DRAMA Savages ***

Regie Oliver Stone. Met Blake Lively, Taylor Kitsch, Aaron Johnson, Salma Hayek, Benicio del Toro, John Travolta. In 65 zalen.

BOR BEEKMAN

Savages begint met een waarschuwing van de vertelstem, die toebehoort aan de Californische beachbabe Ophelia, roepnaam O. (Blake Lively). Dát ze ons toespreekt, zegt ze, betekent niet automatisch dat ze aan einde van haar verhaal - oftewel: de film - nog leeft. 'Ik kán ook op de bodem van de zee liggen. Ja, zo'n soort verhaal is het.'

Noem het metafysisch, postmodern, of een sprookje, maar Oliver Stone voegt een wonderlijke einddraai toe aan zijn verfilming van de bestseller van misdaadschrijver Don Winslow. Alsof de filmer inziet dat elk denkbare afronding van zijn heerlijk hapklaar gestileerde gangsterpulp een cliché is, of wel moet zijn, en hij de kraan (of kranen) dan maar volledig opendraait. Denk: verraad (veel), wapens (nog meer), maar ook liefde en een tragisch én happy end. Het past bij O., de vertelster, die de opties graag openhoudt en in Savages twee mannen bemint: een ruwe en een zachte.

Dat zijn de beste vrienden Ben en Chon (Aaron Johnson en Taylor Kitsch), die een hedonistenvilla bewonen te Laguna Beach. De eerste is een relaxte hippie botanicus en strandgod, de tweede een gestresste oorlogsveteraan en strandgod. Tezamen vormen ze de meest succesvolle wiethandelaars van Californië en omstreken.

Dat valt op over de grens, waar een door gangsterweduwe Elena (Salma Hayek) aangevoerd drugskartel een overnameaanbod doet middels een videoboodschap vol afgezaagde hoofden. 'Is dit Irak?', vraagt Chon. 'Nee, Mexico', zegt O.

Zo moet het trio, dat het bij hun metier behorend geweld voordien beperkte, nu serieus aan de bak: vuurgevechten, afrekeningen, over en weer gekidnap. Het verloop van de strijd vormt de ruggegraat van Stone's film, die in stijl doet denken aan het meer hallucinante deel van zijn oeuvre; Natural Born Killers en U Turn. Veel van de lol van Savages schuilt in de wijze waarop de bedrijfsvoering van de kartels wordt gepresenteerd. Van de idealistische hippiedealers ('Boeddha zou dit niet oké vinden'), die ook mediwiet leveren, tot de rigide werkwijze van de Mexicanen, waar doorgeslagen wreedheid vooral de eigen gelederen decimeert.

Stone karakteriseert Ben, Chon en O. vlak, als simpele narcistische zielen, wat gaandeweg wel wat gaat vervelen. Gelukkig mogen bijpersonages scènes stelen. Zoals Benicio del Toro, met kampioenssnor, als methodische killer in dienst van het Mexicaanse kartel. En John Travolta als corruptste DEA-agent ooit, met thuis een zieke vrouw.

Volstrekt amorele types, die toch ook wel weer menselijk zijn.

undefined

Meer over