Duitse roker voelt zich beter mens

Voor de Duitse rokerslobby telt de vraag: hoeveel invloed heeft de overheid? ‘Zelfs in het Derde Rijk gold geen rookverbod.’..

Herbert Rössler is beroofd van zijn illusies over Nederland. En dat doet pijn. ‘Toen ik hoorde dat ook bij jullie een rookverbod in cafés was afgekondigd, dacht ik: dat pikken die Hollanders niet. Nu hoor ik dat caféhouders die de rokers hun vrijheid niet willen ontnemen voor hun menslievendheid, worden beboet.’

Broedend kijkt hij over de rand van zijn glas. ‘Zijn jullie nou helemaal besodemieterd!’, roept hij – zo hard dat de tevreden rokers aan het belendende tafeltje in het Berlijnse café Dio verschrikt omkijken. ‘Weten jullie wel dat zelfs in het Derde Rijk, tot groot verdriet van Adolf Hitler, nooit een rookverbod van kracht is geworden? En weten jullie dat bezoekers van restaurants in de DDR tussen elf uur ’s ochtends en twee uur ’s middags niet mochten roken? Jullie stellen alle dictaturen in de schaduw!’

Rössler – een late vijftiger met sluik grijs haar dat tot aan de schouders reikt – kent z’n klassieken. Zoals het een Duitser betaamt, zegt hij. Want Duitsland, juist Duitsland, is het aan zijn geschiedenis verplicht het rookverbod te saboteren. Als daad van verzet tegen vervelende ambtenaren, opdringerige overheden en de militante antirokerslobby. ‘Die bestaat uit heel enge mensen. Je moet er niet aan denken dat die het voor het zeggen krijgen.’

In Duitsland zijn die ‘enge mensen’ echter in het defensief gedrongen, stelt Rössler tevreden vast. In 2006 kon de federale overheid geen nationaal rookverbod in de horeca uitvaardigen, omdat ze daarmee een inbreuk zou plegen op de competenties van de zestien Duitse deelstaten. ‘Leve het federalisme!’ Vervolgens stelde elke deelstaat zijn eigen antirookwet op – in uiteenlopende gradaties van strengheid. Maar nergens werd ze nageleefd.

In Beieren ontkwamen café-exploitanten op grote schaal aan het strikte regime dat er van kracht had moeten worden door een particuliere rook- of theaterclub in hun etablissement te vestigen. Elders kregen waterpijpcafés, de zogenoemde Shisha’s, een ontheffing van het rookverbod – met als gevolg een explosieve stijging van dit type uitgaansgelegenheid.

Vrijwel overal in Duitsland is de oorspronkelijke wetgeving onherkenbaar geworden door het grote aantal uitzonderingen. Alleen in eetgelegenheden wordt het rookverbod redelijk nageleefd, zij het dat ook hier de wet ontsnappingsmogelijkheden biedt. Zo mag in meerdere deelstaten worden gerookt in restaurants waar het eten ‘buitenshuis’ wordt bereid.

Vrijwel overal ook wordt de wetgeving aan de gegroeide praktijk aangepast. In Berlijn kunnen ongeveer 650 cafés met een vloeroppervlakte van 75 vierkante meter of minder een ontheffing van het rookverbod tegemoet zien, omdat daar niet zoals in de ruimer bemeten kroegen een aparte rookruimte kan worden gecreëerd.

Voor Herbert Rössler en zijn talrijke medestanders is het nieuwe regime echter nog ‘te repressief’. Zij zouden graag zien dat voortaan ook in cafés met een eenvoudige keuken weer mag worden gerookt. De duidelijkheid zou echter het meest zijn gediend bij het herstel van het zelfbeschikkingsrecht van café-eigenaren. Met dit oogmerk probeert de ‘actiegroep voor Genot, Vrijheid en Zelfbeschikking’ een referendum over het rookverbod af te dwingen. Van de 171 duizend bijvalsbetuigingen die hiervoor nodig zijn, zijn er volgens een woordvoerder inmiddels ‘enkele tienduizenden’ binnen.

Voor de rokerslobby – een rijk geschakeerde gelegenheidsalliantie van tabaksfabrikanten, clubs van bedaagde pijp- en sigarenrokers en Kreuzbergse autonomen die overál schijt aan hebben – telt de principiële vraag: waar eindigt de invloedssfeer van de overheid?

De Britse zanger/componist Joe Jackson, die zich twee jaar geleden in Berlijn vestigde, legde onlangs in Der Tagesspiegel uit waarom het voor hem – een matige roker – een ‘catastrofe’ zou zijn als in cafés een rookverbod van kracht zou worden. ‘Ik zou mijn hele levenswijze moeten veranderen. Begrijp me niet verkeerd: ik wil me in geen geval kapot roken, ik wil alleen de keuzevrijheid hebben. Het rookverbod is een symptoom van een bredere ontwikkeling: de levensstijl van de mensen wordt toenemend door de staat en de autoriteiten gecontroleerd.’

Vandaar dat gemotiveerde rokers in Duitsland zo graag naar het naziverleden verwijzen: zo kunnen ze niet alleen hun consumptiepatroon rechtvaardigen, ze kunnen zich er ook een beter mens door voelen.

Meer over