Drugssupermarkt van Europa

Prima land voor de misdaad, Nederland. Welvaart, goede verbindingen, mild detentieregime. De crimineel is misschien niet de allerslimste, maar handig genoeg om de politie vaak een slag voor te blijven. Slechts een minderheid krijgt straf.

U moet een alarm, stuurslot en gps-tracker in uw auto zetten. Laat ook uw postcode in de ruiten graveren. En als u toch bezig bent, monteer dan meteen een inbraakalarm in uw huis. Bent u juwelier, plaats dan een noodknop in uw winkel en een stalen rolluik voor de etalage. Bent u willekeurig welke andere ondernemer, hang camera's in en rond uw bedrijf. Het helpt.

Mede dankzij zulke maatregelen daalt het aantal berovingen al jaren, blijkt uit criminologisch onderzoek. Als u er dan ook nog voor zorgt dat de economie groeit, de werkloosheid daalt en de geboorte van het aantal jongeren afneemt, levert u een positieve bijdrage aan het terugdringen van de criminaliteit in Nederland. Ga ook vooral niet scheiden en voed uw kinderen netjes op. Bent u immigrant? Zoek hulp bij integratieproblemen. Bent u arm? Accepteer dat u zich geen luxe kunt permitteren. Bent u inbreker? Krijg een kind en kom tot inkeer.

Al deze factoren hebben invloed op de toe- of afname van de misdaden waarvan we last hebben; 'materiële beroving' ofwel de huis-, tuin- en keukencriminaliteit. Dat heroïne sterk op zijn retour is, helpt ook. Mede dankzij het vrijwel uitsterven van heroïneverslaafden, die dagelijks hun shot bij elkaar moeten stelen, is het aantal woninginbraken, autodiefstallen en tasjesroven sinds eind vorige eeuw bijna gehalveerd.

Opvallend genoeg begon die daling al ruim voordat de overheid begin deze eeuw ging investeren in meer blauw op straat. De beste preventie van misdaad, zo blijkt, komt van onszelf. Door toenemende beveiligingsmaatregelen is het aantal aangiften, strafzaken en gedetineerden fors minder geworden. Mocht u dus denken dat de criminaliteit hand over hand toeneemt: u heeft het mis.

Anders is dat voor wat betreft de georganiseerde misdaad in Nederland. Vlieg met een politiehelikopter over Brabant en Limburg, en zie hoe de infraroodcamera boven elke stad en zelfs ieder dorp rood kleurt van de warmte die illegale wietplantages afgeven. Rij over de A2 van Amsterdam naar Maastricht, en u rijdt feitelijk over de 'As van het kwaad'. Elke nacht vervoeren tientallen koeriers soft- en harddrugs vanuit de zuidelijke grensstreek naar Amsterdam en vice versa om ze te verhandelen. Natuurlijk, ook boven de rivieren worden hennepplanten gekweekt en pillen gedraaid, maar wie de rechtshulpverzoeken van Noord- en Zuid-Nederland vergelijkt, weet dat de georganiseerde misdaad zich vooral rond de as Amsterdam-Maastricht concentreert.

De A2 is een van de meest gebruikte routes voor drugssmokkelaars in Europa. Dat heeft meerdere oorzaken. Een van de belangrijkste is - hoe trots we er ook op zijn - ons liberale drugsbeleid. Nederland was steeds een van de laatste om een nieuw geestverruimend middel in de opiumlijst voor verboden narcotica op te nemen. Terwijl amfetaminen en xtc elders al jaren waren verboden, werden die hier nog levendig verhandeld en geproduceerd. Tel daar het gedoogbeleid voor hasj en wiet bij op, en je bent een aantrekkelijk land voor drugshandelaren. Die ongelijke wetgeving binnen Europa heeft de basis gelegd voor het ontstaan van naar schatting honderden misdaadnetwerken van tien tot twintig man, die tot op de dag van vandaag, in wisselende samenstelling, bestaan. Want zware misdaad is een ons-kent-ons-circuit, het hangt van kennissen en relaties aan elkaar. Alles draait om vertrouwen. In die misdaadsyndicaten gaan miljarden om.

Drugshandel is populair bij criminelen. Niet alleen omdat het heel lucratief is, maar ook omdat het een zogeheten 'slachtofferloze' misdaad is - opsporingsinstanties reageren veel trager op slachtofferloze delicten dan wanneer ergens doden of gewonden vallen. En omdat misdaad misdaad aantrekt, en geld meer geld maakt, gaat drugshandel vaak gepaard met andere vormen van georganiseerde criminaliteit, zoals wapenhandel, mensenhandel en witwassen, waarbij de onderwereld zich met de bovenwereld verweeft.

