Drie stipjes op de kaart bieden toegang tot Europa

Drie Italiaanse eilandjes, Lampedusa, Lampione en Linose, vormen de drempel van Europa voor Afrikaanse immigranten. Die trachten op alles wat ook maar een beetje drijft de Middellandse Zee over te steken....

Van onze correspondent Michaël Zeeman

Het eerste bootje verdient die naam niet eens. Twee torpedovormige luchtkussens, aan de voorkant naar elkaar toegebogen en bijeen gehouden door een laagje plastic op de bodem en aan de achterkant. Op die bodem ligt een plaatje multiplex ter versteviging van de op zichzelf beweeglijke constructie, achterin staat zo'n plaatje op zijn zij. Daar heeft – vermoedelijk? hopelijk! – een buitenboordmotor aan gehangen.

Dit exemplaar ligt aan een van de twee pieren van de haven van Lampedusa, de pier waar de kustwacht en de Guardia di Finanza, een overheidsdienst die de taken van de FIOD en de douane in zich verenigt, hun schepen aanmeren. Er liggen er meer van dit type, twee, drie, misschien vier: het is niet goed vast te stellen. Ze zijn stuk voor stuk lelijk beschadigd, lek, volgelopen met water en half gezonken. De pier van de haven van Lampedusa is op deze hoogte een scheepskerkhof, een verzamelplaats van onderschepte vaartuigen. Het woord 'onderscheppen' krijgt, oog in oog met al dit wrakhout, een nieuwe dimensie.

Met dit bootje zijn mensen uit Afrika gekomen, dwars over de Middellandse Zee. Hoeveel? Geen mens die het weet, geen mens die het ook echt weten wil. Tien, op zijn minst, misschien wel meer. Ze zijn, zeiden ze zelf toen ze in de armen van de kustwacht vielen, in elk geval met meer ingestapt, aan de kust van Libië of Tunesië, met meer dan waarmee ze aankwamen.

Het tweede bootje is een stuk groter, een lage, platte vlet, een meter of twaalf lang. In gezonde toestand rijst het onbeladen een centimeter of tachtig boven de waterspiegel uit. Onder het dek is een ruim zichtbaar, waar je hooguit in kan liggen. Wat zich daar nu in bevindt, is slecht te zien, want ook dit exemplaar staat vol water.

Hoeveel mensen hier op zaten toen de kustwacht het aanhield? De officieren van Puleo, een van de vaartuigen van de kustwacht dat even verderop ligt, zouden het niet kunnen zeggen. Zestig? Zeventig? Ze waren er slecht aan toe en ze hadden, zeiden ook zij, onderweg enkele passagiers overboord moeten zetten. Gestorven van honger, dorst, uitputting of hitte. Hoeveel dat er waren, wisten ze niet meer.

Lampedusa is het grootste van de drie Pelagische eilanden, een kleine archipel die in de eindeloze uitgestrektheid en leegte van de Middellandse Zee ligt, tussen Sicilië en de Noord-Afrikaanse kust. Die kust is dichterbij dan die van Sicilië, maar toch ook nog 167 kilometer ver. De haven van Agrigento, aan de zuidkust van Sicilië, van waaruit 's zomers een dagelijkse veerdienst op Lampedusa wordt onderhouden, is 205 kilometer ver. Het Libische Tripoli ligt op 335 kilometer. Twintig kilometer oostelijk van Lampedusa ligt het onbewoonde Lampione, 57 kilometer noordelijker het kleine Linosa.

Drie stipjes op de kaart, tussen Afrika en Europa. Afgelegen, ellendig geïsoleerd, maar wel de toegang tot een werelddeel.

Vrijwel iedere week wordt in de zee bezuiden Lampedusa wel een wrak scheepje gesignaleerd, afgeladen met uitgeputte en wanhopige Afrikanen. Somaliërs. Sudanezen. Maghrebijnen. Allemaal zijn ze op weg gegaan naar het beloofde land, Europa, waarvan Lampedusa de zuidelijkste drempel is. Ze worden gesignaleerd door de vissers van Lampdusa, die zich met hun kleine scheepjes niet al te ver uit de kust wagen, door de verkenningsvliegtuigen van de luchtmacht, door de helikopters of de schepen van de kustwacht. Het is telkens een hartverscheurend gezicht, maar de regelmaat reduceert het tafereel inmiddels tot eenkolomsberichten in de krant. Tot er doden aan boord zijn, tot er lijken aanspoelen. De foto's van de overbeladen pieremachochels, met grote aantallen mensen als trossen aan dek en op, ja, aan de reling hangend, vormen dan een schrijnende herinnering aan een overigens stille volksverhuizing.

Hoe radeloos moet je zijn om aan boord te gaan van zulk wrakhout?

Ten einde raad.

Het derde scheepje heeft zowaar een kajuit. Het is een klein voormalig vissersbootje, zoals ze vlak onder de kust van Afrika wel vaker worden gebruikt. Dit exemplaar heeft zijn tijd gehad. Het hout is rot, de reling deels afgebroken, er zitten scheuren in de romp en de kajuit is onttakeld.

'Het is eenvoudig de wet van de communicerende vaten', zegt luitenant Michele Niosi, commandant van de kustwacht van Lampedusa. 'Ons gaat het goed, hun gaat het slecht, en dan komt er een stroom op gang, van malessere, een slecht bestaan, naar benessere, welzijn.' Hij en zijn veertig manschappen hebben er een dagelijkse job aan. 'Wij patrouilleren onafgebroken', zegt Niosi, 'in de lucht en op het water en we gaan voorts af op meldingen van vissers. Zodra er iets gesignaleerd is, rukken we uit. Want onze primaire taak is het mensenlevens te redden. Dat is een wet van de zee.'

