Drie hoeraatjes voor Greenpeace

PAUL VAN SETERS

In zijn column van 21 november haalt Bert Wagendorp hard uit naar Greenpeace: 'Probeer mij niet langer te paaien met loos spektakel, ik ben geen idioot. Verkoop die boten, get real.'

Bij Greenpeace zal men raar hebben opgekeken van de argumenten waarop zijn kritiek is gebaseerd. 'Ik heb de afgelopen tijd maar weinig meer gelezen over de reden voor Greenpeace's aanwezigheid boven de poolcirkel. De actie en de gevolgen daarvan hadden het doel ervan volledig ondergesneeuwd. De vermaledijde Russen waren het item geworden, niet langer de olieboringen.'

Daarom moet Greenpeace volgens Wagendorp ophouden met die traditionele acties ('stoerejongensgedoe in rubberbootjes') en zich richten op meer eigentijdse vormen van actievoeren. Als lichtend voorbeeld noemt hij het Amerikaanse Natural Resources Defense Council (NRDC), dat zijn geld steekt in 'onderzoekers, lobbyisten en advocaten' in plaats van in 'het van de buitenkant beklimmen van een wolkenkrabber'.

Op drie punten slaat Wagendorp de plank behoorlijk mis. In de eerste plaats verwijst hij naar het aantal donateurs van Greenpeace, maar hij verwart het aantal in Nederland (ongeveer een half miljoen) met het aantal wereldwijd (een kleine twee miljoen). Met zijn uitdrukkelijke verwijzing naar het aantal donateurs van NRDC (anderhalf miljoen) schiet hij daarom in eigen voet.

In de tweede plaats is er iets merkwaardigs met Wagendorps bewering dat het grote publiek zou zijn afgeleid door het gedoe rond de actievoerders en niet meer op de hoogte zou zijn van de eigenlijke milieubeschermingsdoelen. Hoe weet hij dit zo zeker? Ik heb een onderzoekje gedaan in eigen omgeving, en de vraag gesteld wie op de hoogte was van het doel van de 'Arctic 30'. Zowel in een groepje vrienden van mijn zoon (N=6, gemiddelde leeftijd 14) als onder mijn studenten (N=35, gemiddelde leeftijd 21) blijkt hetzelfde: ongeveer de helft weet wel degelijk waarom de Arctic 30 actie voerde in de Noordelijke IJszee.

In de derde plaats besteedt Wagendorp geen aandacht aan het belangrijke lobby- en advieswerk van Greenpeace. Het fraaiste voorbeeld is de rol die directeur Sylvia Borren van Greenpeace Nederland heeft gespeeld bij de totstandkoming van het Energieakkoord. Dat akkoord is van historische betekenis.

Onder leiding van SER-voorzitter Wiebe Draijer is maandenlang intensief onderhandeld. Uiteindelijk werd het akkoord ondertekend door kabinet, sociale partners en meer dan veertig maatschappelijke organisaties. Hierover schreef de NRC dat organisaties als Greenpeace hun lobbykoers hebben verlegd en vaker verbinding zoeken met het bedrijfsleven.

Met andere woorden, terwijl Bert Wagendorp even niet oplette, was Greenpeace druk bezig Nederland op een nieuw spoor te zetten. Daarom nu allemaal tegelijk: drie hoeraatjes voor Greenpeace.

Paul van Seters is hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling aan de Universiteit van Tilburg.

undefined

Meer over