Mensenhandel staat sinds enkele jaren hoog op de politieke agenda, witwassen krijgt toenemende aandacht van het Openbaar Ministerie, maar wapenhandel heeft bij de Nederlandse opsporingsinstanties geen enkele prioriteit. Criminelen weten dat. Daar komt bij dat de Nederlandse politie voornamelijk is gericht op het aanpakken van delicten die zich aandienen, en niet op de proactieve opsporing ervan. Dus onder misdadigers geldt het adagium: wie moord en doodslag vermijdt en om de zoveel tijd een sabattical in het buitenland houdt om in Nederland even uit het zicht te verdwijnen, heeft weinig te vrezen.

Ook het uitzonderlijke strafklimaat trekt criminelen naar Nederland. Ons strafrecht is nagenoeg het enige ter wereld waarin geen standaardstraffen worden uitgedeeld. Het Openbaar Ministerie werkt met 'straftoemetingsrichtlijnen'; per delict bepaalt de officier van justitie de eis. Uit strafrechtvergelijkingen blijkt dat rechters daar in veel gevallen maanden en soms jaren onder gaan zitten. Ook dat weten criminelen - daaraan dankt Nederland zijn imago van 'milde straffen'. Dat imago is overigens misplaatst; de laagste straffen in Nederland zijn soms hoger dan de maximale straf in omringende landen. Maar een imago is vaak taaier dan de feiten.

Een cliché dat volgens gedetineerden wél klopt: het Nederlands gevangenisregime is, vooral voor buitenlandse criminelen, een walhalla. Buitenlandse gedetineerdern hebben het er qua faciliteiten soms zelfs beter dan thuis. Ons gevangenisregime kent relatief coulante bezoekregels, biedt uitgebreide voorzieningen voor dagbesteding, kookfaciliteiten en beschikt over schone cellen, die doorgaans zijn voorzien van tv en een internetaansluiting. Het personeel mishandelt geen gedetineerden, dat doen gedetineerden hooguit onderling.

Het is dus echt waar: waar Duitsland bekend staat om zijn traditie van gokken en prostitutie, Italië om zijn maffia, België en Frankrijk om zware overvallen en Engeland als eindbestemming van de internationale drugshandel, hebben onze liberale wetgeving, het strafrechtimago en het milde detentieklimaat Nederland tot drugssupermarkt van Europa gemaakt, met alle bijkomende criminaliteit van dien.

Is dat erg?

U en uw buurman hebben weinig last van georganiseerde misdaad. Zware criminelen plegen hun delicten zo onmerkbaar mogelijk. Misschien heeft u zelfs weleens gefluisterd, bij een zoveelste liquidatie in het criminele milieu: 'Laat ze elkaar maar lekker afschieten'. Toch kost de zware criminaliteit ons allemaal geld. De overheid spendeert jaarlijks een slordige 12 miljard euro aan opsporing, preventie, hulpverlening, berechting en detentie. Daarbij kent de handel in cocaïne en synthetische drugs een kwalijk bijverschijnsel: die leidt ontegenzeggelijk tot corruptie onder overheidsambtenaren, alhoewel dit fenomeen in Nederland 'laag' wordt ingeschat. Mede vanwege die corruptie is een democratische overheid het aan haar stand verplicht de misdaad hartstochtelijk te blijven bestrijden.

En dat schiet niet op. Ondanks de inzet van al die miljarden aan belastinggeld laten misdaadorganisaties zich geen millimeter van hun plaats drukken. De grote grap is: de recherche en de opsporingsorganisatie FIOD-ECD van de Belastingdienst kennen de meeste criminele kopstukken. Desondanks is het bijzonder lastig misdaadnetwerken te elimineren. Uit criminologisch onderzoek blijkt dat misdaadsyndicaten - uitzonderingen daargelaten - doorgaans onprofessioneel en soms zelfs 'knullig' zijn georganiseerd, maar dat ze creatief zijn in het ontlopen van de politie. Zo passen boeven zich snel aan de nieuwste tactieken van de recherche aan. De politie luistert telefoons af, dus gebruiken criminelen die alleen nog om - in codetaal - ergens fysiek af te spreken. De recherche heeft zenders, verdachten hebben apparaten om die zenders te vinden of verstoren. Om infiltratie te voorkomen, moet elke afnemer van cocaïne of synthetische drugs het spul direct slikken of opsnuiven - een politieman mag dat namelijk niet.

