‘Duitse ondervragers op Guantánamo’

Een jonge Duitse Turk zegt door Duitsers te zijn ondervraagd en gemarteld wegens vermeend lidmaatschap van Al Qa’ida in het Amerikaanse detentiekamp Guantánamo Bay in Cuba....

Van onze correspondent Sander van Walsum

De in Bremen woonachtige Turk Murat Kurnaz (24) zegt tijdens zijn bijna vijfjarige detentie in Afghanistan en Guantánamo Bay niet alleen door Amerikaanse, maar ook door Duitse veiligheidsagenten te zijn verhoord en gemarteld. De uitspraken, in het weekblad Stern, volgen op een reeks onthullingen over een vergaande samenwerking tussen de veiligheidsdiensten van de Bondsrepubliek en de Verenigde Staten.

Kurnaz, die eind augustus werd vrijgelaten, zegt kort na zijn aanhouding in Pakistan (waar hij islam-onderwijs volgde) op verdenking van lidmaatschap van de terreurbeweging Al Qa’ida naar een Amerikaans detentiecentrum in de Afghaanse stad Kandahar te zijn overgebracht. Hier zou hij door onder anderen twee Duitse soldaten zijn verhoord. Deze zouden hem hoofdletsel hebben toegebracht terwijl hij geboeid op de grond lag. De bij het verhoor aanwezige Amerikanen ‘vonden dit grappig’, zegt Kurnaz.

Ook in Cuba zou de ‘Bremer Taliban’ meerdere keren door Duitsers zijn ondervraagd. De veiligheidsdienst BND stelde uiteindelijk vast dat Kurnaz door zijn ‘uitgesproken naïviteit en onrijpheid’ in de problemen was gekomen. Zijn lidmaatschap van een terroristische beweging kon echter niet worden aangetoond. Hij had, aldus de BND, de pech gehad ‘op het verkeerde moment op de verkeerde plaats’ te zijn geweest. Niettemin heeft, aldus Kurnaz’ advocaten, noch de Turkse, noch de Duitse regering zich voor zijn vrijlating ingespannen.

Pas na het aantreden van Angela Merkel als bondskanselier kwam er enig schot in de zaak. Tegen Kurnaz is nooit een strafklacht ingediend. Daarmee is aldus een regeringswoordvoerder, echter niet gezegd dat zijn uitspraken in Stern geloofwaardig zijn.

De BND heeft eerder erkend door de Amerikaanse zusterorganisatie CIA in de gelegenheid te zijn gesteld om op Guantánamo ongeveer tweehonderd verdachten te verhoren in wie de Duitse justitie belang zou kunnen stellen. Met dit doel verbleef van 21 tot 27 september 2002 een Duitse delegatie op de Amerikaanse legerbasis.

Mogelijk is de Duits-Amerikaanse samenwerking nog veel intensiever en veelomvattender geweest. Vóór de Amerikaanse inval in Irak (in 2003) zou de BND een Iraakse vluchteling hebben verhoord over diens veronderstelde betrokkenheid bij het ontwikkelen van chemische wapens door het regime van Saddam Hussein. Voor de Amerikanen is deze (ondeugdelijk gebleken) informatie mogelijk doorslaggevend geweest bij hun besluit Irak binnen te vallen. Bij de aanval op Bagdad heeft het Amerikaanse leger, aldus de New York Times, gebruik gemaakt van informatie die ter plaatse door twee Duitse agenten was verzameld. Deze hebben hiervoor later een Amerikaanse onderscheiding gekregen.

De vorige Duitse regering wekt de verdenking er ten aanzien van Irak en de bestrijding van het internationaal terrorisme een dubbele agenda op na te hebben gehouden. Enerzijds fulmineerde bondskanselier Gerhard Schröder krachtig tegen het Amerikaans beleid. Om de bilaterale betrekkingen voor verdere averij te behoeden, zou de Duitse regering Washington tezelfdertijd ruimhartig hand- en spandiensten hebben verleend. De Bondsdag doet momenteel onderzoek naar de rijkweidte van de samenwerking.

Meer over