DUITSE PROF LEEFT IN DE WERELD VAN GISTEREN

Voor eeuwig studenten en hoogleraren die zich liever met onderzoek dan met onderwijs vermoeien, is Duitsland het paradijs. Het hoger onderwijs is er tot dusverre verschoond gebleven van rariteiten als temponorm en academisch ondernemerschap....

In juni zag je ze overal in Duitsland rijden: auto's met het trotse opschrift 'Abi 2000'. Abi staat voor Abitur, het Duitse eindexamen. Auto's? Ja, de eindexamen-kandidaten van het Gymnasium, zoals in Duitsland het hele vwo heet, zijn oud genoeg om een auto te hebben: ten minste negentien en vaker twintig jaar. Ze zijn pas op hun zesde of zevende jaar met school begonnen. Op de universiteit loopt het leeftijdsverschil met Nederland nog meer in het oog. Want na school moeten de meeste jongens eerst naar de Bundeswehr of vervullen ze vervangende dienstplicht in bejaardentehuizen. De meisjes gaan naar het buitenland of oriënteren zich, en proberen wat baantjes uit. Iedereen die zich wil inschrijven voor een opleiding met een beperkte opnamecapaciteit, zoals medicijnen of psychologie, moet wachten tot de logge Zentralstelle zur Vergabe von Studienplatzen een beslissing heeft genomen op grond van de eindexamen-cijferlijst.

Als de student dan eindelijk is ingeschreven, hoeft hij nog steeds geen haast te betrachten. In de mensa van de Freie Universität, de grootste universiteit van Berlijn, zitten mensen wier Nederlandse leeftijdsgenoten in de regel al een tijdje werken nog rustig hun braadworst of bio-maaltijd op te eten. Onder hen bevinden zich drie moeders met baby's in een kinderwagen. 'Je kunt in Duitsland studeren tot je geen zin meer hebt', zegt Sebastian, een 28-jarige student Arabistiek.

Zijn de Nederlandse studenten onder invloed van de toenemende studiedruk steeds jonger afgestudeerd, Duitsland lijkt het paradijs voor de klassieke 'eeuwige student'. Duitse studenten betalen geen collegegeld, alleen de inschrijvingskosten van vijftig tot honderd mark per semester. Tussen eind juli en half oktober is het 'semestervakantie'. Studenten met een studiebeurs (het equivalent van ongeveer 700 mark) hoeven - in tegenstelling tot veel van de Nederlandse bursalen - vaak niets terug te betalen. Van de Duitse studenten ontvangt zo'n 70 procent studiefinanciering.

De minderheid die de eigen opleiding bekostigt, kan zich - wederom in afwijking van de Nederlandse praktijk - vaak voor een onbeperkte periode bij een universiteit inschrijven. De officiële studieduur bedraagt, net als bij de meeste Nederlandse opleidingen, weliswaar slechts vier jaar, maar in werkelijkheid studeren de Duitse studenten gemiddeld 6,6 jaar. De afgestudeerde is dan gemiddeld 28,2 jaar oud - twee tot drie jaar ouder dan zijn buitenlandse evenknie.

En de langstudeerder die het zelfs naar Duitse maatstaven te bont maakt, krijgt na verloop van tijd een vermanende brief van de 'oud-studenten-begeleider'. Wie daarop te kennen geeft alsnog ernst te willen maken met zijn opleiding, wordt in beginsel geen strobreed in de weg gelegd. De brief is vooral bedoeld om mensen te weren die alleen ingeschreven staan om gebruik te maken van de vele privileges die de Duitse studenten genieten - zoals een korting op het openbaar vervoer.

Van het Nederlandse puntensysteem hebben de Duitsers nog nooit gehoord. De academische traditie wordt in ere gehouden, wat betekent dat de studenten grotendeels aan hun lot worden overgelaten. Het aantal boeken dat ze moeten lezen voor een tentamen is doorgaans niet precies vastgelegd. 'Ik test het begrip bij mijn studenten, niet het aantal bladzijden dat ze hebben gelezen', zegt Wilfried Nippel, hoogleraar oude geschiedenis aan de andere Berlijnse universiteit, de Humboldt-universiteit. Een Duitse student wordt dan ook in de eerste plaats voorbereid op een wetenschappelijke loopbaan. De promotie is het bijna vanzelfsprekende vervolg op het afstuderen.

