Duitsers klampen zich vast aan welvaartsillusie

Wat de politici de Duitsers niet durven vertellen, wordt ze op straat en in de media voorgehouden door topmensen uit het bedrijfsleven: de Duitse verzorgingsstaat moet dringend afslanken om niet verder weg te zakken....

De Duitsers kunnen achteraf niet zeggen dat ze niet zijn gewaarschuwd. 'Durch Deutschland muß ein Ruck gehen!' Op 52 duizend posters door het hele land maant oud-bondspresident Roman Herzog met zijn beroemde uitspraak de burgers tot zelfvertrouwen en activiteit.

Op televisie zijn spotjes te zien: bedrijfsadviseur Roland Berger vertelt waarom de overregulering op de arbeidsmarkt tot werkloosheid leidt. Een biotech-ondernemer betoogt dat het creëren van banen nooit zonder risico gaat en een bekende professor legt uit dat de Duitsers alleen door meer concurrentie in het onderwijs aan de internationale top blijven.

In de kranten stellen advertenties met bekende figuren dat 'werk moet lonen'. Of een artikel somt de zeven thesen op waarmee Duitslands topmanagers de miserabele situatie van het land schilderen.

In de boekhandel kunnen de mensen Meinhard Miegels genadeloze analyse 'Die deformierte Gesellschaft' kopen, waarin hij een alarmerend beeld schetst van de demografische tijdbom en de vastgeroeste verzorgingsstaat. De ondertitel: 'Hoe de Duitsers hun werkelijkheid verdringen'.

Volgens al deze waarschuwers is het hoogste tijd dat Duitsland iets onderneemt om niet nog verder weg te zakken op de internationale ranglijsten. De ijzeren bescherming van de Duitse werknemer houdt de werkloosheid hoog, de overvloed aan bureaucratische regels maakt ondernemen moeilijk. Dat er wel degelijk dynamische krachten zijn blijkt uit de snelle groei van het zwarte circuit.

Als Duitsland niet veel sneller zijn pensioenstelsel aanpast, iets doet aan de miljoenen uitkeringstrekkers en de kosten van de gezondheidszorg omlaag brengt, gaat de verzorgingsstaat failliet. 'De staat heeft te veel sociale taken op zich genomen. Daardoor heeft hij de burgers onder curatele gesteld, de samenleving verzwakt en zichzelf overbelast', concludeert Miegel in zijn boek.

Hoewel het volgens de waarschuwers dus tijd is voor ingrijpende maatregelen, sussen de Duitse politici de kiezers liever in slaap dan ze wakker te schudden - dat zou immers op verkiezingsdag kunnen worden afgestraft.

Bondskanselier Schröder beloofde ooit de beruchte 'Reformstau' aan te pakken maar schrok na enkele stappen terug van een conflict met zijn linkse achterban. Nu de verkiezingen in aantocht zijn, stelt Schröder zijn 'rechtvaardigheid' tegenover de 'sociale kilte' van de CDU/CSU, die volgens hem 'de bijl aan de wortels van de verzorgingsstaat' legt.

Niets is minder waar. Tegenkandidaat Edmund Stoiber slaat een bijna net zo sociale toon aan als Schröder, om de kiezers in het midden niet af te schrikken. Geen van beide kandidaten durft aan te geven waar hij precies in de verworven rechten van de verwende Duitse werknemer wil snijden.

Dus is het aan de particulieren om bittere boodschappen onder het Duitse volk uit te dragen. De campagne met president Herzog is van 'Deutschland packt's an', een intiatief van Duitse media-bedrijven. De zeven thesen komen van 'Initiative für Deutschland', waarin 25 van de belangrijkste Duitse managers zijn verzameld.

De televisiespotjes worden gebracht door 'Chancen für Alle. Die neue soziale Marktwirtschaft', een initiatief van de werkgeversverenigingen onder leiding van oud-Bundesbankpresident Hans Tietmeyer. De waarschuwingen komen dus vooral van de zijde van het kapitaal. Niet voor niets klagen de Duitse vakbonden dat de werkgevers het meningsklimaat beheersen.

Tietmeyer was in de jaren zestig assistent van de legendarische vader van het Wirtschaftswunder, Ludwig Erhard. Hij stelt dat diens 'sociale markteconomie' vrije markt en sociale compensatie betekende, maar ook eigen verantwoordelijkheid. 'Die is, geloof ik, bij ons een beetje verloren gegaan', aldus Tietmeyer.

De Duitsers zijn gewend geraakt aan de betutteling en de luxe van hun verzorgingsstaat. Aan het jarenlange studeren, de vanzelfsprekende uitkeringen en de kuur op kosten van de Krankenkasse. Gezien de dramatische vergrijzing en de stagnerende economie moeten ze van sommige verworven rechten eigenlijk afstand doen.

Maar de mensen geven zich liever over aan een 'welvaartsillusie', stelt Meinhard Miegel in zijn boek. Hij wijst er desgevraagd op dat de Duitsers 'een zwak voor zekerheden' hebben. Hun verzorgingsstaat dateert nog uit de tijd van Bismarck. Steeds meer Duitsers beseffen echter 'dat het zo niet langer kan'. De weerstand 'brokkelt langzaam af', zegt Miegel.

Ook de topmanagers uit het Duitse bedrijfsleven zijn hoopvol. Bij de presentatie van hun zeven thesen haalden ze een recente opiniepeiling van de Duitse banken aan. Bij de vraag 'Is er meer markt en vrije concurentie nodig of meer sociale zekerheid?' koos een nipte meerderheid in maart 2002 voor de markt. Een half jaar daarvoor won de sociale zekerheid het nog met afstand.

'Het is nog niet zover dat iedereen bereid is tot veranderingen, maar er is wel een groeiend begrip dat het noodzakelijk is' zei BASF-baas Jürgen Strube. De politiek moet volgens de managers daarom 'moed tot hervormingen' tonen. Miegel waarschuwt: de verzorgingsstaat zoals hij nu bestaat is sowieso aan zijn einde gekomen. De keus is volgens hem slechts tussen 'evolutie of revolutie'. Als de Duitsers wachten op de 'grote knal', gaat er meer kapot dan nodig is.

Meer over