NieuwsKort geding

Duits lab: Nederland liet ons geen coronatests doen, zelfs niet toen het zelf tekort had

De Nederlandse staat heeft bewust een Duits laboratorium dat coronatesten kan uitvoeren gedwarsboomd, beweert het commerciële lab, Wisplingshoff, zelf. Het spande daarom een kort geding aan, dat vrijdag diende. ‘Er hadden wellicht levens kunnen worden gered.’

Een bezoek aan het grote Wisplinghoff-lab in Keulen door de minister president van Noordrijn-Westfalen.Beeld EPA

Het Duitse commerciële laboratorium Wisplinghoff bood Nederland in maart aan vijfduizend coronatesten per dag te doen, in een periode dat de Nederlandse testcapaciteit ernstig tekortschoot. Nederland maakte geen gebruik van dit aanbod. Ook heeft het in Keulen gevestigde laboratorium, met een kantoor in Baarn onder de naam U Diagnostics, geen rol gekregen in het Nederlandse testbeleid.

Daarom spande het laboratorium een kort geding aan tegen de Nederlandse staat, de GGD’s en GGD-koepel GGD GHOR. Dit om een einde te maken aan het in hun ogen ‘oneerlijke speelveld’. Het kort geding diende vrijdagmiddag. ‘Er hadden wellicht levens kunnen worden gered als in maart gebruik was gemaakt van ons aanbod’, zegt directeur Albert Zwart van U Diagnostics. ‘Geef ons ook een plek.’

Wisplinghoff, dat vanaf het begin van de coronacrisis in Duitsland veel testen uitvoert, kreeg pas begin april het certificaat dat het bedrijf aan de Nederlandse eisen voldoet. Dat het lab hiervoor vervolgens niet werd ingeschakeld, komt volgens hun advocaten omdat Wisplinghoff en U Diagnostics bewust zijn gedwarsboomd. ‘Zij behoren niet tot het Nederlandse netwerk van laboratoria.’

Onderling verdeeld

Een aantal leden van dat netwerk zou in de Landelijke Coördinatiestructuur Testcapaciteit, dat in grote haast was opgezet,  hebben bepaald welke laboratoria de testen mochten uitvoeren, zeggen de advocaten. Zo zouden zij de koek onderling hebben verdeeld onder hun eigen leden. Zo is Wisplinghoff niet toegelaten tot het corona-ict-systeem, dat noodzakelijk is om de testuitslagen terug te koppelen naar de GGD’s. ‘Wij willen ook ons steentje bijdragen, maar wij worden volledig buitengesloten door een kartel van Nederlandse labs.’

Per 1 juni hebben de GGD’s flink opgeschaald en kan iedereen met klachten een test doen. Er is inmiddels overcapaciteit, nu het aantal besmettingen flink terugloopt. Er zijn een kleine vijftig laboratoria in Nederland bevoegd om de tests te analyseren, maar lang niet al hun capaciteit wordt benut. Wel bereiden het ministerie van Volksgezondheid en de GGD’s zich voor op een mogelijke tweede golf in het najaar, wanneer ze hun capaciteit willen vergroten tot zo’n zeventigduizend testen per dag.

In het testen gaan honderden miljoenen euro’s om. Desondanks ziet het ministerie van Volksgezondheid het waarborgen van voldoende testfaciliteiten in de eerste plaats als een volksgezondheidsvraagstuk en niet als een markt. Het primaire doel is een stabiel systeem. ‘De klacht is ongegrond’, betoogt de advocaat namens de staat. ‘Dit lab wordt niet buitengesloten, ze zijn niet nodig nu. Er worden geen labs bevoordeeld boven anderen.’ 

Samenwerkingen

Wat meespeelt is dat veel GGD’s al langlopende samenwerkingen hebben met bepaalde laboratoria. Inmiddels heeft het Landelijk Coördinatieteam Diagnostische Keten per 1 juni een schema opgesteld van laboratoria die de testen analyseren. Als bijvoorbeeld in één laboratorium de testvloeistof bijna over de datum is, dan krijgt dat lab de mogelijkheid die sneller te gebruiken. 

‘Het doel is het zo efficiënt mogelijk te regelen’, zegt een advocaat van de koepel van GGD’s. De koepel erkent dat Wisplinghoff nog niet is toegevoegd tot het corona-ict-systeem. ‘We gaan binnenkort weer labs toevoegen.’

‘Wij begrijpen dat een lab met testvloeistof bijna over de datum even voorgaat, maar wij willen nu ook meedingen’, zegt de advocaat van Wisplinghoff. ‘Wij kunnen testen goedkoper aanbieden dan de prijs die er nu voor wordt betaald. Maar wij krijgen de brieven niet eens waarmee de laboratoria op de hoogte worden gehouden van de procedures.’

De rechter doet 10 juli uitspraak.

Meer over