Reportage

Doxing: hoe online dreigementen hun weg vinden naar de fysieke wereld

null Beeld Justin Metz
Beeld Justin Metz

Bijna iedereen heeft een lang spoor van persoonsgegevens achtergelaten. Steeds vaker worden die data gebruikt om mensen te intimideren. Deze vorm van intimidatie, of doxing, is ronduit traumatisch – en vooralsnog amper te vervolgen.

Twee maanden lang kreeg Christine dagelijks telefoontjes van onbekende nummers en meldingen van inlogpogingen op haar Twitter- en Facebookaccounts. En dat was nog maar het begin, vertelt de dertiger begin januari aan de keukentafel in haar flatwoning. Via sociale media ontving ze een eindeloze stroom privéberichten met beledigingen over haar uiterlijk. Dat ging zelfs zo ver dat ze telefoontjes en mails kreeg van diëtisten en plastisch chirurgen. Onbekenden hadden haar e-mailadres en telefoonnummer achtergelaten in hun contactformulieren.

‘Dat vond ik vooral vervelend voor die bedrijven, die mensen doen ook maar hun werk’, zegt Christine. ‘Zelf dacht ik: ze proberen me alleen maar te beledigen. Alsof ze denken dat ik niet weet dat ik dik ben. Ik heb thuis een spiegel. Ik schaam me er niet voor.’

Christine was het slachtoffer van doxen, het ongevraagd delen van privégegevens op internet. Doxen is een begrip dat in de jaren negentig in de hackerswereld ontstond en slaat op het bijhouden van ‘docs’ (documenten) met persoonlijke gegevens van vijanden, ideologisch of anderszins. Het uiteindelijke doel van doxen is mensen zodanig intimideren dat ze hun activiteiten staken.

Een aantal recente en prominente gevallen van doxing versterken de indruk dat het fenomeen wijder verspreid raakt, alsof het een vruchtbare bodem heeft gevonden in de politieke en culturele polarisatie van de afgelopen jaren. Thierry Baudet van Forum voor Democratie plaatste vorige week de gegevens online van een stembureauvoorzitter met een GroenLinks-achtergrond, waarop deze nare mails en telefoontjes ontving. Afgelopen weekend vonden verschillende twitteraars bij hun voordeur stickers van Vizier op Links, een anoniem account dat linkse opiniemakers, activisten en politici het werken en leven onmogelijk probeert te maken. ‘Deze locatie wordt geobserveerd door volgers van Vizier op Links’, stond erop. De SP stelde Kamervragen over de actie.

Om het effect van dit soort intimidatietechnieken te onderzoeken, sprak de Volkskrant de afgelopen maanden met meerdere slachtoffers. Mensen die hun huisadres op internet terugzagen, komen in dit artikel uit privacyoverwegingen niet aan het woord. Elk detail van hun verhaal zou een aanknopingspunt kunnen vormen voor een nieuwe barrage van doxing en intimidatie.

Christine is uitgesproken links-activistisch, iemand die haar strijd tegen racisme en seksisme niet onder stoelen of banken steekt. Vooral op Twitter deelt zij graag haar opvattingen en gaat zij vol de strijd aan met radicaal-rechtse types die in haar ogen niets geven om gelijkwaardigheid. Een tijdje geleden hekelde ze de intimidatietactieken van rechtse twitteraars die linkse mensen probeerden te doxen. Niet lang daarna kwam ze in het schootsveld van het account Vizier op Links, dat ruim 16 duizend volgers heeft.

Om aan te tonen dat het linkse milieu van corruptie en hypocrisie aan elkaar hangt, diept Vizier op Links geregeld openbare informatie op – denk aan arbeidsverleden, woonplaats en familiebanden – en plaatst die door op Twitter. Zulke tweets staan vaak garant voor een bombardement aan bedreigingen en scheldkannonades aan het adres van de gedoxte persoon.

Eén tweet van Vizier op Links was genoeg om Christine aan een wekenlange treitercampagne bloot te stellen. Het account noemde haar met naam en toenaam, plaatste haar foto en vermeldde haar woonplaats – vervolgens deden het account of zijn volgers de rest. Hoe haar telefoonnummer precies bekend werd, weet Christine niet. Ze vermoedt dat ze het ergens in het verleden op een site heeft ingevuld.

‘De eerste dag dat ik werd gebeld, kon ik het nog hebben’, zegt Christine. ‘Dag twee werd het wat irritanter. Maar op dag drie was ik er helemaal klaar mee. Die belletjes vond ik echt niet fijn, maar toen ze ook aan mijn PayPal-account probeerden te komen, dacht ik: dit gaat te ver.’