Voelt hij zich de portier van Europa? 'Nee, eerder de pleegzuster', zegt hij, en hij begint een college over de moraal van de zee en de plicht van de rijkdom.

Sedert 1997 zijn er onder zijn ogen ruim 20 duizend Afrikanen op Lampedusa beland; hoeveel meer er onderweg de geest gegeven hebben en in de golven zijn verdwenen, is niet bekend. 'Wij hebben in die jaren enkele tientallen lijken uit zee opgevist', zegt Niosi, 'maar dat aantal staat in geen verhouding tot wat de opvarenden zelf vertellen.'

Tot nu zijn er dit jaar 5723 vluchtelingen – clandestini heten ze hier, illegalen – aan land gebracht, verleden jaar waren het er 6365. Illegalen, allemaal. In stricte zin ongewenste vreemdelingen, die een voor een in aanmerking komen voor onmiddellijke uitzetting.

'Wat kun je doen?', vraagt Niosi. 'In het zeerecht is voorzien dat een schip een naam heeft, geregistreerd is en in een haven staat ingeschreven. Ieder schip heeft een kapitein, die verantwoordelijk is voor de opvarenden, verstekelingen incluis. Maar deze schepen hebben niets, ze komen nergens vandaan, niemand is verantwoordelijk en de opvarenden hebben geen papieren. Terugsturen zou onmenselijk zijn.'

Dat is goed te zien aan het vierde scheepje, een grote roeiboot waar met wrakhout een staketsel op is gezet, dat bedekt is met netten waarop takken en bladeren liggen. Die constructie is bedoeld om de passagiers althans een minimale beschutting tegen de meedogenloze zon te bieden. Op het dek liggen lege mineraalwaterflessen, de verpakking van een groothandelsvoorraadje smeerkazen – en weer die schoenen, kinderschoenen dit keer. Enkele weken terug maakten de beelden van dode kinderen aan boord van dit bootje grote indruk.

De gemeente Lampedusa probeert de toestroom zo goed en zo kwaad als dat gaat te kanaliseren. De drenkelingen en vluchtelingen worden opgevangen in een asielzoekerscentrum bij de airstrip, en zo gauw mogelijk verder gestuurd, naar Sicilië, naar elders in Italië. De zwaksten onder hen en de zieken en gewonden worden per helikopter naar het hospitaal in Palermo gebracht, want Lampedusa heeft zelf geen ziekenhuis.

'Dit is geen Lampedusaans probleem, dit is een Italiaans, ja, een Europees probleem', zegt Bruno Siragusa, huisarts en fungerend burgemeester van Lampedusa. Hij heeft veel werk gemaakt van wat je de sanitaire maatregelen aangaande de toestroom zou moeten noemen: ophalen, opvangen, isoleren en zo gauw mogelijk verder sturen. Want Lampedusa leeft hoofdzakelijk van het toerisme: in de zomermaanden verzevenvoudigt de bevolking van vijfduizend zielen er. En die beelden van berooide drenkelingen doen het toerisme en daarmee de economie van het eiland geen goed. Geen enkele vacantie vierende strandgangerof welvarende zonaanbidder heeft trek in het perspectief tijdens het zwemmen oog in oog met zo'n scheepje te komen, laat staan met op de golven dobberende doden.

Het vijfde scheepje is een vlot, een verzameling rommelig bijeengehouden planken en balken, met touwen bevestigd aan enkele lege olievaten. Zijn hier mensen mee overgestoken? Jawel, ook hier zijn mensen vanuit Libië vermoedelijk, mee de zee opgegaan. 'Ze vallen in handen van criminele bendes, die goed aan hen verdienen', zegt de commandant van de kustwacht. 'Ze worden veelal gesplitst in verschillende groepjes, families en dorpsgenoten gescheiden. Dat verklaart vermoedelijk de verhalen over de vele doden, want wij vinden verhoudingsgewijs weinig lijken.'

Of ze liegen, de overlevenden? 'Ze hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt en zijn vaak sterk getraumatiseerd. Het is niet aan mij om hen van leugens te betichten. Maar u weet, een lijk drijft en de Middellandse Zee wordt druk bevaren.'

Op dit moment verblijven er zo'n veertig illegale asielzoekers op Lampedusa, maar ze worden hermetisch afgezonderd gehouden. Burgemeester Siragusa zou het asielzoekerscentrum liefst nog verder op het eiland vestigen, ver uit het zicht. De doden worden ook niet op de begraafplaats van het dorp, een katholieke ten slotte, ter aarde besteld, maar ver weg, in Agrigento, of zelfs in Rome. De druk is zo al groot genoeg.

'De beste oplossing zou zijn wanneer de Europese Unie zich ermee zou bemoeien', zegt Siragusa. 'Die mensen komen immers niet naar Lampedusa, maar naar Europa. De Europese Unie zou werk moeten maken van opvangkampen in de regio, aan de andere kant van het water, en de immigratie moeten reguleren. Dat bespaart die mensen en ons een boel ellende. Maar Brussel is ver – en aan de overkant regeert kolonel Kadhafi, zoals u weet niet de meest toeschietelijke figuur.'

Meer over