Maar het academische paradijs lijkt zijn langste tijd te hebben gehad. De verwende Duitse samenleving voegt zich langzaam, en met enige tegenzin, naar de mores van de moderne economie. Ook de universiteiten moeten eraan geloven, want ze detoneren in toenemende mate met hun zusterinstellingen elders in de wereld. Daarop werden ze dit voorjaar nog eens ten overvloede geattendeerd door de OESO - de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Uit vergelijkend onderzoek had ze kunnen opmaken dat de Duitsers te lang studeren, en dat hun opleiding te weinig is toegespitst op de beroepspraktijk. De Duitse universiteiten zijn niet bij machte om aan de grote vraag naar natuurkundigen, informatici en ingenieurs te voldoen.

Sindsdien geven de media zich over aan zelfkastijding. Duitsland moet zijn hoger onderwijs dringend veranderen, vinden de commentatoren, of het loopt een blijvende achterstand op bij de opbouw van de nieuwe 'kennis-samenleving'. Nu al verruilt veel academisch talent Duitsland voor de Verenigde Staten. 'Internet-firma's vragen niet: wat bén je?, maar: wat kún je?', schreef een van hen ter toelichting van zijn besluit.

Op het tegenwoordig vereiste 'levenslange leren' bereidt de statische Duitse universiteit haar studenten in het geheel niet voor. Het huidige systeem dateert uit een tijd dat alleen de elite studeerde. Maar tegenwoordig studeert gemiddeld 30 procent van de schoolverlaters. Het aantal studenten is gegroeid van 128 duizend in 1950 tot 1,8 miljoen nu.

Ook de Duitse minister van Onderwijs, Bulmahn, sloeg alarm. In Duitsland studeren relatief minder mensen dan in andere ontwikkelde landen, rekende hij voor, maar ze kosten veel meer. Een ingrijpende modernisering van het hoger onderwijs is dus onontkoombaar. Een universitaire opleiding moet korter gaan duren, en moet praktischer en flexibeler worden. Langzaam worden de contouren zichtbaar van een tweefasen-systeem, waarbij de student na twee jaar het bachelor-diploma verwerft, en na vier jaar de master's degree. Het onderwijs moet, net als in Nederland, schoolser en beroepsgerichter worden. Daarnaast zal Duitsland ernst gaan maken met het toezicht op de onderwijskwaliteit, en zal het mes worden gezet in het boventallige personeel.

Dit soort veranderingen kan in Duitsland echter niet zomaar worden doorgevoerd. De deelstaten zijn verantwoordelijk voor het onderwijs, waardoor onderlinge verschillen zullen blijven bestaan. De universiteiten in het oosten van Duitsland hebben de afgelopen tien jaar juist het oude, West-Duitse systeem opgelegd gekregen. Om de universiteiten te zuiveren van marxistische smetten, moesten alle werknemers solliciteren naar hun oude betrekking. Dat heeft tot veel persoonlijke drama's geleid - soms zelf tot zelfmoord. Ook konden West-Duitse wetenschappelijk medewerkers aan Oost-Duitse universiteiten betrekkelijk makkelijk tot hoogleraar worden gepromoveerd. Inmiddels is de meerderheid van de professoren in Oost-Duitsland afkomstig uit het Westen.

In het verzet tegen de hervorming van het wetenschappelijk onderwijs zijn Oost en West echter verenigd. De dreigende teloorgang van de academische vrijheid wordt overal betreurd. Daarbij speelt ook eigenbelang een rol: de academische vrijheid verschaft de hoogleraar status, en stelt hen goeddeels vrij van het onderwijs.

De studenten zelf lopen echter juist op de veranderingen vooruit. De straat waar de mensa van de Freie Universität aan ligt, is nog wel vernoemd naar de legendarische Berlijnse studentenleider Rudi Dutschke, maar de typische Duitse student is veranderd van een linkse wereldverbeteraar in een ambitieuze carrière-maker met een mobiele telefoon en een baantje.

In de hal van de mensa staan snelle types voor een rij computers. Ze pogen de studenten te interesseren voor een banen-website.Internet- en computerbedrijven schuimen de universiteiten af op zoek naar talent. Veel Duitse studenten benutten de ruimte die de opleiding hun biedt om naast hun studie te gaan werken. 'De studenten zijn veel pragmatischer geworden en kijken naar de arbeidsmarkt', stelt docent architectuursociologie aan de Technische Universität Werner Sewing vast. 'Ze zien de studie niet als een doel op zich, zoals wij vroeger, maar als een middel.'

Daarbij is hun leven 'burgerlijker' geworden. Ze hebben een woning, een baan en een auto. 'Het studentenbestaan als zodanig is er niet meer', zegt Sewing. Hij weet niet of hij dat moet betreuren. 'Veel mensen konden al die vrijheid niet aan, en gingen ten onder. Vraag het maar aan de taxi-chauffeurs van Berlijn, daar zit een enorm aantal gesjeesde studenten bij.'

Meer over