Nadia Bouras, docent sociale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, is een van de twitteraars die bij haar voordeur een sticker van Vizier op Links aantrof met daarop de mededeling dat zij wordt ‘geobserveerd’. Op Twitter is zij geregeld slachtoffer van intimidatie vanwege haar uitgesproken antiracistische standpunten.

‘Ik zag Vizier Op Links staan en wist meteen: dit is voor mij’, zei Bouras eerder tegen de Volkskrant over het moment dat ze in het bijzijn van haar gezin de sticker in de gaten kreeg. ‘Ik moest mijn best doen om niet in paniek te raken voor de kinderen. Ik ben echt wel wat gewend op Twitter, maar nu kwam het ineens mijn privédomein binnendenderen.’

Vizier op Links stelde op Twitter dat de stickers ‘ludiek en vrij verkrijgbaar’ zijn via de eigen website met merchandise. ‘Beetje ingewikkeld om ons ieder individueel stickertje aan te rekenen.’

Inmiddels zijn er minstens vier politieaangiften tegen Vizier op Links gedaan vanwege intimidatie. Naast Bouras komen die van de links-feministische schrijver en muzikant Aafke Romeijn (Vizier op Links riep op om vijftig stickers in Romeijns postcodegebied te plakken), GroenLinks-politicus Huub Bellemakers, die ook een ‘observatie’-sticker bij zijn woning aantrof, en Paul van den Berg, een politiek adviseur van de ontwikkelingsorganisatie Cordaid, van wie onder meer het huisadres door volgers van Vizier op Links online werd geplaatst.

Vizier op Links is tevergeefs om een reactie gevraagd op de aangiften en of het account zich schuldig maakt aan doxing.

‘Ik kon nauwelijks nog werken’, zegt Christine over het onophoudelijke stalken dat ze te verduren kreeg na de tweet van Vizier op Links. Het voelde voor haar als een collectieve, gecoördineerde actie. Ze is nog altijd bang dat het haar weer overkomt. Daarom is ze ook veel voorzichtiger geworden in haar online gedrag. Foto’s waaruit haar exacte huisadres kan worden opgemaakt, plaatst ze niet meer. Haar telefoonnummer dat op een bepaalde site vermeld stond, heeft ze laten verwijderen.

Christine is zo voorzichtig geworden dat ze eerst wil checken of de Volkskrant-auteurs die haar benaderen wel echt zijn wie ze zeggen te zijn. Ze wil haar verhaal alleen doen onder de voorwaarde van anonimiteit.

‘Er zijn nog steeds mensen die zich vervelen’, zegt Christine, ‘en als ze dan weer wat zien voorbijkomen, kunnen ze weer beginnen.’

‘Pure intimidatie’

Doxing heeft niet per definitie een politieke kleur. Het is niet voorbehouden aan radicaal-rechtse Twitteraccounts. Ook ter linkerzijde wordt het als middel ingezet. Bekend voorbeeld is hoe oud-GroenLinks-Kamerlid Wijnand Duyvendak in de jaren tachtig, toen het nog geen doxen heette, in het krakersblad Bluf! de adresgegevens publiceerde van ambtenaren die plannen zouden hebben een kerncentrale te bouwen. Bij een van hen werd als gevolg van de publicatie een poging tot brandstichting bij zijn woning gedaan.

Een iets recenter voorbeeld van doxen door links vond plaats in Amerika. Daar is het een sport om vermeende neonazi’s en complotdenkers te ontmaskeren die meelopen in extreem-rechtse protestmarsen of die afgelopen januari betrokken waren bij de bestorming van het Capitool in Washington.

Maar in Nederland is doxen op het moment nadrukkelijk een radicaal-rechtse bezigheid, waarvan Vizier op Links het duidelijkste voorbeeld is. In radicaal-rechtse Telegramgroepen gaat ook al een tijdje een uitgebreide adressenlijst rond met daarop de huisadressen van ‘linkse’ journalisten en ministers. In een van deze groepen, De Bataafse Republiek (vijfduizend leden), gaat de lijst gepaard met een oproep om een ‘burgerwacht’ te vormen die de genoemde personen ‘geweldloos’ op non-actief kan stellen.

En dus ook politici uit radicaal-rechtse hoek maken zich schuldig aan doxing. Toen FvD-leider Baudet het telefoonnummer van een GroenLinkse stembureauvoorzitter op Twitter deelde, gaf hij een voorzet aan zijn volgers. Die plaatsten de tweet door met de hashtag #verkiezingsfraude.

