijsterde het land zichzelf, duizelig van geluk, door zijn eigen goedheid, over de 'welkomstcultuur' waarmee het de stroom vluchtelingen tegemoet trad, gesterkt door het gloedvolle 'Wir schaffen das' van Angela Merkel.

Een Duitse agent spreekt de vele vluchtelingen bij de grens met Oostenrijk toe. Beeld afp
Een Duitse agent spreekt de vele vluchtelingen bij de grens met Oostenrijk toe.Beeld afp

Toen de herfst kwam, verbaasde Duitsland zich, ontdaan, over twee grote fraudezaken: het groteske geknoei met de uitstootwaarden bij Volkswagen en de onthulling van Der Spiegel over het mogelijk gekochte WK van 2006 - het zomersprookje. Het moment dat de wereld voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog weer van Duitsland hield!

De recentste, meest moedeloze verbazing betreft weer de vluchtelingencrisis: waarom lukt het ons Duitsers, met al onze goede wil, niet om die onder controle te krijgen?

We zien een land dat zijn eigen spiegelbeeld niet herkent, dat zich steeds, zowel in positieve als in negatieve zin afvraagt: zijn wij dit wel?

Zelfreflectie en zelfkritiek

Duitsland heeft een lange en bekende traditie van zelfreflectie en zelfkritiek. Op 29 mei 1945, drie weken na de ondergang van het Derde Rijk, hield de Duitse schrijver Thomas Mann een rede in de Amerikaanse Congresbibliotheek in Washington, met daarin de volgende observatie over zijn volk: 'De hang naar zelfkritiek, die vaak grenst aan zelfverwensing en zelfhaat, is kern-Duits. Daarom blijft het onbegrijpelijk dat een land met een dergelijke aanleg voor zelfkennis op het idee van wereldheerschappij komt.'

Die traditie kwam weer tot volle bloei in de onzekere decennia die volgden, de jaren van wederopbouw en de zoektocht naar een nieuwe rol in Europa. Dag in dag uit fileerde de kwaliteitspers het denken en handelen van de Duitsers, op het navelstaarderige af, speurend naar fouten, naar tekenen dat het weer zou kunnen misgaan. Dat het oude gevaarlijke Duitsland de kop weer kon opsteken.

Achter de verbazing die we nu zien, gaat voor een deel nog steeds dezelfde angstige zelfkritiek schuil, vooral waar het de vluchtelingenpolitiek betreft. Toen Merkel in september haar politiek van open grenzen aankondigde, werd er niet alleen gejuicht maar ook gewaarschuwd voor een nieuwe Duitse alleingang in de geschiedenis.

(tekst gaat verder onder de foto)

'Vluchtelingen welkom' staat er op een spandoek bij een demonstratie in Dresden. Beeld epa
'Vluchtelingen welkom' staat er op een spandoek bij een demonstratie in Dresden.Beeld epa

'Duitsland isoleert zich!', waarschuwde Wolfram Weimer, een conservatieve columnist in het Handelsblatt.

Op zulke momenten blijkt hoezeer het bescheiden zelfbeeld van het oude West-Duitsland nog wordt gekoesterd. Het beeld van Duitsland als wankelmoedige olifant in een Europese porseleinkast, bang voor zijn eigen macht. Daarom maakte het land zichzelf het liefst zo klein mogelijk en verontschuldigde het zich zo vaak als maar kan voor zijn eigen bestaan.

'Ik ben klein, mijn hart is rein', luiden de eerste regels van een in de jaren vijftig populair Duits kindergebedje. Het werd het levensmotto van de babyboomers die zichzelf en hun land na de oorlog een nieuwe positie in Europa probeerden te verwerven op de brokstukken van hun eigen geschiedenis.

