Drek, 'het vanitas-attribuut bij uitstek'

DE tweede bundel in Gerrit Komrijs 'Sandwichreeks' heet De drekpoëten. Op grond van die titel verwacht je een verzameling obscene vaderlandse gedichten uit de hele vroegmoderne periode, maar Komrij wil de naam drekpoëten uitsluitend reserveren voor viespeuken die publiceerden in de eerste helft van de achttiende eeuw....

Ook is wel gesuggereerd dat deze laatste generatie poep-en-seksdichters meer antigodsdienstig zou zijn geweest dan de voorgaande, maar daar wil Komrij nu juist weer niet aan. Dichters als Salomon van Rusting en Hermanus van den Burg bezongen de onderkant van het lichaam niet per se om zich af te zetten tegen preutse godsdienstijveraars. Integendeel bijna: waar zij de smerigheid en vergankelijkheid van al het lichamelijke bezongen, verwezen ze stilzwijgend ook naar het hogere. Poep was voor deze gereformeerden, zoals Komrij het samenvat, 'het vanitas-attribuut bij uitstek'.

Dat tekent wel ook meteen de historische afstand. Sommige van de verzen lijken in hun smakeloosheid nu eerder flauw dan gekruid. Het slot van een sonnet over alchemisten en kooplieden, van wie de laatsten daadwerkelijk goud toveren uit 'uitheemse stront en drek', werd waarschijnlijk ook in zijn tijd niet meer verrassend gevonden, maar had toen waarschijnlijk nog de slagkracht van een aansprekende moraal. Originelere variaties op hetzelfde thema blijven grotendeels op het niveau van de boertige lolligheid hangen. 'Rook stront, en spaar je geld. Tabak is ongezond', rijmt Van Rusting in de slotregel van 'Ey waarom rook je'.

Toch maken dichters als hij soms juist een opvallend moderne indruk, vooral waar ze het nu eens niet over fecaliën en de vleselijke liefde hebben. Onderwerpen die door tijdgenoten steevast in een epische en bloemrijke stijl werden behandeld, mochten de drekpoëten wel eens aangrijpen om hun zin voor directheid en fysieke details uit te leven. Een hoogtepunt in deze soort is Van Rustings 'Vuurangst op 't Water', over een Engels-Spaanse zeeslag. Van Rusting, in het dagelijks leven chirurgijn, kon zich de verschrikkingen levendig voor de geest halen en heeft ze aansprekend op rijm gezet: 'T Bloed borlt de zinkende uit de wonden en de mond!' En:

Die niet in Zee vergaat, of door een wolk van vonken

Op Buskruitvlerken naar de lucht werd opgezet,

Werd met een Enterbijl de kop vaneen geklonken

Of, tussen Schip en Boot, door 't deinzend nat verplet.

Meer over