Duitse Napoleon vindt zijn monetaire Waterloo

Bondskanselier Schröder is zijn 'rode schaduw' kwijt. De 'creatieve spanningen' tussen zijn economische inzichten en die van minister van Financiën Oskar Lafontaine zijn ontaard in een definitieve breuk....

OSKAR LAFONTAINE is een man met vele vijanden. Tijdens de verkiezingscampagne van 1990 werd er zelfs een aanslag op zijn leven gepleegd door een vrouw die met twee boeketten bloemen op hem afkwam, om hem vervolgens met een mes in zijn nek te steken. Dat gaf Lafontaine een zware knauw. Het zou een paar jaar duren eer hij weer de oude was.

Vijanden heeft Lafontaine niet alleen in eigen land, maar ook ver daarbuiten. Toen hij 160 dagen geleden tot minister van Financiën werd benoemd, werd hij in de eurofobe Britse pers uitgemaakt voor 'de gevaarlijkste man van Europa'. Een van de populaire bladen noemde hem 'een opgefokt bonentellertje met een zwaar opgeblazen eigendunk'.

Lafontaine is een van de laatste echte Keynesianen in Europa. Met de ondergang van de Duitse minister heeft deze stroming ook een grote klap gekregen. Lafontaine schreef samen met zijn derde vrouw, de econoom Christa Müller, een boek waarin hij zijn denkbeelden verwoordde: Keine Angst vor der Globalisierung, Wohlstand und Arbeit für Alle.

Hij gelooft in een wisselwerking tussen inflatie en werkloosheid: hoe lager de inflatie, hoe hoger de werkloosheid. Daarom zijn centrale bankiers zijn vijanden. Zij hebben de vier miljoen werklozen in Duitsland op hun geweten. Want zij hebben alleen oog voor de inflatie en verhogen de rente zodra die oploopt - ook bij een hoge werkloosheid.

Nog vóór hij zijn ministerschap op zak had, riep Lafontaine de Bundesbank op de rente te verlagen, en sindsdien heeft hij geen kans laten liggen om de zelfde boodschap uit te dragen. Eerst maakte hij Bundesbank-president Hans Tietmeyer het leven zuur door te verschijnen op een vergadering van de Bundesbank. Lafontaine was de eerste Duitse minister in lange tijd die van dit recht gebruik maakte. Vervolgens dook hij vorige maand op bij een vergadering van Wim Duisenberg met zijn Europese Centrale Bank. Hier had Lafontaine het recht toe omdat Duitsland dit halfjaar voorzitter is van de Europese Unie.

Beide keren ving hij echter bot. Zowel Tietmeyer als Duisenberg bleek ongevoelig voor Lafontaines argumenten. Zij behoren dan ook tot een heel andere stroming: het zijn monetaristen. Met een machtig wapen in handen: het stabiliteitspact, dat de leden van de Monetaire Unie in een strak financieel keurslijf heeft geregen.

Misschien is het zijn jezuïtische opvoeding die Lafontaine zo recht in de leer heeft gemaakt. Lafontaine is opgegroeid in een arbeidersgezin in Saarland, waar katholicisme en syndicalisme deugdzaam hand in hand gingen.

Op zijn 23ste stortte de natuurkundestudent zich in de politiek. Uiteraard werd hij lid van de sociaal-democratische SPD. Dat was het begin van een bliksemcarrière: in 1970 werd hij in het deelstaatparlement van Saarland gekozen, vier jaar later werd hij burgemeester van Saarbrücken. In 1985 werd hij minister-president van deze kleine Duitse deelstaat. 'De Saarlandse Napoleon' noemden ze hem - vanwege zijn kleine gestalte, zijn vloeiende Frans en zijn onverholen ambitie. En vorig jaar kwam hij dus naar Bonn - nadat hij zijn ministerie van Financiën had verrijkt met een deel van de bevoegdheden van Economische Zaken.

Een volgzaam partijganger is Lafontaine echter nooit geweest. Begin jaren tachtig wierp hij zich op als een vurig opponent van zijn partijgenoot Helmut Schmidt op het punt van de kruisraketten. En het was niet de in het Westen zo hoog aangeschreven bondskanselier die de discussie won: in 1983 wist Lafontaine het SPD-congres te overtuigen van de juistheid van zijn opvattingen.

Vijf jaar later maakte de Saarlander opnieuw school met zijn eigenzinnige ideeën. Hij lanceerde een voorstel voor arbeidstijdverkorting, waarbij hij tegelijkertijd de flexibiliteit van de arbeid wilde verhogen door de zondagsrust niet langer te heiligen.

Zoals hij de wildste listen en lagen verzon om de bankpresidenten zijn renteverlaging door de strot te drukken, zo schuwde hij geen enkel middel om op partijcongressen zijn zin te krijgen. Zo wist hij Rudolph Scharping in 1995 het partijleiderschap te ontfutselen. Hoe graag had hij bondskanselier Helmut Kohl niet persoonlijk uit het zadel gestoten. Maar Lafontaine moest met spijt inzien dat hij daarvoor niet de meest geschikte persoon was. Die eer moest hij overlaten aan de pragmatische Schröder, die immers veel minder vijanden had.

Bij zijn enige echte poging om Kohls plaats in te nemen, in 1990, hadden Lafontaines fenomenale politieke instincten hem jammerlijk in de steek gelaten. Het was het jaar na de val van de Muur en Kohl had ambitieuze plannen voor een snelle hereniging van Oost- en West-Duitsland. Lafontaine vond dat Kohl veel te hard van stapel liep en rekende somber voor hoeveel geld dat Bonn zou kosten. Daarmee verspeelde hij echter de gunst van de kiezers in de nieuwe, Oost-Duitse deelstaten, die juist al hun heil uit het Westen verwachtten.

En nu? Het valt niet te verwachten dat de 55-jarige Lafontaine een streep zet onder zijn ambities. Hij ontkent met klem dat hij hoopt op het voorzitterschap van de Europese Commissie. Dat zou voor zijn vele vijanden in Europa beslist een nachtmerrie zijn.

Meer over