Drie ministers, maar geen bestuurlijke vernieuwing

Terugkijkend leest de passage in het regeerakkoord als een grap: ‘het kabinet zal de bestuurlijke vernieuwing (...) met kracht ter hand nemen.’..

Philippe Remarque

Drieënhalf jaar later is niets terechtgekomen van de voorgenomen vernieuwing. Met Atzo Nicolaï huist reeds de derde minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninksrijksrelaties in de ruime werkkamer op Binnenlandse Zaken, waar hij aankondigt dat hij de enige concrete wijzigingen intrekt die het nog wél leken te gaan halen: een grotere rol van voorkeursstemmen en spreiding van de gemeenteraadsverkiezingen.

Hoe kan het anderszins toch krachtdadige ‘hervormingskabinet’ het op dit gebied zo af hebben laten weten? Daar is een eenvoudige reden voor: de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en diens portefeuille zijn uitsluitend gecreëerd om D66 te behagen. Het was een voorwaarde waaronder D66 het centrumrechtse kabinet aan een meerderheid hielp.

Eigenlijk wilden de grote partijen in het kabinet niet ingrijpend morrelen aan de politieke spelregels. Ook bij de PvdA was dat omstreden. In het regeerakkoord stonden desondanks de gekozen burgermeester en een nieuw kiesstelsel met regionale componenten, dat moeilijk viel uit te leggen. Thom de Graaf (D66), de eerste minister van Bestuurlijke Vernieuwing, bleek niet erg wendbaar bij de onderhandelingen achter de schermen. Toen de gekozen burgemeester sneuvelde in de Eerste Kamer, kreeg hij weinig steun van de coalitie én de eigen D66-fractie. De Graaf stapte op. Het CDA zag erop toe dat in het daaropvolgende Paasakkoord geen enkele concrete verandering werd vastgelegd. De nieuwe D66-minister Alexander Pechtold wist nog wel twee nieuwe adviesgremia buiten de politiek te lanceren: het Burgerforum komt met een nieuwe kieswet en de Nationale Conventie met een vergaande lijst van veranderingen in de politieke structuur. Maar het zijn slechts adviezen die het nieuwe kabinet niet hoeft te volgen. De grote partijen zijn het oneens over wat er moet veranderen.

Voor de burger is een dienstbare en efficiënte overheid veel belangrijker dan nieuwe politieke spelregels, vindt premier Balkenende. Daartoe tuigde het kabinet een mega-operatie op onder de naam ‘Project Andere overheid’ (PAO).

Minister de Graaf begon met onderzoeken en taakanalyses van de verschillende departementen. Al snel ontaardde het project om de overheid te verbeteren in een stroom van bureaucratische rapporten. De burgers vullen intussen nog steeds formulier na formulier in. Andere ministeries maken de rompslomp groter met nieuwe wetten (kinderopvang, zorg).

Controle-orgaan Actal constateerde vorig jaar dat ‘een individuele burger nog weinig verlichting van zijn administratieve lastendruk merkt’. Het kabinet erkende in maart dat hier een ‘extra slag’ moest worden gemaakt.

Toch veranderde er wat: dankzij ‘DigiD’ kunnen burgers online een kapvergunning of een uittreksel aanvragen. De zo talrijke vergunningen en inspecties worden samengevoegd. Er wordt gewerkt aan eenmalige gegevensverstrekking. Overheidsorganisaties als het Kadaster bieden handiger service. Het besef dat het beter kan en moet, is volgens de projectleiders nu overal doorgedrongen.

Philippe Remarque

Meer over