(tekst gaat verder onder de foto)

Bondskanselier Angela Merkel. Beeld afp
Bondskanselier Angela Merkel.Beeld afp

Arrogant en naïef

In dat Duitsland rustte op elke vorm van nationalisme een kolossaal taboe, dus projecteerden de Duitsers hun overgebleven restjes nationale trots op veilige zaken: hun democratische grondwet, de Duitse industrie, Volkswagen in het bijzonder, en op het nationale elftal. Die Mannschaft, het elftal dat altijd in de laatste minuut 2-1 wist te maken.

Dat verklaart ook waarom het uitstootschandaal en de vermoedelijke omkooppraktijken door de Duitse voetbalbond DFB zo'n grote schok teweegbrengen: Volkswagen en voetbal zijn sinds jaar en dag fundamenten van het Duitse zelfbeeld.

Op de ietwat plompe, maar solide auto's en het 'resultaatvoetbal' van Die Mannschaft projecteren de Duitsers de morele eigenschappen die ze in zichzelf waarderen: geen opsmuk, niet meer beloven dan je kunt waarmaken, maar wel eerlijkheid, degelijkheid en betrouwbaarheid.

Maar die oude vertrouwde kritische onzekerheid is niet het enige gezicht dat Duitsland, geconfronteerd met een serie crises, laat zien. Steeds duidelijker komt ook een ander gezicht naar voren dat arrogant en tegelijkertijd naïef is. Dat gezicht zijn de Duitsers niet meer van zichzelf gewend - dat gezicht vrezen ze.

Het is die naïeve arrogantie die schuilgaat achter de nationale verbazing over schandalen bij Volkswagen en de voetbalbond: Fraude? Bij een Duits bedrijf? Het land krabt zich achter de oren - maar wij waren toch zo betrouwbaar? En onze producten zijn toch zo goed? Wij hebben zoiets toch niet nodig? Onze voetbalbond, de DFB, die is toch niet corrupt? Waar je dan in stilte 'in tegenstelling tot de rest van de wereld' achteraan kunt denken.

Der Spiegel schreef: 'Waarom zouden de Duitsers de enige koikarpers in deze moddersloot zijn? Gevoelig, schuw, allergisch voor elke vertroebeling van moraal en geweten? En als ze dat daadwerkelijk waren geweest, zouden ze het overleefd hebben?'

In deze verbazing, het idee dat Duitsland zich in tegenstelling tot de rest van de wereld altijd aan alle regels houdt, toont het land zich juist allesbehalve reflectief.

'Die beide gezichten, overdreven zelfkritisch enerzijds en het arrogante anderzijds, heeft Duitsland altijd gehad', zegt Jens Jessen, analist en essayist bij Die Zeit, de wekelijkse printversie van het geweten van de links-liberale intelligentsia. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille.

'Het vermoeden van morele superioriteit', zoals Jessen het arrogante gezicht noemt, hangt nauw samen met de slachtofferrol waarin Duitsers zichzelf op Europees vlak altijd hebben geplaatst, behalve in de twaalf jaren onder Hitler.

(tekst gaat verder onder de foto)

Vluchtelingen in Duitsland Beeld epa
Vluchtelingen in DuitslandBeeld epa

Superioriteitsvermoeden

'In de eeuwen dat Duitsers zich op het Europese toneel als onbeholpen, lomp en algeheel ongeschikt zagen, groeide onder dat minderwaardigheidscomplex een moreel superioriteitsvermoeden', schreef hij onlangs in een artikel getiteld Over de Duitse boosaardigheid.

Na de oorlog, in de tijd dat Duitsland alleen trots durfde te zijn op producten, leefde dit superioriteitsvermoeden opnieuw heel sterk. Aan de telefoon licht hij toe: zoals de Duitsers over hun auto's dachten dat ze weliswaar minder sierlijk waren, maar in feite veel beter dan Franse of Italiaanse auto's, dachten ze ook dat zijzelf eerlijker en meer rechtschapen waren dan andere Europeanen, ook al waren ze een stuk slechter gekleed.'

