Drempelvrees door uithuilimago

EEN georganiseerde vorm van goed burgerschap. Zo ziet Slachtofferhulp Nederland haar eigen werk. Aandacht en praktische steun voor slachtoffers, getuigen of nabestaanden....

Ellen de Visser

De vrijwilligers ondergaan een strenge selectie. Ze moeten levenservaring hebben, goed kunnen luisteren en stevig in hun schoenen staan. 'We hebben ze van huisvrouw tot ex-financieel directeur van een ziekenhuis', zegt De Neeve. Ze krijgen een verplichte opleiding waar ze onder meer leren hoe ze verzekeringspapieren invullen, hoe een slachtoffer zich kan voegen in een rechtszaak, wanneer ze het Schadefonds Geweldsmisdrijven inschakelen.

De vijftienhonderd vrijwilligers van Slachtofferhulp helpen nu jaarlijks bijna honderdduizend slachtoffers. De organisatie, die in 1984 begon met vier bureaus en twee ton subsidie, is uitgegroeid tot een professionele vereniging met 75 bureaus, 250 beroepskrachten en een begroting van 18 miljoen gulden. Het slachtofferdenken heeft in die periode een hoge vlucht genomen. Tot begin jaren tachtig ging de meeste aandacht van politie, justitie en media uit naar daders. Toen de vrouwenbeweging aandacht opeiste voor slachtoffers van seksueel en huiselijk geweld en de mondigheid van de burger toenam, kwam in die houding een kentering.

De Wet Terwee, die onder druk van Slachtofferhulp in 1995 werd ingevoerd, heeft de positie van slachtoffers versterkt. De wet geeft hun het recht om in een strafzaak een schadevergoeding van de dader te eisen.

De laatste tijd heeft de enorme aandacht voor zedenzaken en zinloos geweld het slachtofferschap echter tot een 'hype' gemaakt, zegt S. Beumer, hoofdredacteur van Puntkomma, het nieuwe blad van Slachtofferhulp waarvan het eerste nummer bij de jubileumviering wordt gelanceerd. 'We moeten ervoor waken dat mensen de aandacht voor slachtoffers niet beu worden.'

Hoewel de naamsbekendheid en de autoriteit van Slachtofferhulp is gegroeid, meent De Neeve dat het imago nog verbetering behoeft. 'Te veel mensen denken dat ze alleen bij ons terechtkunnen om uit te huilen. Dat zorgt met name bij allochtonen en jongeren voor een soort drempelvrees. In allochtone culturen heerst de opvatting dat je je gevoelens niet met vreemden deelt. Jongeren zijn al snel bang om voor gek te staan.'

Volgend jaar wordt in drie regio's een project opgezet voor allochtone slachtoffers. Geprobeerd wordt om meer jonge vrijwilligers te werven, zodat jongeren zich sneller door de organisatie voelen aangesproken.

De Neeve vindt daarnaast dat vooral de informatievoorziening aan slachtoffers de komende tijd aandacht verdient. 'Het is aan slachtoffers best uit te leggen waarom de dader slechts een taakstraf krijgt of waarom de rechtszaak is uitgesteld. Maar je moet wel de moeite nemen om ze dat te laten weten.

'Het gebeurt nog te vaak dat slachtoffers te horen krijgen: meneer, hou toch op, het had allemaal veel erger kunnen zijn', aldus De Neeve.

Meer over