Drum rhythm 96 had moeite zijn eigen ritme te vinden Jungle in de Gashouder: een fraai ogende zeepbel

Ze stonden er wat verloren bij op dat grote podium. Kemistry & Storm, het befaamde dj-team van de Londense Metalheadz, brachten de zaal alvast op temperatuur voor wat het hoogtepunt van de avond moest worden: het optreden van jungle-ster Goldie....

Van onze verslaggever

Gert van Veen

AMSTERDAM

Dat was misschien wel het grootste probleem van het Drum rhythm 96, dat vrijdag en zaterdag in Amsterdam werd gehouden. Ondanks een programma met klinkende namen, kwam het tweedaagse evenement maar zelden echt op gang.

Het was een gewaagde zet om de vijfde editie van het festival, dat in voorgaande jaren in de vorm van een reeks afzonderlijke Amsterdamse concerten werd gehouden, onder te brengen op het terrein van de Westergasfabriek. Er is veel te zeggen voor die locatie, midden in de stad, op loopafstand van het Centraal Station. De diverse gebouwen van de voormalige gasfabriek fungeerden als grote en kleinere podia, terwijl de grote Gashouder enkele duizenden bezoekers kon herbergen. Speciaal voor Drum rhythm was - als tweede grote podium - nog een tent op het midden van het terrein opgezet.

Maar echt gezellig was het festivalterrein niet - en zeker niet op een druilerige mei-avond. De ambiance, die het in elk opzicht moest afleggen tegen de sfeer van clubs en concertzalen in de binnenstad, was een belangrijke factor in het matige succes van Drum rhythm 96. Zowel het publiek als de optredende artiesten leken moeite te hebben er echt iets bijzonders van te maken. En dat terwijl het er op papier zo mooi uitzag.

Drum rhythm is een buitenbeentje tussen de andere, meer rockgetinte festivals, omdat het zich geheel richt op stijlen die hun wortels hebben in de zwarte muziektraditie: funk, hip hop, reggae, jazz dance, soul en - dit jaar voor het eerst prominent op het programma - jungle. Met een afgewogen mix van oud en nieuw, geheide publiekstrekkers als Maceo Parker, Galliano en George Clinton naast nieuwkomers als Moloko, Attica Blues en The Fugees, zou Drum rhythm een breed publiek voor zich moeten kunnen winnen. Maar de voorverkoop was bepaald lauw geweest, en al viel de uiteindelijke opkomst nog mee - zo'n zevenduizend mensen op de eerste avond, ruim vierduizend op de tweede -, toch had de organisatie zich er waarschijnlijk meer van voorgesteld.

Misschien had het te maken met de toegangsprijs van vijftig gulden per avond. Daarvoor kreeg je dan wel een uitgebreid programma, verdeeld over vijf podia, maar als er iets duidelijk werd op Drum rhythm, dan was het wel dat de verschillende subculturen weinig op hebben met muziek uit andere hoeken van de danswereld. De hiphoppers kwamen zaterdag voor de Wu Tang Clan en The Pharcyde. Dat jungle-ster Goldie op een ander podium zou optreden, interesseerde hun eigenlijk niets.

George Clinton, die vrijdag al een degelijke, maar zelden echt spetterende show had gegeven, was in allerijl aan het zaterdagse programma toegevoegd toen bleek dat Wu Tang Clan had afgezegd. Tegenover een zaal vol jonge hiphoppers had de godfather van de p-funk het beduidend moeilijker dan de avond daarvoor, toen hij in de Gashouder aantrad voor publiek dat hem al decennia op handen draagt. Rapper Ol' Dirty Bastard, die Wu Tang Clan verving, was hier beter op zijn plaats, al was zijn chaotische optreden typerend voor de meeste rapconcerten: de lange pauzes tussen de nummers en het vele geklets haalden elke vaart eruit.

The Fugees pakten de zaken vrijdagavond iets voortvarender aan. Het Newyorkse pop-raptrio, dat veel meer publiek trok dan de gelijktijdig spelende Van Morrisson, liet zich begeleiden door een bassist en drummer. Dat gaf hun optreden meer power dan de meeste andere, enkel door dj of tape begeleide rapconcerten. De Gashouder was stampvol, het trio bleek dank zij het succes van zijn 'millionseller' Fu-gee-la de grootste hit van het festival.

Goldie stond een dag later in dezelfde ruimte, die zich door het immens hoge plafond nauwelijks leent voor concerten; geen enkele band klonk er echt denderend. De matige opkomst maakte nog eens duidelijk dat jungle maar heel langzaam terrein wint in Nederland. Zo'n grote hal is voorlopig nog een maatje te groot voor de nieuwe Londense dansstijl. Van de bijdrages van de muzikanten op het podium - Goldie zelf verscholen achter een batterij keyboards - was alleen die van de zangeres live. En hoe spannend de muziek op tape ook mocht zijn, als concert was dit weinig meer dan een fraai ogende zeepbel.

Het waren eigenlijk vooral de gevestigde namen en de routiniers die kwaliteit leverden. Zoals de percussiegroep Odulum met haar opzwepende feestmuziek, de nieuwe bluesgrootheid Ben Harper (vrijdags in een halfvolle Gashouder), Marcus Miller met Kenny Garrett, en voormalig Arrested Development-rapper Speech die zich door een complete band liet begeleiden.

Maar ondanks een paar korte momenten waarop Drum rhythm even vaart kreeg, bleef het verder vooral een festival dat er moeite mee had zijn eigen ritme te vinden.

Meer over