`Drie jaar geleden was hier niks¿

De streek heeft veel te bieden. Het groene, bergachtige landschap van de provincie Erzurum ligt aan een vogel- en vlindermigratieroute. Elke lente en herfst trekken 249 vogel- en vlindersoorten van Rusland naar Afrika en omgekeerd, langs de rivier de Çoruh. Nadat studenten van de Atatürk-universiteit ze in kaart hadden gebracht, werd de streek opgenomen op de IUCN-lijst van de tweehonderd belangrijkste ecologische gebieden van de wereld.


Milieu- en economiedocenten oordeelden daarop dat het de moeite waard was om de streek toeristisch te gaan ontwikkelen. Ze ontvingen 500 duizend euro van de UNDP en organiseerden een negendaags festival voor vogelaars met een pentatlon waarbij atleten kwamen hardlopen, fietsen, raften, kajakken en zwemmen.


Vervolgens brachten de initiators het historisch erfgoed in kaart - in Oost-Anatolië staan veel kerken, kastelen en kloosters uit de Georgische tijd. De cursus 'Omgaan met toeristen' werd aangeboden aan ondernemers die met geleend geld een restaurant of logement durfden te beginnen. 'Drie jaar geleden was hier nog niks', zegt Egemen. 'Nu heeft dit district twee hotels en drie pensions, en is er een in aanbouw.'


Het beperkte toerisme maakt de Çoruh-regio authentiek en aangenaam. We rijden door de Vallei van de Zeven Meren langs het Meer van Tortum, dat in de lente groen en in de herfst turqoise kleurt. Het is 8 kilometer lang en eindigt bij de watervallen van Tortum. Links is het dorpje waar Mehmet Gümüscü zijn forellenkwekerij bestiert, rechts is Saban Ata bij de waterval een terrasje begonnen.


De besnorde uitbater zet een schaaltje met kersen op tafel, waarschuwt voor rupsen en brult met zijn zware basstem boven het geraas van de waterval uit: 'Ik zet elke dag vuilnisbakken buiten, maar 's avonds zijn ze nog vrijwel leeg. Wij moeten leren met toeristen om te gaan, maar we moeten de toeristen hier ook leren dat ze niet zomaar hun afval in de waterval moeten gooien.'


Op het terras, dat uitzicht biedt over een glooiende vallei vol cipressen en granaatappelbomen, brandt een ijzeren potkacheltje met daarop een koffiepot en een hoge, verroeste kachelpijp. Saban heeft geregeld dat leden van de bergklimvereniging binnenkort een schoonmaakactie komen houden langs de steile rotswanden rond het water. 'Dat gaan ze jaarlijks herhalen', zegt de uitbater. 'Als we dat lang genoeg volhouden, zal hier uiteindelijk geen snippertje papier meer in de natuur te vinden zijn.'


De Tortum-rivier kronkelt door een indrukwekkende canyon in het karstgebergte. Voorbij Yusufeli, waar de weg zich splitst, komen twee rivieren samen. Er doet zich een wonderlijk natuurverschijnsel voor; het helderblauwe water van de Tortum mengt zich met de rode Narman Cay, die zijn kleur ontleent aan de metalen in het gesteente. Ze kolken verder als een schuimende melkchocoladerivier via Yusufeli en Artvin naar de Zwarte Zee. In beide plaatsen, langs de Çoruh-rivier, is Aydin Sirali een raftbedrijf begonnen. Hij deelt helmen en zwemvesten uit en neemt ons mee aan boord. En geeft slechts twee instructies: 'Doe wat ik zeg', en 'niet zwemmen als je overboord slaat - gewoon op je rug drijven en wachten tot we je oppikken'.


We varen urenlang en kilometers ver over het snelstromende water langs groene weiden en steile bergwanden. Af en toe stort de rubberboot een paar meter naar beneden. Het water gulpt in grote golven over de peddelaars, die het zingen onderbreken voor luidkeels gegil. 'Back, back, back!', roept Aydin, die zichzelf 'Lord of the River' noemt op zijn visitekaartje. De peddelaars doen wat hij hun opdraagt en peddelen uit alle macht achteruit. Zodra de koers is hervonden, wordt hard om het avontuur gelachen.


Tijdens een pauze op de rivieroever plukken we zoete, witte moerbeien en kleine komkommers waar we het stof van af spoelen in de rivier. De riempjes van de helmen schuren langs de zonverbrande halzen, een slang schiet weg onder de rotsen.


'De Çoruh-rivier is ideaal om op te raften omdat hij over 400 kilometer van 4.000 meter hoogte omlaagstroomt naar zeeniveau', zegt de 25-jarige raftgids Ali Yesilbag, die met behulp van de UNDP-subsidie een rubberboot en peddels kocht en ook al de cursus 'Omgaan met Toeristen' volgde. Van vrijwilliger bij Sirali's bestaande raftbedrijfje is hij nu zijn eigen onderneming begonnen. 'Het mooiste dat het programma mij biedt, is niet de boot', zegt hij. 'Ik heb geleerd dat je de economie naar je eigen hand kunt zetten. Eigen baas zijn, dat is het mooiste dat er is.'www.coruhoutdoor.com


Meer over