Drie wereldrecords in aantocht

De atletiek bleef in 2013 verstoken van wereldrecords. Drie atleten kwamen wel dichtbij. Het lijkt een kwestie van tijd voordat Bodgan Bondarenko (hoogspringen), Renaud Lavillenie (polsstokhoogspringen) en Brianna Rollins (100 horden) de recordboeken openbreken.

Hoger dan Sotomayor in 1993

Bogdan Bondarenko liet de lat zonder schroom verplaatsen naar 2.46 meter. Hij voelde zich klaar voor de sprong van zijn leven. De wereldtitel was met 2.41 meter op zak, nu het wereldrecord nog.

De 24-jarige Oekraïner waagde drie pogingen in de avondlucht van Moskou. Steeds viel de lat omlaag. Maar vreemd genoeg leek elk foutsprong slechts een aankondiging van het onvermijdelijke: Bondarenko zal vroeg of laat het twintig jaar oude wereldrecord (2.45) van de Cubaan Javier Sotomayor uit de boeken springen. De laatste twee maanden deed hij 11 pogingen om de recordhoogte te verbeteren, de laatste eind augustus in Zürich.

Als Bondarenko springt, lijkt vliegen gemakkelijk. Volgens hoogspringcoach Rini van Leeuwen heeft hij 'de perfecte, klassieke manier van springen'. Er zijn weinig hoogspringers die de eens revolutionaire Fosbury-flop zo natuurlijk laten ogen. Zijn techniek is lesmateriaal. De ruime bocht van de aanloop, de snelheid van de laatste passen, de soepele afzet, de verre afstand tot de lat en ruime passage: hoogspringliefhebbers zien in zijn bewegingen lyriek.

Veel minder dan Sotomayor vertrouwt Bondarenko op kracht. De Cubaan kwam vooral tot grote hoogtes dankzij zijn krachtige knieën en sterke enkels (waaraan hij geregeld geopereerd werd). Bondarenko probeert fysieke problemen te voorkomen door weinig te springen. Bij de WK in Moskou had hij slechts vier sprongen nodig voordat hij zich waagde aan het wereldrecord. De rechterenkel en -heup zijn kwestbaar.

Toch denkt Van Leeuwen dat de lange atleet een halve meter boven zijn eigen lengte kan uitstijgen: 2.47. Hij sluit zelfs 2.50 niet uit. Aan de techniek van Bondarenko zal het niet liggen. 'De bottleneck wordt de timing.'

Sneller dan Donkova in 1988

Brianna Rollins was nog niet geboren toen de Bulgaarse Yordanka Donkova de 100 meter horden afraffelde in 12,21 seconden, maar op YouTube heeft ze de schokkerige beelden van het wereldrecord uit 1988 bekeken. 'Behoorlijk snel', oordeelde ze.

Dat is de 22-jarige Amerikaanse ook. Ze werd dit jaar studentenkampioen op de 100 meter horden en 200 meter. Bij de Amerikaanse kampioenschappen zorgde ze vervolgens voor een schok. Ze won de titel in 12,26, een Amerikaans record. De kleine jonge vrouw (1.65 meter) met de weelderige haardos stond plotseling derde op de ranglijst aller tijden.

Haar tijd was de snelste in 21 jaar. Ze was in een klap olympisch kampioenen als Gail Devers, Dawn Harper en Sally Pearson voorbijgestreefd. Ze wist alleen nog twee Bulgaarse vrouwen en een Russin voor zich, atletes uit een omstreden dopingtijdvak.

Een wonderkind werd ze in Amerika prompt genoemd. De meeste hordenlopers pieken tussen de 25 en 30, vanwege de technische complexiteit van het onderdeel. Rollins lijkt er lak aan te hebben. De hindernissen van 83 centimeter vormen voor haar geen sta in de weg. Ze neemt ze zonder hapering of vrees.

Misschien had de Australische olympisch kampioen Sally Pearson haar in gedachten, toen ze er eerder dit jaar voor pleitte de horden te verhogen naar 91 centimeter. Ze vindt dat het onderdeel technischer moet worden. Het moet sprintsters zoals Rollins lastiger worden gemaakt. Op de 200 meter heeft de Amerikaanse een beste tijd van 23,02 staan.

In Moskou, waar ze haar eerste wereldtitel veroverde door Pearson achter zich te laten, zei ze hogere horden niet te vrezen. Maar ze hoopt dat die niet al te snel worden ingevoerd. Eerst moet het record van Donkova eraan.

Hoger dan Boebka in 1994

Voor Renaud Lavillenie ligt de gerechtigheid op 6.16 meter op hem te wachten. Als hij zichzelf met zijn polsstok over die hoogte lanceert, verdrijft hij Sergei Boebka uit de recordboeken. Dat is precies wat de voormalig atletiekgrootheid uit de Oekraïne naar zijn oordeel verdient.

Boebka heeft er persoonlijk voor gezorgd dat zijn opvolgers het moeilijker hebben dan hij. Als bestuurder van de IAAF liet hij de leggers waarop de lat ligt kleiner maken. Hij beperkte de tijd die atleten voor hun sprong hebben. 'De omstandigheden zijn niet hetzelfde als twintig jaar geleden, toen Boebka sprong', zei Lavillenie afgelopen maart, nadat hij zich bij de EK indoor bestolen waande.

De Franse olympisch kampioen was over 6.07 meter gesprongen. De lat was niet omlaag gevallen en hij dacht dat hij tweede stond op de ranglijst aller tijden, achter Boebka. Toen bleek dat de lat iets versprongen was. Hij lag aan een kant niet op de legger, maar op het metalen blokje waaruit de legger stak. De sprong werd afgekeurd, Lavillenie voelde zich geflikt.

Bij de Diamond League in Londen, exact een jaar na zijn olympische zege, wilde Lavillenie (26) wraak nemen. De lat ging naar 6.16 meter, 13 centimeter hoger dan zijn persoonlijke record. In 2011, toen hij zich bij de EK indoor in Parijs voor het eerst aan de hoogte waagde, had hij nog met een beleefde buiging naar de toekijkende Boebka om diens zegen gevraagd. Nu ging hij zijn gang.

Het begon te regenen. Lavillenie miste zijn eerst poging. Hij pakte een zwaardere stok, die hem hoger kan katapulteren. Hij miste weer. De regen viel in zijn ogen, waardoor hij bij opstijgen weinig zag. Hij gaf op, maar met een goed gevoel. Hij voelde dat hij Boebka eens een hak zal zetten. 'Het record was ver weg en dichtbij', zei hij. 'Ik weet wat ik moet doen.'

undefined

Meer over