Reportage

Drie miljoen verlies op 'culturele hart' Roombeek

Het Balengebouw in Enschede moest na de vuurwerkramp het culturele hart worden van de wijk Roombeek . Woningcorporatie De Woonplaats stak 5 miljoen euro in het pand, maar moet het nu gedwongen verkopen. Verlies: tenminste 3 miljoen euro.

Merel Buiting
Het Balengebouw in Enschede. Beeld -
Het Balengebouw in Enschede.Beeld -

Het Balengebouw in Enschede moest na de vuurwerkramp het culturele hart worden van de wijk Roombeek . Woningcorporatie De Woonplaats stak 5 miljoen euro in het pand, maar moet het nu gedwongen verkopen. Verlies: tenminste 3 miljoen euro.

Wie het Balengebouw in Enschede betreedt, moet lopen over ruw cement en daarin gestolde voetafdrukken van bouwvakkers. Her en der ligt nog bouwmateriaal, elektriciteit ontbreekt. De vier etages hadden allang in gebruik moeten zijn als museum, theater of een andere culturele activiteit, maar de enige kleur komt van achtergebleven roodwit waarschuwingslint.

Al in de jaren negentig werd gesproken over een culturele bestemming voor het pand. Maar toen in 2000 het nabijgelegen vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks explodeerde en de wijk Roombeek in de as legde, kwamen de plannen stil te liggen. 'We hebben ons toen meteen op de wederopbouw van de wijk gestort', zegt Jeroen Hatenboer, wethouder cultuur, vastgoed en stedelijke ontwikkeling van Enschede. Al gauw deed het idee de ronde dat het Balengebouw, een in 1973 gesloten katoenspinnerij uit 1907, het culturele hart van de wijk moest worden. 'Het was zo'n beetje het enige gebouw dat is blijven staan.'

530 duizend euro

In 2007 leken de plannen van de grond te komen. Woningcorporatie De Woonplaats kocht het gebouw van de gemeente, die het zelf al voor een half miljoen had opgeknapt. De vriendenprijs: 530 duizend euro, met de voorwaarde dat het pand een culturele bestemming zou krijgen.

De corporatie sloot een overeenkomst met een stichting die van het gebouw een museum wilde maken voor de kunstenaar Jan Cremer, geboren Twentenaar. Nadat de gemeenteraad had ingestemd met het plan - en een startsubsidie verleende van een half miljoen euro - werd de verbouwing in gang gezet. De Woonplaats huurde architect Rem Koolhaas en architectenbureau Search in, die het gebouw voor 4,5 miljoen euro onder handen namen. Het pand werd op ingenieuze wijze 2,5 meter opgevijzeld en voorzien van glazen buitengangen.

In 2012 ging het mis. 'Op het moment dat we de samenwerkingsovereenkomst met de stichting Cremer Museum wilden tekenen, bleek dat die het geld niet bij elkaar kreeg', zegt Frans Kooiker, directeur van De Woonplaats. Hij probeerde vervolgens het pand te verdelen tussen Cremer en Theater Concordia, maar dat wilde het museum niet.

De Woonplaats besloot alleen verder te gaan met Concordia, maar daar stak gemeenteraad 'een stokje' voor. 'Die wilde niet dat zo'n grote culturele instelling zou verhuizen naar een plek buiten het centrum.' Waarmee het plan eind 2012 van de baan was.

Een tragisch gezicht

Op de buitenmuren van het Balengebouw is Jan Cremer nog te zien, vereeuwigd in terracotta gevelplaten, in de bekende pose van zijn klassieker Ik Jan Cremer. Een wat tragisch gezicht, beaamt Gerdien Gelderman van De Woonplaats, die een rondleiding geeft door het gebouw. Ze kijkt naar buiten, naar de moderne woonwijk die verrees na de ramp.

Aan de overkant van de weg bevindt zich het park met een monument met de namen van de slachtoffers. Een eindje verderop ligt Museum Twentsche Welle, dat in 2008 werd geopend. Alles lijkt een plek te hebben gekregen, behalve het Balengebouw.

Dat het historische pand nu al meer dan veertig jaar leegstaat komt volgens Hatenboer door de lage plafonds. 'Te laag voor veel huurders, gebouwd voor opslag van katoenbalen.'

Het wetsvoorstel dat minister Stef Blok van Wonen in juli 2014 indiende bij Tweede Kamer, dwong Kooiker het pand te koop te zetten. De woningcorporaties moeten van de minister terug naar hun 'kerntaak'. En daar hoort een duur cultuurcentrum niet bij.

De waarde van het gebouw is getaxeerd op 2 miljoen euro. Voor De Woonplaats betekent dat een verlies van zeker 3 miljoen euro. 'Dat kunnen we lijden, maar het blijft pijnlijk. Dat geld krijgen we nooit meer terug.'

Toch is de situatie volgens Kooiker niet uitzichtloos. Hij zegt in gesprek te zijn met een koper, van wie hij de naam niet wil onthullen. 'Denk aan kunst, onderwijs en innovatie.'

Op subsidie moet de koper niet rekenen. Wethouder Hatenboer: 'We hebben ons eigen Rijksmuseum en het Museum Twentsche Welle waar we ons al volop voor inzetten.'

Meer over