'Als Duitsers ergens van overtuigd zijn, is het wel dat we eerlijk zijn en streng zijn voor onszelf', zegt ook filosoof Gunter Gebauer, die zich bezighoudt met nationale identiteit en werkzaam is aan de Freie Universität van Berlijn. 'Als we een fout maken, zullen we die tot de bodem uitzoeken. Hier moest bondspresident Christian Wulff aftreden omdat hij een paar verdachte leningen had lopen. Noem mij een ander Europees land waar zoiets kan? Als wij iets verkeerd hebben gedaan, zoeken we het tot de bodem uit en ruimen daarna de rommel op. Tenminste, dat willen we zelf graag geloven...'

Kampioen zelfkritiek

Thomas Mann geloofde dat in elk geval wel, blijkt uit het vervolg van hetzelfde citaat uit 1945. 'Alles wat een Fransman, Engelsman of Amerikaan ooit over zijn eigen volk heeft gezegd, kan niet tippen aan de harde woorden die Duitse grootheden als Hölderlin, Goethe en Nietzsche over Duitsland hebben gezegd in het gezicht van hun eigen mensen.'

Oftewel: We zijn kampioen zelfkritiek en dat maakt ons tot moreel goede mensen. Zo bezien is er geen sprake van een zuivere tegenstelling, nee, de beide eigenschappen liggen evengoed in elkaars verlengde: het is juist dat diepgewortelde idee dat Duitsers zo zelfkritisch en dus betrouwbaar zijn, dat hen gevoelig maakt voor zelfoverschatting.

Iets van die naïviteit zien Jens Jessen en Gunter Gebauer beiden terug in Merkels 'Wir schaffen das'. Al zeggen ze het met voorzichtigheid, omdat nog niet te overzien is hoe de vluchtelingencrisis afloopt.

Maar Jessen vreest dat Merkel en met haar de vele Duitsers die in de welkomstcultuur geloven, iets te lichtvaardig denken dat Duitsland deze crisis binnen afzienbare tijd tot een goed einde brengt. 'Ergens is dat een absurde en arrogante gedachte, met het oog op de omvang van het probleem. Maar hij komt wel onmiskenbaar voort uit goede bedoelingen.'

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Frustratie

Die goede bedoelingen blijken snel om te slaan in betweterige frustratie nu het niet goed genoeg opschiet. Toen de EU-landen het eind september niet eens konden worden over een eerlijker verdeling van vluchtelingen, speculeerden Duitse politici over het korten van de EU-subsidies van de landen die niet meewerkten. En Die Zeit schreef dat Oost-Europese landen een politiek van nationaal egoïsme bedreven, terwijl Duitsland, jawel, het stond er echt, optrad als 'morele supermacht.'

Iets van dezelfde toon klonk ook door toen Merkel eerder deze week waarschuwde dat 'het vluchtelingenprobleem niet alleen aan de Duits-Oostenrijkse grens wordt opgelost. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen, anders werkt het systeem niet'.

Volgens Handelsblatt-columnist Wolfram Weimer dringt Duitsland zijn vluchtelingenpolitiek aan Europa op. Landen die het met de Duitse politiek niet eens zijn, zoals Hongarije, Denemarken of Groot-Brittannië, zou Duitsland onderwerpen aan 'de dictatuur van het goede'. 'Dat gewaad van betweterige Gutmensch moet Duitsland snel weer uittrekken', vindt hij.

'Gutmensch' is net als in Nederland sinds de jaren negentig de scheldnaam voor politiek-correct, hoogopgeleid links - het slag mensen dat traditioneel het zelfkritische, intellectuele geweten van Duitsland vormde en bij de minste of geringste aanleiding waarschuwde dat het land weer te machtig of te dominant werd. Door haar vluchtelingenpolitiek geldt Merkel nu, hoewel verder niet links, als het opperhoofd van de Gutmenschen.

De ironie wil dat in de schaapskleren van de Gutmensch de gevreesde dominante Duitser zijn gezicht weer laat zien. De Duitser die zodanig overtuigd is van zijn eerlijkheid en reine geweten, dat het hem belemmert kritisch naar zichzelf te kijken.

Meer over