Hoewel het hier om openlijk beschikbare informatie gaat – de contactgegevens van de voorzitter stonden online – werd Baudet door andere twitteraars herhaaldelijk verzocht het bericht weg te halen. ‘Dit is pure intimidatie’, twitterde GroenLinks-leider Jesse Klaver. ‘Haal deze tweet weg.’ Baudet gaf daar geen gehoor aan, uiteindelijk moest Twitter er zelf aan te pas komen om het bericht te verwijderen.

null Beeld Justin Metz
Beeld Justin Metz

‘We zijn dichterbij dan je denkt’

Hij is aan het werk als Dirk in 2017 een bezorgd appje van zijn vrouw krijgt. Het is de foto van een brief, aan hem gericht. ‘Je krijgt na ontvangst drie dagen de tijd om op je Twittertijdlijn iedereen die je uitgescholden hebt excuses aan te bieden’, staat in dikgedrukte letters geschreven. ‘Denk erom: we zijn altijd dichterbij dan je denkt.’

Dirk, een veertiger die werkzaam is in de ict, snapt eigenlijk nog steeds niet waarom iemand de moeite nam om uitgerekend hem – een niet-publieke figuur met nauwelijks maatschappelijke invloed – de stuipen op het lijf te jagen. Ja, op Twitter kan hij zich zo nu en dan opwinden, vertelt hij in zijn met vintage meubels ingerichte rijtjeshuis. Vooral rechtse politici als Baudet en Wilders kunnen hem het bloed onder de nagels vandaan halen. Op zulke momenten wordt hij naar eigen zeggen ‘activistisch’.

‘Nou, wel iets meer dan activistisch’, zegt zijn vrouw Sylvia vanuit de keuken. ‘Je zoekt wel de grens op.’

Dirk: ‘Ik kan er heel slecht tegen als politici willens en wetens de boel verdraaien, of dat nou gaat om immigratie of klimaatverandering. Dan kan ik fel uit de hoek komen.’

Sylvia: ‘Maar niet dat je dan gaat schelden.’

Dirk: ‘Nee, ik zal nooit iemand uitschelden. Doet iemand dat wel bij mij, dan blokkeer ik hem.’

Een paar honderd volgers had Dirk in 2017 op Twitter, meer niet. Meestal gingen zijn tweets onopgemerkt voorbij. Maar nu vormden ze dus aanleiding voor een anonieme dreigbrief. Het kenteken van zijn auto werd in de brief vermeld, welke sport zijn kind beoefent, het koosnaampje voor zijn vrouw, en de suggestie dat de schrijver nog veel meer persoonlijke informatie van Dirk heeft.

Na ontvangst belandde Dirk naar eigen zeggen in een achtbaan van spanning en angst.

Dirk: ‘Het is niet dat ik stijf stond van de zenuwen. Maar je gaat toch dingen in de gaten houden, zo van: wat doet die vreemde auto in de straat?’

Sylvia: ‘Je voelt je niet meer helemaal veilig. Dan denk je: o, die man met hond staat daar wel heel lang.’

Dirk: ‘Ik heb mijn Twitteraccount twee weken offline gehaald. Dat deed ik vooral voor de gemoedsrust van mijn vrouw. Daarna ben ik weer online gegaan en ben ik mijn volgers nagegaan: zitten er verdachte figuren tussen, mensen die kwaad in de zin hebben?’

Het waarom van de brief heeft Dirk nooit kunnen achterhalen. Wat hij wel ontdekte, is hoe de briefschrijver al die persoonlijke informatie over hem te weten was gekomen. ‘Iemand heeft voor mij de brief zin voor zin nagelopen en gezocht op internet of die gegevens ergens online stonden’, zegt Dirk. ‘Mijn hele Facebook stond open. Je kon er alles over mij vinden. Het kenteken komt waarschijnlijk van een foto van mijn auto die ik online had gezet toen ik een keer op vakantie was.’

Volksverraders

Naast de expliciete doodsbedreigingen, waar in Nederland zowel linkse als rechtse opiniemakers, journalisten en politici de afgelopen jaren mee te maken kregen, heet doxing een van de ergste vormen internetintimidatie te zijn, omdat het direct raakt aan iemands fysieke veiligheid. Demissionair minister Ferd Grapperhaus van Justitie bestempelde de praktijk onlangs zelfs als ‘zowat het laagste wat er is, op geweld na dan’.

Dat deed Grapperhaus nadat afgelopen januari de gegevens van enkele tientallen undercoveragenten werden gedoxed. Romeo’s, zoals undercoveragenten ook wel worden genoemd, zijn sinds enige tijd mikpunt van massale doxpogingen, omdat zij als het gezicht van vrijheidsbeperkende lockdownmaatregelen worden gezien. Nadat in januari de avondklokrellen waren uitgebroken, werd ook de onlinejacht op romeo’s in Telegram- en Facebookgroepen opgevoerd.

Volgens demissionair minister Grapperhaus werden hierdoor de adresgegevens van enkele agenten bekend. Plotseling stonden wildvreemden voor hun deur die verhaal kwamen halen. Bij een agent werd een vuurwerkbom in de tuin gegooid terwijl zijn kinderen thuis waren. Grapperhaus was woedend. Hij kondigde aan met socialemediabedrijven in gesprek te gaan om ze op hun verantwoordelijkheid te wijzen. ‘Ik vind dat er een aantal dingen zijn op die sociale media die gewoon niet kunnen.’

