Duel tussen grootheden

Gastcurator Blotkamp maakt geslaagde combinaties van oude en moderne kunst, als een duet van Freddy Mercury en Montserrat Caballé. Soms vergaloppeert hij zich.

WIETEKE VAN ZEIL

Kunst: Moderne meesters te gast ***

Moderne meesters te gast, Mauritshuis Den Haag.

t/m 11 december

mauritshuis.nl

Met de combinaties van oude meesterkunst met moderne en hedendaagse kunstwerken, staan we op een kruispunt. Óf het is een hippigheidje, en in dat geval is het wel klaar met de verrassing. We hadden Damien Hirsts diamanten schedel in het Rijksmuseum, Jeff Koons enorme glansobjecten in Versailles, Miró naast Jan Steen, Marlene Dumas naast oude meesters, Kiefer naast de Nachtwacht, goed, we hoeven het rijtje niet nog een keer op te noemen. Óf het is een structurele nieuwe omgang met beeldende kunst: een tanker die met gekraak en geweld op gang is gebracht voor een lange, stabiele vaart. We zijn nu goed op stoom, wen er maar aan. Als dat zo is, verdienen deze presentaties des te meer serieuze reflectie.

De jongste tentoonstelling, Moderne meesters te gast in het Mauritshuis in Den Haag, zal de enigszins ervaren kijker als geen ander voor een keuze stellen. Enerzijds: daar gaan we weer. Been there, seen that. Een shock zal zo'n presentatie slechts nog bij een enkele monomane oude-kunstliefhebber veroorzaken.

Maar wat, als geen shock of frisse verrassing, levert de tentoonstelling dán op? Het Mauritshuis heeft, als museum van stand, gekozen voor de best mogelijke gastcurator om de elf combinaties van oude en moderne kunst samen te stellen: Carel Blotkamp (1945). Ideaal omdat hij kunstenaar en hoogleraar ineen is, dus van het ambachtelijke en van het intellectuele tegelijk. Een monument op zich. Ideaal ook omdat zijn frisse, moderne blik ook een bewézen blik is: zijn status in het kunstveld is onbetwist, de eventueel nog aarzelende museumbezoeker zal hem hierop het voordeel van de twijfel geven.

De keuze van Blotkamp beslaat de periode van 1860 tot 1960, een in brons gegoten selectie van kunstenaars die zelf al tot de eregalerij van Westerse kunst behoren. Francis Bacon, Charley Toorop, Paul Cézanne, Max Beckmann, Vincent van Gogh, Giorgio de Chirico, het gaat hier om een pas-de-deux tussen grootheden. De moderne schilderijen zijn over het hele museum verspreid, als o dissonanten tussen de oude meesters. Dat werkt vaak goed.

De landschappen van Jan Both en Paul Cézanne bijvoorbeeld, die 243 jaar uit elkaar liggen, haken op elkaar in als een elegante estafette. Licht, bergen, vlakken, mediterrane zonval. Both wordt er radicaler van dan ie in eerste instantie tussen tijdgenoten is, omdat Cézanne de vlakverdeling van Both verscherpt. En Cézanne wordt er, toch ook, nét iets meer een klassieke landschapsschilder van. Hetzelfde geldt voor het duo Vincent van Goghs Geploegde akkers naast Jacob van Ruisdaels Gezicht op Haarlem met bleekvelden, die ongeveer 215 jaar uiteen liggen. Twee stukken met sterrenstatus.

Een duet als Freddy Mercury met Montserrat Caballé, waarin beider talenten de universele kracht van kunst onderstrepen en er iets nieuws ontstaat door de samenklank. Subtiele odes aan Holland; de bleekvelden en de akkers; de vlakke Hollandse natuur en de Hollandse nijverheid ineen. Je ziet het zo op een campagneposter staan. Een parel van samenspraak in concept en vorm is de combinatie El Lissitzky/Gerard Houckgeest, een abstract werk naast een kerkinterieur waar je naar kunt blijven kijken.

Maar wie vergelijking forceert, kan de plank ook misslaan. Francis Bacon hangt naast Rogier van der Weyden - tuurlijk, heel spectaculair. Ooh's en aah's gegarandeerd. Maar wat moeten we nou zien? Waar moeten we naar kijken? De Bacon heet Fragment of a Crucifixion, een tamelijk abstract werk waarin een kruis te herkennen is en een figuur met een afgrijselijk, Batailliaans opengesperde mond. De doodsnood van Christus. De grote, wanhopige eindschreeuw. Bacon houdt het abstract genoeg om er een universeel verhaal van te maken, al blijft de titel Crucifixion, kruisiging.

Blotkamp haalt het in zijn enthousiasme in twee begeleidende teksten over kruisafneming en kruisiging door elkaar. Alsof hij vergat te zien dat Jezus al dood is bij Van der Weijdens Kruisafneming. Er is in de kunstgeschiedenis nogal een verschil tussen deze twee beeldtypen. Doodsangst naast rouw. Als een plot en een epiloog in de literatuur, of een cliffhanger en de aftiteling in een film. Zo'n vergaloppering is zonde, omdat het bij vergelijking juist aankomt op details en nuance.

Aan het hoge niveau van deze exercitie in het Mauritshuis valt niets af te doen, maar Blotkamp geeft weinig houvast - korte teksten in een klein zaalboekje, geen audio met een persoonlijk verhaal, geen theorievorming in een catalogus. Hij wil dat mensen zelf kijken. Maar hoe doe je dat?

Kijken op dit niveau zonder handreiking is als de marathon lopen zonder training. Zo wordt in een tentoonstelling die publieksverbreding beoogt, de lat toch behoorlijk hoog gelegd. Zonder 'geoefende intuïtie' wordt het al gauw een zoek-de-overeenkomstenspel. Dat wreekt zich in een van de hoogst ingezette duetten van de tentoonstelling: Dalí's Couple aux têtes pleines de nuages uit het Boijmans in Rotterdam naast Vermeers Meisje met de parel. Weinig combinaties zullen het publiek meer verdelen dan deze. Je schrikt bijna van de heldere, vergelijkbare kleurencombinaties in beide schilderijen: blauw, geel en wit. Die duwen zich naar voren.

Goed, we kijken naar kleurovereenkomsten. Maar dan? Dalí's schilderij is gebaseerd op een heel ander schilderij, van François Millet. Het gaat in de verte niet over Vermeers meisje. De kunstenaars worden gedrongen in een keurslijf van slechts enkele formele overeenkomsten. Iets meer handreikingen van de samensteller was welkom geweest.

Want het kan toch niet de bedoeling zijn dat mensen bij topwerken als deze, toch de associatie met een tang en een varken krijgen?

Uitdagende combinaties

Samensteller Carel Blotkamp toont in de tentoonstelling Moderne meesters te gast Charley Toorop naast Rembrandt. Een uitdagende combinatie van twee late zelfportretten door Hollandse kunstenaars die zichzelf hun hele carrière portretteerden. Charley Toorop, Zelfportret met paletten (1952) en Rembrandt, Zelfportret (1669).

undefined

Meer over