bellen metNadia Ezzeroili en Hassan Bahara

‘Drillrappers uiten zich op een nare manier, maar hebben een behoefte om gezien te worden’

Volkskrantredacteuren Nadia Ezzeroili en Hassan Bahara doken maandenlang in de wereld van drillrappers. Om te begrijpen wat er onder die jongens leeft, maar ook om te ontdekken wat hen helpt.

Roekeloze Roan is een van de gevaarlijkste drillrappers van Nederland. Beeld YouTube
Roekeloze Roan is een van de gevaarlijkste drillrappers van Nederland.Beeld YouTube

Na de dood van de 18-jarige drillrapper Jay-Ronne Grootfaam, tikte Hassan Bahara zijn collega Nadia Ezzeroili op haar schouder. ‘Je moet hier naar kijken.’ De moord – een steekpartij – had een interessant element: er leek verband te zijn met rapnummers met gewelddadige teksten en videoclips, drillrap. Vergelijkbare incidenten stapelden zich in de maandan daarna op.

Na een maandenlange duik in de wereld van drillrap maakten Bahara, Ezzeroili en Daan Hofstee de podcast Kleine jongens steken niet. Want steken is alleen voor de echte durfallen, maar vaak zijn die ‘grote jongens’ zelf ook nog kinderen.

Wat vonden jullie zo interessant aan dit onderwerp?

Ezzeroili: ‘Dat die drillwereld in eerste instantie vrij ongrijpbaar lijkt. Het is een relatief nieuw fenomeen in Nederland, maar je zou het kunnen vergelijken met gangsterrap, een stroming binnen de hiphop die in de jaren negentig erg populair was onder jongeren. Daarin werden ook wapens en geweld verheerlijkt, maar dan bleef het vaak bij grote woorden. Maar de ruzies in de Nederlandse drillwereld hebben inmiddels ook daadwerkelijk geleid tot dodelijke steekincidenten. Die ruzies worden niet alleen in de teksten en op straat uitgevochten, maar ook op social media. Daar begint de ellende vaak’

Bahara: ‘Ik vond het vooral fascinerend dat er een link werd gelegd tussen geweld en muziek. Dat roept heel veel vragen op. Waarom die maskers en messen in de videoclips? Wat is dat taaltje dat ze spreken? Straattaal is nog wel redelijk te volgen, maar dit leek een heel soort geheimtaal. Wat is de link met werkelijk geweld? Dat wilden we goed uitzoeken.’

Wat vonden jullie het meest indrukwekkende interview?

B: ‘Voor mij is dat het interview met Erik Jongman, de psychotherapeut die voorbijkomt in aflevering 2. Dat is iemand die al jarenlang ervaring heeft met dit soort milieus en weet hoe de geschiedenis van deze jongeren ze heeft gevormd tot wie ze zijn. Dat interview gaf mij het gevoel alsof ik zelf bij hen op de bank zat. Maar ook het uitzoeken van de verhalen eromheen, die wij niet zozeer via interviews in de podcasts vertellen, vond ik heel tof. Roan W., waarover wij over praten in aflevering 1, is een van de gevaarlijkste drillrappers van Nederland. Maar zijn leven had heel anders kunnen lopen.’

E: ‘Ik vond het interview met Forrest Stuart, de Amerikaanse schrijver van Ballad of the Bullet, in aflevering 3, ook iets nieuws toevoegen aan dit verhaal. Bij drillmuziek wordt vaak gefocust op de rappers zelf. Maar wie geeft dat gewelddadig imago vorm? Stuart legt goed uit dat het niet per se de drillrappers zelf zijn die dat beeld bepalen, maar de mensen erom heen. De videoclipmakers bijvoorbeeld, die zelf niet uit een miserabel milieu komen en na het schieten van een clip weer terugkeren naar hun eigen veilige buurt.

Jullie podcast werpt de vraag op wat helpt: de harde hard op de korte termijn, zoals een messenverbod, of de zachte hand op de lange termijn, met initiatieven om deze en toekomstige jongeren meer te betrekken bij de samenleving. Wat is belangrijker?
B: ‘Ik snap heel goed dat mensen in bijvoorbeeld Amsterdam-Zuidoost, waar je veel problematische drillrapgroepen en messengeweld hebt, willen zien dat er direct en kordaat opgetreden wordt. Er wordt daar gevreesd voor het leven van kinderen. Tegelijkertijd is drillmuziek en messenbezit niet het grootste probleem waarmee deze jongeren zitten. Dat is de hele voorgeschiedenis aan sociaal-maatschappelijke ellende. Dat vinden sommige mensen misschien een politiek-correct, geitenwollig verhaal. Maar je moet oppassen dat je niet alleen aan symptoombestrijding doet. Als je alleen een messenverbod invoert, uiten deze jongens zich misschien weer op een andere manier.’

E: ‘In de podcast komen niet alleen korte- en langetermijnoplossingen aan bod, maar ook creatieve initiatieven om het toegenomen messenbezit onder jongeren en de geweldsverheerlijking tegen te gaan. Projecten van mensen die er heel dicht opstaan en hopen op verbetering. Een rapper bijvoorbeeld die een nummer maakt dat eigenlijk voldoet aan alle elementen van drillrap, maar uiteindelijk een urgente waarschuwing blijkt voor jonge drillfans die zich niet altijd lijken te realiseren wat de ernstige gevolgen kunnen zijn van uit de hand gelopen ruzies in de drillwereld. Dat soort initiatieven spreken mij het meeste aan. Een goed voorbeeld is de rapper Tur G, die recent het nummer Drill, dat is gangster uitbracht.

B: ‘Deze jongeren uiten zich in een hele nare vorm, maar hebben een behoefte om gezien te worden door de buitenwereld. Hun talent laten zien is een van hun belangrijkste drijfveren. In die ambitie zit een kans. Niet iedereen gaat ineens positief gestemde muziek maken, want de aantrekkingskracht ligt ook in het duistere van drillrap. Maar jongerenwerkers die met die drive aan de slag gaan, behalen wel resultaten.’

Jullie willen hoop houden, zeggen jullie in de podcast. Waarom is daar reden toe?
B: ‘De problematiek wordt gezien. Door politie, bestuurders, jongerenwerkers, het is niet zo dat niemand zijn vingers hieraan wil branden. We moeten zien of dat uiteindelijk verbetering brengt. Maar het stemt ergens hoopvol.’

E: ‘Ik kreeg vooral hoop bij een voetbaltoernooi dat twaalfjarige jongeren organiseerden om geweld tegen te gaan in Amsterdam-Zuidoost. Dat initiatief spoorde anderen in de buurt weer aan om zelf iets te organiseren. Een sneeuwbaleffect, zei een vader. Dat doen ze om hun eigen talent te laten zien, maar ook om de buurt bij elkaar te houden. Het is tragisch dat zoiets van twaalfjarige jongeren moet komen, maar ook ontzettend indrukwekkend.’

Meer over