Droom

Martin Bril..

Martin Bril

Wouter Bos opende woensdag om kwart over tien de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer met een bevlogen speech over de toekomst van Nederland. Hij was ontspannen, geestig, snel, scherp vol zelfvertrouwen: een atleet die lang op zijn kans heeft gewacht en nu, volkomen vanzelfsprekend, de hoofdprijs gaat grijpen.

Je moet durven.

Tijdens zijn speech werd hij door Maxime Verhagen en Mark Rutte veelvuldig in de rede gevallen. ‘Kijk ze nou staan, Buurman en Buurman’, schamperde Bos op een gegeven moment. Erg hard werd daar niet om gelachen, want de meeste Kamerleden zullen de van oorsprong Tsjechische kinderserie over twee klooiende beunhazen niet kennen. Maar mooi was de typering wel. Ook anderszins liet Bos zich niet van de wijs brengen. ‘Onzin!’ ‘U kletst!’ ‘Hou toch op!’ ‘Totale flauwekul!’ ‘Fabeltjes!’ ‘Slappe hap!’ ‘Tjonge wat zijn we zuur! Kom, meneer Rutte, u was de man van het optimisme, even volhouden!’ ‘Dat is lullig voor u!’

Verhagen en Rutte brachten twee wapens tegen Bos in stelling: de bejaardenbelasting en het H-woord (de beperking van de hypotheekrenteaftrek). Daarbij sprong vooral de bejaardenbelasting eruit. Zodra hij de kans had, liet Verhagen het woord uit zijn mond glippen. Hij kan dat overigens goed, iets wegmoffelen in een zin, maar er toch de nadruk op vestigen, een dodelijke opmerking terloops maken, daar is hij briljant in.

Hij had het trouwens ook over Bosbelasting – bejaardenbelasting is kennelijk al zo’n ingeburgerd begrip dat het door Bosbelasting kan worden vervangen. Maar Wouter liet zich niet van de wijs brengen door de pistolero van Balkenende: hij ontweek alle aanvallen door net te doen alsof hij niet wist van wie hij nou eigenlijk in de toekomst die bescheiden bijdrage (zoals hij de nieuwe belasting consequent noemde, een bescheiden bijdrage) gaat vragen.

En daar wilde Verhagen hem op vastpinnen. Wil Bos mensen die tussen de 35 duizend en 50 duizend euro hebben verdiend en naast hun AOW een pensioen van 15 duizend euro per jaar hebben opgebouwd nou extra gaan belasten of niet?

Bos deed alsof hij het niet hoorde.

Liever ontpopte hij zich als een visionair politicus, een man die aan de ene kant durft te dromen, maar die aan de andere kant met twee benen op de grond staat, en bovendien in direct contact met de mensen die tot hun knieën in de modder staan, in de oude wijken, in de zorgsector, in het onderwijs, in de fabrieken. Hij noemt ze ook graag bij naam en toenaam, die mensen; Rachel Haug uit Amsterdam, Leo Olffers uit Den Haag, Ahmed Marcouch uit Amsterdam Nieuw-West. En to top it off had hij ook deze uitspraak nog in huis: ‘Wie met twee benen op de grond staat, komt niet vooruit.’

Hij sloot zijn toespraak zo af: ‘Op 22 november ligt de keus voor. Nog 56 dagen. Acht weken. De grote vraag is dan: leggen we ons neer bij een Nederland waar de kloof tussen mensen die mee kunnen komen en mensen die het niet redden steeds groter wordt? Of gaan we proberen de Nederlandse Droom voor iedereen waar te maken? Wij kiezen voor het laatste.’

In de gedrukte versie van de toespraak, die al tijdens het uitspreken werd rondgedeeld, stonden daarna nog twee woorden: ‘De kiezer ook.’ Maar die woorden durfde Wouter Bos gisteren toch niet uit te spreken. Acht weken voor de verkiezingen de overwinning al claimen, zou inderdaad een unicum zijn geweest.

Meer over