Nieuws

Duitsland gaat roofkunst uit Afrika teruggeven en voert zo de druk op andere landen op

Als eerste Europees land gaat Duitsland koloniale roofkunst permanent teruggeven. Het gaat om de zogeheten ‘Benin bronzes’, voorwerpen uit het Afrikaanse koninkrijk Benin, in het huidige Nigeria. Het besluit voert de druk op op andere landen, waaronder Nederland, om te volgen.

Het etnografische museum Humboldt Forum in Berlijn bezit ongeveer 440 stukken die afkomstig zijn uit voormalige koloniën en mogelijk worden teruggeven aan het land van herkomst.   Beeld Christoph Soeder/DPA
Het etnografische museum Humboldt Forum in Berlijn bezit ongeveer 440 stukken die afkomstig zijn uit voormalige koloniën en mogelijk worden teruggeven aan het land van herkomst.Beeld Christoph Soeder/DPA

Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken is hierover in gesprek met de Nigeriaanse regering en hoopt deze zomer de overeenkomst rond te hebben. Ook gaat Duitsland helpen bij archeologische opgravingen, het opleiden van conservators en de bouw van een nieuw museum.

Duitsland neemt hiermee het voortouw in de discussie over de (permanente) teruggave van kunststukken uit Europese musea aan het land van herkomst. In Duitsland gaat het om zo’n 1100 museumstukken in 25 musea. Het etnografisch museum in Berlijn bezit het leeuwendeel, zo’n 440 stukken.

De bronsbeelden zijn geroofd tijdens een strafexpeditie van het Britse koloniale leger in 1897 tegen het koninkrijk Benin en de hoofdstad Benin City. Dit soort expedities werden vaak achteraf bekostigd door geroofde kunstvoorwerpen te veilen in Europa. Zo raakte de roofkunst van een enkele expeditie verspreid over Europese musea.

De Duitse voortvarendheid heeft mogelijk gevolgen voor andere Europese landen. Ook Groot-Brittannië en Frankrijk bezitten een grote collectie van geroofde kunst uit Benin. In Nederland bevinden zich eveneens objecten die afkomstig zijn van de expeditie van 1897. Het Museum van Wereldculturen, de fusie van onder andere het Tropenmuseum in Amsterdam en het Museum Volkenkunde in Leiden, telt 139 voorwerpen uit Benin City. Hieronder enkele bronzen hoofden, een bronzen haan en een gegraveerde slagtand van een olifant.

De Beninstukken zijn slechts één druppelig voorbeeld in een zee van koloniale kunst en museumobjecten. Maar het is een pregnant voorbeeld. De voorwerpen uit Benin City vormen namelijk een van de toetsstenen voor de wil van Europese landen om kunst terug te geven. Bij sommige voorwerpen in Europese musea staat de term ‘roofkunst’ nog ter discussie, bijvoorbeeld omdat ze zijn verkregen via handel of als diplomatiek geschenk. Wel was er dikwijls sprake van een scheve machtsverhouding tussen de koloniale macht en de plaats van herkomst. Maar bij de voorwerpen uit Benin City is er geen discussie: deze collecties zijn de definitie van roofkunst.

Het British Museum heeft de grootste collectie Benin Bronzes, daarna volgt het Humboldt Forum. De Benin Bronzes werden oorspronkelijk door de Britten gestolen, en vervolgens doorverkocht aan andere landen.  Beeld Getty
Het British Museum heeft de grootste collectie Benin Bronzes, daarna volgt het Humboldt Forum. De Benin Bronzes werden oorspronkelijk door de Britten gestolen, en vervolgens doorverkocht aan andere landen.Beeld Getty

Strafexpeditie

Na een aanval op Britse soldaten in 1897 ondernam het koloniale leger een strafexpeditie naar Benin City. Recent historisch onderzoek toont aan dat de aanval op de Britse soldaten slechts als voorwendsel werd gebruikt: een oorlog tegen het koninkrijk Benin stond al langer op de agenda van de Britten. De expeditie maakte een einde aan het koninkrijk, het Britse leger slachtte talloze mannen, vrouwen en kinderen af en roofde de stad en de paleizen leeg. Tienduizenden kunstvoorwerpen belandden in Europa.