Daarnaast doen misdaadorganisaties aan celvorming; de bedenkers, ronselaars, producenten, uitvoerders, koeriers en handelaren weten onderling vaak niet wie de anderen zijn in de keten van drugsproductie tot -afzet, het ronselen van vrouwen tot gedwongen prostitutie, het afpersen van vastgoedondernemers of het liquideren van personen. Daarmee voorkomt de harde kern dat de uitvoerders en koeriers, die de grootste risico's lopen, doorslaan als ze worden opgepakt.

Bijkomend probleem voor de politie is dat zware criminelen overwegend laaggeschoold zijn. Alle leden van een misdaadsyndicaat, tot de leider aan toe, zijn vervangbaar. Als een maatje wordt gearresteerd, neemt een broer, zus, vriend of vriendin doorgaans tijdelijk zijn plaats in. Alleen als het de recherche lukt meerdere spilfiguren op te pakken en ze langdurig veroordeeld te krijgen, zoals onlangs in het liquidatieproces Passage, stort zo'n netwerk in. Maar hier wreekt zich dan weer dat de politie onvoldoende mensen en middelen heeft om veel misdaadorganisaties tegelijk aan te pakken.

En zelfs als dat lukt, blijft het een tijdelijke oplossing: de recidive na celstraf is hoog. Binnen een jaar na het ontslag uit een gevangenis wordt 43,7 procent van de ex-gedetineerden opnieuw vervolgd wegens het plegen van een strafbaar feit. Na negen jaar is dat zelfs ruim driekwart. Omdat niet alle delicten worden ontdekt, zal het werkelijke recidivepercentage nog hoger zijn. Want crimineel gedrag is verslavend. Het is moeilijk voor een delinquent het rechte pad te kiezen, waar hij genoegen moet nemen met een fractie van wat hij gewend was te kunnen uitgeven. Het pad waarop mensen in Volkswagens en Volvo's rijden, in plaats van Bentleys en BMW's. Waar je vrienden maar één huis hebben, in plaats van zeven. Waar je je adrenaline laat stromen door te gaan hardlopen, in plaats van roven. Waar je voor je veiligheid een inbraakalarm koopt, in plaats van een pistool.

DE MEESTEN GAAN VRIJUIT...

Verreweg de meeste verdachten in Nederland komen niet voor de rechter. Uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer, uitgevoerd tussen 1 oktober 2009 en 1 oktober 2001, blijkt dat van het miljoen meldingen bij de politie slechts 9 procent wordt doorgeleid naar het Openbaar Ministerie. Van die 9 procent legde het OM 63 procent voor aan de rechter en dat leidde in 83 procent van de gevallen tot een veroordeling. Van die rechtszaken eindigde 8 procent in vrijspraak. Daarmee komt het aantal veroordeelden in het onderzochte jaar op 5 procent van het totale aantal meldingen bij de politie. Een deel van die veroordeelden wordt door verjaring niet gestraft. Ook worden gevangenisstraffen vaak niet uitgezeten en boetes niet geïncasseerd. In 17 procent van de meldingen wordt de dader niet gevonden. Het lage aantal veroordeelden komt onder meer door capaciteitsproblemen bij de politie; veelvoorkomende delicten worden vaak terzijdegelegd omdat niemand er tijd voor heeft.

CYBERCRIME

Een snelgroeiende vorm van georganiseerde misdaad speelt zich af op het internet. Mensen worden er beroofd, gechanteerd en afgeperst. De schade die cybercriminelen toebrengen aan thuisbankiers stijgt fors, van 2,1 miljoen in 2008 naar ruim 25 miljoen in 2011. Dat gebeurt door veiligheidssystemen te kraken en door phishing; consumenten door misleiding ertoe te brengen hun gegevens te verstrekken. Ook skimming (fraude door de strip op bankpassen te kopiëren) steeg fors, van 31 miljoen euro schade in 2008 naar ruim 40 miljoen in 2011.

Bronnen: KLPD, CBS, UNODC, Nationaal Dreigingsbeeld, de dissertatie Interactie tussen criminaliteit en opsporing, het rapportVeelbelovende verklaringen voor de daling van de criminaliteit na 2002 en gesprekken met criminoloog Toine Spapens, politiewetenschapper Cyrille Fijnaut en emeritus hoogleraar strafrecht Peter Tak.

undefined

Meer over