Duits herinneren en Spaans vergeten

GEHEUGENPOLITIEK Of je er als volk nu voor kiest om te herinneren of om te vergeten, je moet er samen voor kiezen.

De voormalige Duitse president Richard von Weizsäcker heeft het ooit beaamd en hij had gelijk, in elk geval wat betreft zijn eigen met schandvlekken overladen land. De verwoesting van België, de Holocaust, de Stasi: als er iets in het moderne Duitsland als een paal boven water staat, is het dat historisch geheugenverlies geen optie is.

Daarom is het ook goed, zij het niet erg verrassend, dat Joachim Gauck de volgende Duitse president wordt. Hij gaat het ambt bekleden nu zijn voorganger vanwege een nogal doorsneeschandaal gedwongen is af te treden. Gauck, een uitgesproken anticommunistische predikant uit Oost-Duitsland, werd na de hereniging in 1990 een bekende Duitser omdat hij de eerste beheerder werd van de Stasi-archieven.

Bijna drie miljoen Duitsers hebben sindsdien het 'Bureau Gauck' bezocht om te achterhalen wat de staat allemaal over hun persoonlijke leven wist - en wie van hun buren, collega's, vrienden of verwanten hen waarschijnlijk hadden bespioneerd en verraden.

Toen het openstellen van de archieven voor het eerst ter sprake kwam, waarschuwden bedachtzame lieden dat het zou kunnen leiden tot wraakmoorden. Miljoenen mensen zouden de rest van hun leven bezig zijn elkaar te beschuldigen over het verleden in plaats van te werken aan de toekomst. Vriendschappen zouden verloren gaan, huwelijken ontwricht raken.

Gelukkig is het niet zo gegaan. Mensen gaan heel ver om de volle waarheid over het verleden te achterhalen, maar als zij dat weten is het op zich meestal voldoende. Daar komt bij dat wie in een totalitaire staat heeft geleefd ook wel weet hoe schimmig de grenzen tussen goed en fout kunnen zijn wanneer het regime probeert van elke burger een medeplichtige te maken. Er waren niet zoveel helden in het voormalige Oost-Duitsland, evenmin als elders in het Sovjet-imperium. Dat is ook precies waarom Gauck zo'n uitzonderlijk figuur is en zo geschikt om president van Duitsland te worden.

Laten we nu eens kijken naar een andere casestudy van vreemde geheugenpolitiek in Europa - een die over de verdienstelijkheden van het vergeten gaat.

Eerder deze maand oordeelde het Spaanse Hooggerechtshof dat Baltasar Garzón - de beroemde rechter die het in 1998 voor elkaar kreeg dat Groot-Brittannië de voormalige sterke man van Chili, Augusto Pinochet, een jaar lang onder huisarrest stelde - zich schuldig had gemaakt aan het opdracht geven tot illegale geluidsopnamen. Hij is voor elf jaar uit zijn ambt gezet.

Garzón staat ook nog terecht in een andere zaak, namelijk zijn pogingen een onderzoek te beginnen naar de misdaden van het Franco-regime. Al die zaken zijn minstens zestig jaar oud; alle verdachten zijn dood; alle eventuele aanklachten zijn afgedekt door een amnestiewet uit 1977. Desalniettemin betoogde Garzón dat deze amnestie niet kon gelden voor misdaden tegen de menselijkheid die onder internationale verdragen vielen, verdragen die boven de Spaanse wet zouden staan.

Dat argument zal waarschijnlijk geen stand houden en daarmee stort het hele stelsel van 'universele jurisdictie' in waarmee Garzón probeerde zijn bevoegdheid te laten reiken voorbij de grenzen van zowel ruimte als tijd. Rechter Garzón haalde zich ook de woede van vele Spanjaarden op de hals door zich alleen te richten op de misdaden van Franco's Nationalisten, terwijl de door de Russen gesteunde Republikeinen even vuile handen hadden gemaakt.

Maar de echte zonde (als dat het juiste woord is) van Garzón was dat hij het post-Franco-pacto de olvido, het 'pact van vergeten', had geschonden waarbij rechts en links in Spanje waren overeengekomen de handen ineen te slaan in een gezamenlijke democratie. Niet voor niets gaan de woorden 'amnestie' en 'amnesie' beide terug op het Griekse amn¿stía- het vergeten van het slechte - en niet voor niets kent ieder fatsoenlijk rechtssysteem de mogelijkheid van amnestie. Zonder dat zou het leven minder draaglijk zijn en zou de politiek destructiever zijn. Dat cliché van Santayana dat 'zij die het verleden niet kunnen vergeten evenzeer geneigd zijn het te herhalen als zij die het wel kunnen vergeten' laten we maar voor wat het is.

Zo lag het ook in het moderne Spanje. De Duitsers hebben hun democratie vormgegeven door zichzelf te dwingen (ook nog lang nadat Patton was vertrokken) zich nooit af te wenden van hun verleden. De Spanjaarden hebben juist het tegenovergestelde gedaan: zij hebben een vrije samenleving opgebouwd door te proberen nooit meer achterom te kijken.

Het 'pact van het vergeten' ligt pas de laatste jaren onder vuur, vooral nadat de vorige socialistische regering, ondanks heftig verzet van conservatieve zijde, een 'wet van historisch geheugen' had aangenomen ter erkenning van de misdaden van Franco. In dat opzicht is de zaak Garzón een puur politieke afrekening, en een waarschuwing hoe giftig juist dit brouwsel nog kan zijn.

Zowel de weg van het herinneren als de weg van het vergeten heeft in beide landen bijzonder goed gewerkt. Verwonderlijk is dat misschien niet. In de politiek, net als in het leven, is er meer dan één manier om met het verleden af te rekenen. Mensen kunnen door hun geschiedenis wijzer worden of erdoor verpletterd worden. Een opzettelijke onwetendheid van de eigen geschiedenis kan mensen bevrijden of verblinden. Een toverformule is er niet, hoogstens een behoedzaam inzicht.

Toch klopt één ding waarschijnlijk wel: of mensen nu kiezen voor herinneren of voor vergeten, ze moeten er wel samen voor kiezen. Net als de zielen van de gestorvenen kan het verleden in vrede rusten of je voor altijd bijblijven. Je moet het niet lichtzinnig oppoken.

BRET STEPHENS

is buitenlandcommentator Wall Street Journal.

Vertaling: Leo Reijnen

undefined

Meer over