Drugsbende gaat vrijuit na actie infiltrant

De rechtbank in Almelo heeft maandag het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaard in de rechtszaak tegen de zogenoemde Geesterense drugsbende....

Van onze verslaggeefster

ALMELO

burgerinfiltrant door de rechter-commissaris te laten horen.

De drugsbende bracht containers met Colombiaanse soft drugs uit Rotterdam naar Twente en voerde het spul door naar Duitsland. De infiltrant speelde een belangrijke rol bij het oprollen van de bende en het vergaren van bewijs.

Ondanks de niet-ontvankelijkheid van het OM veroordeelde de rechtbank maandag twee van de drie verdachten op andere punten. De 39-jarige H. B. en 44-jarige B. M. uit Enschede kregen 22 maanden gevangenisstraf wegens onder meer steunfraude en hetsmokkelen van vluchtelingen. Er was vijf jaar geëist. Een derde verdachte, de 28-jarige M. Z., ging door de niet-ontvankelijkheid vrijuit. Tegen hem was achttien maanden geëist voor zijn betrokkenheid bij de drugsbende. De verdachten zitten al een jaar in voorarrest.

Nu de twee hoofdverdachten niet zijn veroordeeld voor drugshandel, omdat de rechtbank niet kon beoordelen welke rol de infiltrant heeft gespeeld, worden veertien andere verdachten in deze zaak evenmin bestraft.

Uit het verhoor van de infiltrant had volgens de rechtbank kunnen blijken of deze strafbare feiten heeft uitgelokt. Dit is volgens de infiltratierichtlijnen ten strengste verboden. De commissie-Van Traa uitte eerder forse kritiek op het onderzoek naar de bende, waarvoor de politie niet alleen een burgerinfiltrant inzette maar ook een container met marihuana op de markt bracht.

Volgens de verdediging had de burgerinfiltrant, een inwoner van Wierden, strafbaar handelen door de verdachten uitgelokt. Om daarover zekerheid te krijgen, zou de infiltrant door de rechter-commissaris moeten worden gehoord, aldus de advocaten. Eerst weigerde het OM dat, omdat het leven van de infiltrant gevaar zou lopen. De officier van justitie stemde na een herhaald verzoek van advocaat mr R. Speijdel toch in met het verhoor, maar kwam daar later van terug. De veiligheid van de infiltrant was niet verzekerd, aldus de officier.

De infiltrant werd volgens de advocaten in maart vorig jaar, tegelijk met de andere verdachten, aangehouden. De rechtbank achtte het daarom 'niet onaannemelijk dat de infiltrant in dit geval strafbare feiten uitlokte'. Los van de vraag wie de infiltrant was, vindt de rechtbank dat zij bij het toepassen van een zo zwaar middel als infiltratie de mogelijkheid had moeten hebben het doen en laten van de infiltrant te controleren. Temeer omdat deze een strafblad heeft en hij de criminele winsten eind vorig jaar nog niet had afgedragen.

Advocaat Speijdel: 'Wij zijn ervan overtuigd dat de infiltrant de organisatie heeft opgezet, zijn zakken heeft gevuld en vervolgens heeft meegeholpen met het oprollen van de organisatie. De politietop hier heeft flink zitten liegen.'

De handelwijze van het OM heeft er volgens de rechtbank toe geleid dat zij de werkwijze van de infiltrant niet heeft kunnen toetsen en de verdediging niet de kans heeft gehad die persoon te horen. 'Dat betekent een schending van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens', aldus de rechtbank.

De commissie-Van Traa vond dat het OM in deze zaak te weinig leiding gaf aan het onderzoek van de politie. De chef van de regionale Criminele Inlichtingendienst (CID) schoot eveneens tekort. De commissie-Van Traa is in het algemeen tegen het inzetten van burgerinfiltranten. Het is nog niet bekend of het Openbaar Ministerie in beroep gaat.

Gezien de gebruikte opsporingsmethode raadde de Centrale Toetsings Commissie (CTC) de officier al eerder af de Geesterense drugsbende voor de rechter te brengen. De officier ging echter in beroep bij procureur-generaal R. Gonsalves. Die vond dat het onderzoek al zo ver was gevorderd, dat het jammer zou zijn daarmee te stoppen.

Meer over