Duitse hockeycoach selecteert op karakter

De Duitse hockeyers kunnen vanavond de vierde Europese titel op rij winnen en tegelijkertijd deelname aan de Olympische Spelen in Athene veiligstellen....

Wie leedvermaak vermoedt bij de Duitse hockeycoach, heeft het helemaal mis. Bernhard Peters is verre van rancuneus. En toch zou hij er alle reden toe hebben. Slechts enkele weken geleden kreeg hij de hoon van de internationale hockeywereld over zich heen, omdat hij een B-team naar de Champions Trophy afvaardigde.

Zijn keuze bleek achteraf zo'n slechte nog niet. Nederland speelde in Amstelveen een toptoernooi en won glansrijk, maar miste donderdagavond met de 5-2 nederlaag tegen Spanje de finale van het Europees kampioenschap. Duitsland, in Barcelona verzwakt door blessures van Emmerling en Crone, bereikte wel de eindstrijd.

Peters geeft toe dat de kritiek hem gekwetst heeft. Wie de introverte coach met een gekwelde blik in zijn ogen en nog schuwer dan gewoonlijk in Amstelveen op de tribune zag zitten, kon moeilijk anders constateren. 'Je kon zien dat hij er verschrikkelijk mee in zijn maag zat', vertelt aanvoerder Florian Kunz.

Peters besefte dat hij alleen het gelijk aan zijn zijde zou krijgen met een goed resultaat bij de EK. De druk was daarom groot. 'Maar die is altijd groot in dit vak. Als je wereldkampioen bent en je wilt nog veel meer winnen dan wordt die druk niet minder.

'Ik had het zelf ook liever anders gezien. Elke tophockeyer vindt het een feest om een groot toernooi in Nederland te spelen. Die sfeer is ongekend. Maar het voelde niet goed. Ik was er niet van overtuigd dat we in beide toernooien goed zouden spelen. En uiteindelijk draait het dit jaar om de Europese titel en de kwalificatie voor de Olympische Spelen.'

Dat de Nederlandse begeleidingsstaf daar anders over dacht en de Champions Trophy juist betitelde als perfecte voorbereiding op de EK wordt door Peters niet betwist. 'Je kunt geen appels met peren vergelijken', zegt hij. 'Bij ons liep de competitie af op 4 juli. Bovendien wordt in Duitsland een zware indoorcompetitie gespeeld. Ik kon niet anders dan die jongens rust geven. Uiteindelijk heb ik slechts één belang: de prestaties van deze ploeg.'

Daaraan heeft de bondscoach, begonnen als assistent van zijn voorganger Paul Lissek, geen gebrek. Zijn kennis en aanpak wordt door de spelers omstandig geprezen en volgens Kunz, in 2001 uitgeroepen tot beste speler ter wereld, is hij op dit moment zelfs 'de beste coach van de wereld'.

Hij is een coach met twee totaal verschillende persoonlijkheden. Buiten het veld maakt de pas 43-jarige Peters een bedaarde en zelfs verlegen indruk. Op de bank transformeert hij tot een emotionele fanaticus, die zijn spelers wild schreeuwend tot de orde roept.

'Ik schrik wel eens van mezelf als ik die beelden terugzie op video', zegt hij. 'Ik ben daar niet trots op, maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Het is moeilijk uit te leggen, maar ik ben een perfectionist. Ik verlang een topprestatie van die spelers en als ik zie dat er dingen misgaan, erger ik me. Bovendien wil ik mijn spelers die betrokkenheid laten zien met mijn lichaamstaal. Ik kan niet zoals Maurits Hendriks afstand uitstralen.'

Peters beseft dat het tegelijkertijd een ontlading is voor zijn perfectionistische aanpak. In het team is, in tegenstelling tot de periode onder Lissek, ruimte voor het individu en creativiteit, maar daarbuiten is alles strak geregisseerd. Volgens Kunz is dat de basis van het succes. 'Hij heeft alles onder controle, maar geeft ons tegelijk de ruimte ons te ontwikkelen en als persoon te groeien.'

Het vak van coach, en zeker de intensieve wijze waarop Peters de vele trainingen bij de bond ter hand neemt, laat weinig ruimte voor vrije tijd. 'Mijn grootste hobby is mijn gezin', zegt hij. Zijn zoon van tien is bijna dagelijks bij de trainingen te vinden en toont zich zijn grootste criticus.

Zijn vrouw verplaatste de geboorte van de tweeling, die tijdens de Champions Trophy van 2001 met een keizersnee gehaald moest worden, zelfs een dag. Peters:'De dokter wilde op dinsdag, maar toen zei mijn vrouw: dat kanniet, want dan spelen we tegen Korea.'

Hij beseft dat het soms net een ziekte is. 'Een weekeinde zonder hockey betekent een weekeinde vol onrust.' Al sinds zijn 24ste is hij elk zaterdag en zondag op het hockeyveld te vinden, eerst als juniorencoach, na de Spelen van Sydney als bondscoach van de mannen. Zijn ambities reiken verder, maar hij heeft afgeleerd te ver vooruit te kijken. 'Dit is voor mij nog elke dag een uitdaging en die is nog lang niet ten einde.'

Aan de universiteit in Keulen geeft hij echter ook les aan professionele voetballers en als hij bij een voetbalclub ruimte en tijd zou krijgen, zou daar ooit wellicht een taak voor hem zijn weggelegd. 'Helaas is die ruimte er niet in voetbal. Voor je die eerste harde fase met de spelers hebt afgerond, ben je in het voetbal al lang weer ontslagen.'

Geef Peters de betrekkelijke luwte van de hockeysport daarom maar. Sinds de wereldtitel van 2001 heeft hij de steun en aandacht van het Duitse olympische comité en met de huidige ploeg liggen meer titels in het vooruitzicht. 'Zonder mijn spelers ben ik nergens', beseft Peters. 'Die hebben zich enorm ontwikkeld.'

Deels is dat op het conto van de coach te schrijven, deels op de karakters van de spelers zelf. 'Daar worden ze op geselecteerd', zegt hij. 'Karakter gaat altijd voor talent. Als ze na een week keihard trainen in kou en regen nog steeds standhouden, dan mogen ze blijven.'

Het is aan die instelling te danken dat de ploeg ondanks de tegenslagen tijdens de EK de finale heeft bereikt. Peters beseft dat het tegen Spanje een zware strijd zal worden. 'Maurits Hendriks en Toon Siepman hebben verschrikkelijk goed werk gedaan, maar wij hebben meer ervaring. Deze ploeg heeft zijn onverzettelijkheid getoond. De ploeg heeft een enorme wil. De coach ook.'

Meer over