Drie dingen die 't 'm doen

Het is een spel en wie het speelt doet vondsten. Nieuwe vindingen zullen niet veel worden gedaan, maar oude worden teruggevonden....

Alles wat men te eten maakt - een maaltje of voedsel voor onderweg - mag uit maar hooguit drie ingrediënten bestaan. Zout, olie of bakvet en water tellen in het spel niet mee als ingrediënt.

Waarom zouden we ons beperken? Omdat we verwende nesten zijn met een luxeprobleem. We kunnen alles kopen en alles is te koop.

Het maakt dat we in het wilde weg ingrediënten tegen elkaar aangooien zonder te letten op smaak en eigenschappen van de afzonderlijke producten. Het is de terreur van veel en het begint al bij kinderen.

Geen kind komt op het idee om onderin een ijsje nog eens een handje snoepjes te doen. IJsjesfabrikanten zijn er niet om de beste ijsjes te maken, ze willen geld verdienen met telkens iets nieuws dat begeerte wekt.

Dus zitten onder in kinderijsjes waar kinderen nooit om vroegen, kleine snoepjes in alle kleuren. Zo wordt het ijsje, ooit het toppunt van genot, tot een hinderlijke koude barrière waar je zo snel mogelijk doorheen moet likken om bij de snoepjes te kunnen. Het ijsje is werk geworden dat wordt beloond.

In de dure eethuizen gaat het er niet anders aan toe.

Vijf of meer heerlijke producten worden samen tot een kunstig werkstuk bijeengeplakt op een groot bord. De gast moet het behoedzaam slopen en dat is iets heel anders dan smullen.

Men spreekt in restaurantrecensies van waagstukken als met voedsel wordt geknoeid. Niet zelden vindt de schrijver het vies. Om dat te laten weten heeft hij erg veel woorden nodig: 'De jeneverbeshoutsnippersgerookte makreelmousse overheerst in deze combinatie de fijne smaak van de gepofte oesters, waarbij het de huisgemaakte marshmallowpuree niet lukt om de uitersten te overbruggen.'

Het zijn eigenlijk allemaal variaties op het patatje oorlog.

Het spel van drie is een zoektocht naar geluk, en het kan al met twee.

Goede haring bij een goede haringboer (ze knijpen 'm allemaal voor het Algemeen Dagblad, dat binnenkort weer de jaarlijkse haringtest publiceert en de smeerlappen scheidt van de meesterharingsnijders).

Aan een goede koele haring kan vrijwel niets verbeterd worden. Maar lees er Eten is een ambacht op na van Johannes van Dam. Een streng boek over hoe hij smaken moet. Een beetje versgemalen peper over de haring. Die peper maakt niet dat de vis naar peper smaakt, nee peper 'verhoogt de fijne smaak van de haring'. Ja dat kan. Peper is gedienstig.

Het toppunt van genieten en toch maar drie dingen: vers wit brood van een goede bakker, liefst nog warm, al zal het moeilijk te snijden zijn. Koude haring erop, peper erover en geen seconde wachten met eten. Geen ober, geen hoofdschotel, geen Michelinhuis kan ertegenop. En wat een tijdwinst.

Meer over