'Drugsbaron Cees H. kreeg 5 miljoen van Teeven'

Het Openbaar Ministerie heeft in 2001 ruim 4,7 miljoen gulden witgewassen voor drugscrimineel Cees H. Dat meldt Nieuwsuur. Minister van Justitie Ivo Opstelten stelde vorig jaar in de Tweede Kamer dat het om maximaal 1,25 miljoen gulden ging. Maar de precieze details van de transactie kon hij niet achterhalen, beweerde hij.

Minister van Justitie Ivo Opstelten Beeld anp
Minister van Justitie Ivo OpsteltenBeeld anp

Drugsbaron H. kreeg volgens Nieuwsuur op 10 september 2001 een bedrag van 4.710.627 gulden en 18 cent op zijn rekening gestort. De deal werd gesloten door toenmalig officier van justitie Fred Teeven, de huidige staatssecretaris van Justitie. Het programma baseert zich op 'meerdere documenten' en sprak met bronnen binnen het OM en het ministerie van Justitie.

Justitie houdt vol dat afschriften van de deal niet te achterhalen zijn. 'Er zijn geen bankafschriften meer als gevolg van verlopen bewaartermijnen en veranderingen van ICT-systemen. Er zijn ook geen andere documenten meer voorhanden.'

Afschriften waarop het genoemde bedrag valt af te lezen werden in de uitzending van Nieuwsuur niet getoond. Maar Jan-Hein Kuijpers, de advocaat van H., zei vanavond in Pauw wel in bezit te zijn van het bewuste 'bonnetje'. 'Ik kan bevestigen dat het bedrag dat in Nieuwsuur genoemd werd, klopt', aldus Kuijpers. Op verzoek van zijn cliënt maakt hij de afschriften niet openbaar.

'Allemaal lulkoek van Opstelten'

Minister Opstelten 'foezelt maar wat' in de zaak van zijn ex-cliënt Cees H., zei oud-topadvocaat Piet Doedens vorig jaar in een interview met de Volkskrant. 'Het was liegen en omzeilen. En de Kamer slikte dat.' Lees hier het interview.

'Onvoldoende herinnering'

Opstelten beweerde in maart vorig jaar in de Kamer dat het om een bedrag van 2 miljoen ging, waarvan het Rijk 750 duizend gulden inhield. Die informatie was onjuist en ambtenaren van de minister wisten dat, stelt Nieuwsuur.

Het ministerie van Justitie weerspreekt de berichtgeving. 'De bewering van Nieuwsuur dat de minister de Tweede Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over de schikking met Cees H. is onjuist. Ambtenaren binnen het Openbaar Ministerie en het departement hebben geen kennis van wat bij de afwikkeling van de schikking feitelijk zou zijn overgemaakt', stelt het ministerie in een geschreven reactie.

Ook Teeven kan geen opheldering bieden, schrijft het ministerie. 'De betrokkenen, onder wie de staatssecretaris, hebben onvoldoende herinneringen om onderbouwde uitspraken te kunnen doen over de financiële afwikkeling van deze schikking.'

Teeven schikte met H.

Een jaar geleden, eveneens na berichtgeving van Nieuwsuur, moest Opstelten in de Kamer uitleg geven over de omstreden deal. Volgens de minister had het OM in 1994 beslag gelegd op 5 miljoen gulden, geld dat H. met drugshandel zou hebben verkregen. In 2000 zou de waarde daarvan zijn gedaald tot circa 2 miljoen gulden, stelde hij op 13 maart in de Tweede Kamer.

In een poging een deel van het criminele geld te kunnen behouden, kwam Teeven in 2001 met H. tot een schikking. Het Rijk hield 750 duizend gulden, de rest werd teruggestort op de rekening van H. De minister concludeerde zodoende in het Kamerdebat dat het om een bedrag van 1,25 miljoen gulden ging.

Opstelten vorig jaar in de Kamer: 'Ik heb begrepen dat 2 miljoen altijd de basis is geweest waar het om ging. Dan kom je uiteindelijk op de feiten waar het over gaat: 2 miljoen, waarvan 750 duizend gulden naar de staat gaat en de rest naar de rekening van de meneer die in het akkoord staat.' Hij voegde eraan toe: 'U moet het met deze informatie doen. Dat is ook een kwestie van vertrouwen.'

Het betoog van Opstelten klopte niet, stelde de voormalig advocaat van H. Piet Doedens toen. 'Op 10 september 2001 heeft het OM bijna 5 miljoen gulden overgemaakt naar de derdengeldrekening van mijn kantoor. Ik heb er vervolgens voor gezorgd dat het op de rekening van mijn cliënt kwam', zei hij op 4 april in de Volkskrant. Ook Doedens zei toen nog in het bezit te zijn van de overschrijving.

Staatssecretaris van Justitie Fred Teeven in de Tweede Kamer. Beeld anp
Staatssecretaris van Justitie Fred Teeven in de Tweede Kamer.Beeld anp

Minister nuanceerde 'rekensom'

Een maand later kwam Opstelten op zijn woorden terug en schreef hij aan de Kamer dat de precieze details van de overeenkomst met H. niet te achterhalen zijn. De afschriften waren in de loop der tijd zoekgeraakt. Het bedrag van 1,25 miljoen nuanceerde hij in de brief: 'Dat is een rekensom die ik heb gemaakt tijdens het debat. Ik heb nooit gesproken over wat er feitelijk is overgemaakt.'

Het ministerie van Justitie bleef ook in een volgende brief in juni, na intern onderzoek, bij die conclusie: de afschriften zijn er niet meer. Dat is ook nu, na de berichtgeving van Nieuwsuur, het verweer. Justitie stelt: 'Zoals de minister op 3 juni aan de Kamer schreef, moet hij accepteren dat hij geen ultieme duidelijkheid kan verschaffen over de afwikkeling van de schikking en dat altijd de mogelijkheid blijft bestaan dat bankafschriften alsnog door derden worden overgelegd.'

De oppositie in de Tweede Kamer wil opnieuw opheldering van de minister. Opstelten heeft veel uit te leggen, stelt D66-Kamerlid Magda Berndsen tegen Nieuwsuur. 'Of de minister weet het echt niet, of hij weet het wel en dan heeft hij de Kamer onjuist geïnformeerd.' Berndsen wil opnieuw in debat met Opstelten. Ook oppositiepartijen ChristenUnie, CDA en SP willen de minister opnieuw spreken. Coalitiepartij PvdA wil allereerst dat de minister schriftelijk uitleg geeft.

Kijk hieronder het gehele debat van 13 maart met minister Opstelten in de Tweede Kamer terug. Het debat duurde toen ruim vijf uur. De antwoorden van Opstelten zijn te zien vanaf minuut 148. (Bron: debatgemist.tweedekamer.nl)

Meer over