Dubieuze vis wordt nog altijd verkocht

Kabeljauw kunnen we met goed fatsoen niet meer eten. Ook paling, tong, zwaardvis en zeewolf horen niet meer op het menu. De vissen zijn zwaar overbevist of worden gekweekt op dubieuze wijze. Toch liggen de vissen gewoon op de viskraam of in de supermarkt.

Door Carlijne Vos

'Het milieubewustzijn wat betreft vis staat nog in de kinderschoenen', zegt Esther Luiten van Stichting De Noordzee. Ze heeft er wel een verklaring voor. 'De zee is ver weg; mensen staan er niet bij stil wat er onder water gebeurt.' Bovendien, zegt ze, is de cultuur onder vissers anders dan onder boeren. 'Het zijn echte jagers die generaties lang leven van de visvangst: de afstand tot de consument is te groot.'

Maar er is een kentering in zicht. Het milieubewustzijn onder consumenten groeit. Greenpeace liet een kaartje maken ter grootte van een creditcard dat mensen bij het boodschappen doen uit hun portemonnee kunnen halen. Op de 'Vis-acard' staan vissoorten aangeduid met een groen, oranje of rood bolletje. Groen betekent prima vis, oranje twijfelachtig en rood 'niet kopen'.

De informatie is gebaseerd op gegevens van Stichting De Noordzee. Vorig jaar verscheen op initiatief van die stichting De Goede Visgids - vis eten met een goed geweten', een boek van Wouter Klootwijk met alle ins en outs over al dan niet verantwoorde vis. De feiten zijn om te gruwelen: 70 procent van alle vissoorten ter wereld is overbevist. Sommige soorten als Noordzee-kabeljauw, wijting, schelvis, tonijn en schol worden zo jong gevangen dat ze zich niet meer kunnen voortplanten en dus uitsterven.

Dan de vismethoden. Bijvangst heeft ervoor gezorgd dat alle soorten zeeschildpadden met uitsterven zijn bedreigd en jaarlijks duizenden dolfijnen, haaien en walvissen vast komen te zitten in de visnetten. Om over de vernietiging van koralen nog maar te zwijgen.

Minder bekend is de milieuschade door kweekvis - resultaat van de snelst groeiende voedselproductie ter wereld. Gemiddeld wordt drie tot vijf kilo wilde vis - niet duurzaam - gevangen om een kilo kweekvis te voeden, bossen worden gekapt voor de kwekerijen en de wateren vervuild met chemicaliën en pesticiden.

Sinds enkele jaren bestaat er het MSC Keurmerk (Marine Stewardship Councel), een wereldwijd keurmerk voor visproducten van verantwoorde visserij. Multinational Unilever (Captain Iglo) staat op het punt volledig over te schakelen op duurzame vis.

Verantwoorde vis

In Frank's Smoke House in Amsterdam vinden we de enige vis in Nederland met een MSC-Keurmerk. De wilde zalm uit Alaska wordt milieuvriendelijk gevangen en geëxporteerd en kost dan ook 7,30 euro per ons. De winkel verkoopt ook heilbot, makreel en sablefish uit kleinschalige kwekerijen. 'Het gaat mij om de vis en niet om het keurmerk', zegt eigenaar Frank Heijn. Zijn tonijn komt uit de -nog niet overbeviste - Malediven en wordt met de lijn gevangen in plaats van netten. Kabeljauw komt er bij hem niet in, en met de paling in de vitrine heeft hij moeite. 'Het liefst gooi ik die uit het assortiment, maar wat is een rokerij zonder paling?'

Ook andere viszaken verkopen in beperkte mate 'duurzame' vis. Die vis is afkomstig uit niet overbeviste wateren, wordt duurzaam gevangen of in kleinschalige milieuvriendelijke kwekerijen gekweekt. Probleem is echter dat deze informatie moeilijk aan de consument is over te brengen. De sinds kort in viszaken verplichte bordjes met de herkomst van de vis, zeggen weinig.

Wie met een goed geweten vis wil eten, moet zelf op zoek naar informatie. De Vis-a-card of de uitgebreide lijst op www.goedevis.nl biedt uitkomst. Zo leren we dat we wel gekweekte Tilapia uit Nederland kunnen eten, maar beter niet de wilde uit Zuid-Amerika of Zuid-Afrika omdat de vis daar inheemse vissoorten verdringt.

Hoki is een goed alternatief voor de praktisch uitgestorven kabeljauw. De vis, zo lezen we in De Goede Visgids, wordt in Nieuw-Zeeland duurzaam gekweekt. Andere vissen die wel mogen: Zeeuwse oester, mossel (kweek), meerval, haring, makreel en sprot.

Vis met luchtje

Met de Vis-a-card in de hand wordt de keuze voor verantwoorde vis ineens fors beperkt. Standaardvissen zoals Noorse zalm, koolvis, sardines of garnalen blijken ineens een luchtje te hebben. In de Atlantische oceaan is de wilde zalm vrijwel uitgeroeid. Verder wordt hij ernstig bedreigd door zeeluis en ziektes van ontsnapte zalmen uit kwekerijen die andere genetische eigenschappen bezitten.

Bijna alle zalm komt uit kwekerijen. De vissen worden gehouden in enorme manden in kustwateren en worden gevoerd met (niet duurzaam geproduceerd) vismeel en visolie. De vissen zitten op een kluitje waardoor ze vatbaar zijn voor ziektes en produceren enorme hoeveelheden mest die weer zorgt voor ongewenste (giftige) algengroei. De zee wordt verder vervuild met bestrijdingsmiddelen en antibiotica. In Noorwegen weten de kwekerijen dankzij strenge milieu-eisen nu redelijk duurzaam te werk te gaan.

Ook garnalen blijken niet zonder meer verantwoord, ook al is de garnalenstand in de Noordzee redelijk gezond en de vangstmethode in orde. De meeste No o r d -zee-garnalen ondergaan eerst een retourtje Marokko om te worden gepeld. Wie bewust wil consumeren, kan dus beter zelf zijn garnalen pellen.

Verboden vis

Van sommige vissoorten is bekend dat ze ernstig zijn overbevist, maar toch blijven ze populair. Neem de tonijn. In de Noordzee is tonijn al uitgestorven, elders in de wereld wordt de vis ernstig bedreigd.

Vooral de grote soorten zoals blauwvintonijn zijn overbevist, zeldzaam en dus duur: een exemplaar - vooral gewild voor sushi - kan vijftienduizend euro opbrengen. Bij andere tonijnsoorten, die worden gebruikt om in te blikken, is het probleem dat dolfijnen in de netten verstrikt raken. Gekweekte tonijn blijkt geen alternatief.De vissen worden gevangen voordat ze zich hebben kunnen voortplanten en verder vetgemest met kostbare - eetbare - vis zoals makreel.

Ook tong hoort niet op het menu. De vissen liggen al op het bord voordat ze de leeftijd hebben bereikt zich voort te planten en de soort sterft dus uit. Hetzelfde geldt voor schol, tarbot, heilbot, zeeduivel of zwaardvis. Het gemiddelde gewicht van de laatste vis is in de laatste 25 jaar gedaald van 130 naar 25 kilo.

Van paling weten we dat nog slechts 1 procent wordt geboren van het aantal uit de jaren tachtig. Overbevissing en vervuiling lijken de belangrijkste boosdoeners.

Nijl baars - in de jaren vijftig uitgezet in het Victoriameer met als gevolg dat tientallen oorspronkelijke vissoorten uitstierven - mogen we toch eten. Het ecologisch drama is toch niet meer terug te draaien, menen de deskundigen.

Meer over