Restitutie van de Beninstukken is ‘onontkoombaar’ zegt Pieter ter Keurs, hoogleraar collecties, musea en samenleving aan de Universiteit Leiden. ‘Het gaat om stukken die zo overduidelijk via geweld zijn verkregen, dat er geen enkele morele reden is om de stukken in huis te houden.’

Een ander voorbeeld is volgens hem de ‘Lombokschat’, die in de jaren zeventig door Nederland werd teruggegeven aan Indonesië. De schat, die onder andere bestaat uit sieraden en manuscripten, werd buitgemaakt door het Nederlandse koloniale leger bij de ‘pacificatie van Lombok’ in 1894, waarbij de soldaten een bloedbad aanrichtten, de paleizen van de lokale vorst leeghaalden en in brand staken.

Een aantal musea dat stukken uit Benin bezit, zoals het Museum van Wereldculturen, maakt deel uit van de zogeheten Benin Dialogue Group, een verband van Duitse, Nederlandse, Britse en Zweedse en Nigeriaanse musea die in gesprek zijn over de teruggave van kunstvoorwerpen. Dat gaat voornamelijk over roulatie en bruikleen tussen musea.

Stap naar voren

‘Het idee achter deze groep is om één Europees beleid ten aanzien van deze stukken te voeren, zodat niet alle musea individueel moeten beslissen over restitutie’, zegt Ter Keurs. De stap naar voren van de Duitsers voert de druk bij andere musea op, schat hij in. ‘Ik weet niet hoe dit precies gegaan is, maar ik kan me voorstellen dat er enorme druk op de andere musea ontstaat als één museum besluit om op te troepen vooruit te gaan lopen.’

Conservators en activisten die ijveren voor de teruggave van koloniale kunst reageren verheugd. De Britse hoogleraar en conservator Dan Hicks, die het boek The Brutish Museums schreef over de ‘Benin bronzes’, zegt in The Art Newspaper dat de Duitse plannen het begin zijn van een grotere ontwikkeling. ‘De tijd is voorbij dat musea die Afrikaanse verzoeken voor teruggave simpelweg negeren.’ In het Verenigd Koninkrijk zijn de voorwerpen uit Benin al langer onderwerp van discussie.

In Duitsland zorgt het voornemen tot teruggave nog voor enige discussie. In de Süddeutsche Zeitung zei Hartmut Dorgerloh, de directeur van het nieuwe museum Humboldt Forum in Berlijn, dat het na dit besluit ‘niet denkbaar’ is de beelden tentoon te stellen als het museum dit najaar opengaat. Maar via de woordvoering krabbelde het museum snel terug en zei dat het besluit tot ‘teruggave formeel nog niet is genomen’.

De discussie over de restitutie van koloniale kunst kreeg in Duitsland vleugels door een nieuw museum in hoofdstad Berlijn. Daar wordt al enkele jaren het oude paleis van de Pruisische vorsten, de Hohenzollers, herbouwd. In dit nieuwe gebouw komt het Humboldt Forum, een etnografisch museum. Toen bekend werd dat ook de Benin-bronsbeelden daar tentoongesteld zouden worden, stuurde de Nigeriaanse ambassadeur in december opnieuw een officieel verzoek voor restitutie.

Het koloniale verleden speelde decennialang een ondergeschikte rol in het historisch debat in Duitsland. Maar Duitsland was wel degelijk een koloniale macht en een gewelddadige bovendien. Zo voerde het koloniale leger in 1905 een uitroeiingsoorlog tegen de Herero-samenleving in het huidige Namibië, wat veel historici beschrijven als de eerste genocide van de twintigste eeuw.

Restitutie: hoe zit dit in Nederland?

In 2019 vroeg toenmalig minister van Cultuur Ingrid van Engelshoven om een advies over de teruggave van koloniale kunst. Een commissie onder leiding van jurist Lilian Gonçalves-Ho Kang You boog zich over de zaak en bracht in oktober 2020 een advies uit. Conclusie: kunst en historische voorwerpen die door Nederland uit voormalige kolonies zijn geroofd, moeten zonder enige voorwaarden aan die landen worden teruggegeven als daar om wordt gevraagd. De uitvoer van het beleid komt bij een volgend kabinet te liggen. Naar verwachting gaat restitutie veel tijd kosten.

Meer over