Dat je undercoveragenten angst kunt aanjagen met doxen, weet ook Jan Huzen. Niet zo heel lang geleden deed hij een verregaande poging om het huisadres van romeo’s met een groot en boos publiek te delen.

Volksverraders, noemt Huzen undercoveragenten. Het slechtste van het slechtste. Nog minder dan niks.

‘Ik zeg wat ik zeg, en daar sta ik voor’, zegt hij op een maandagavond in januari.

Huzen, een man van 50 jaar oud met een vilten hoed op, zit aan een grote, ronde tafel in de kantine van zijn bedrijf Huzen Omheiningen in het Drentse Geesbrug. In de wereld van boze burgers is de handelaar in hekwerk een redelijk bekende naam. Met zijn Facebookgroep Steungroep Boeren en Burgers – die op het hoogtepunt 165 duizend leden telde – bedient Huzen een flinke groep mensen die uiteenlopende kritiek hebben op de overheid. Het begon op de Facebookpagina met kritiek op het boerenbeleid, maar het afgelopen jaar worden vooral de ‘overtrokken’ lockdownmaatregelen onder vuur genomen.

Om het niet alleen bij gemor op internet te laten, duikt Huzen ook weleens op bij een boerenprotest of een demonstratie tegen de lockdownmaatregelen.

En daar komt zijn minachting voor undercoveragenten vandaan. Op de protesten lopen zij in burgerkleding rond. Dat doen ze om onbespied (potentiële) ordeverstoorders eruit te pikken en de angel uit eventuele rellen te halen. Maar Huzen zegt net iets te vaak te hebben meegemaakt dat deze agenten hierbij niet zuiver te werk gingen. Hij beweert dat een vriend van hem weleens een ‘driedubbele beenbreuk’ werd geslagen door een romeo.

‘We hebben allemaal een verwachting bij de overheid’, zegt Huzen. ‘Die heeft een Mobiele Eenheid en grijpt soms in bij een demonstratie. Prima. Maar nu komen er steeds meer mensen achter dat het anders zit, dat de ME een getrainde gevechtsmachine is en undercoveragenten inzet om rellen te veroorzaken.’

Volgens de politie gaat er aan arrestaties door undercoveragenten een gedegen risicoanalyse vooraf. Dat leren ze tijdens een vijf weken durende opleiding waarin ze worden onderwezen in de beste observatietechnieken en hoe je in complexe omstandigheden iemand aanhoudt.

Evengoed haat Huzen ze zo erg dat hij in de zomer van 2020 dreigde de adresgegevens van een aantal van hen op zijn Facebookpagina te publiceren. De gegevens waren met hem gedeeld door medestanders, beweerde Huzen op Facebook.

Bij de politie, die zijn pagina nauwlettend volgde, sloeg de schrik toen toe. Het vrijgeven van adresgegevens zou neerkomen op een vogelvrijverklaring van collega’s.

Of hij de informatie echt in handen had, wil Huzen niet vertellen. De Drentenaar besloot de gegevens in ieder geval niet op Facebook te plaatsen. Hij wilde er vooral mee schermen dat hij ze in zijn bezit heeft, want dreigen heeft volgens hem ‘tien keer meer effect dan doen’. Had hij de adressen wel gepubliceerd, dan had hij evengoed niet ingezeten over de mogelijke gevolgen voor de veiligheid van de agenten.

‘Dat ze moeten bloeden, so what? Ze hebben toch zelf voor dat werk gekozen? Hadden ze maar een ander beroep moeten kiezen. Dus als die mensen een bezoek krijgen, dan krijgen ze maar bezoek, zit ik niet mee. Echt niet.’

Osint

Doxen is voor sommigen een aantrekkelijk intimidatiemiddel omdat het relatief eenvoudig te doen is. Bijna iedereen heeft een spoor van persoonlijke informatie op internet achtergelaten. Waar je vroeger de nodige inspanningen moest leveren om zulke informatie te achterhalen, is dat nu veel makkelijker geworden door osint, een term die staat voor open-source intelligence en waarmee het afspeuren van het internet naar informatie wordt bedoeld.

Osint kan te goeder trouw worden ingezet, bijvoorbeeld door onderzoeksjournalisten die ermee kunnen onthullen wat overheden en instituties verborgen proberen te houden.

Maar in de handen van kwaadwillenden kan osint een monsterlijk instrument zijn. Basiskennis van het internet is al genoeg om tot diep in iemands levenssfeer door te dringen. Met een slimme combinatie van zoektermen zijn soms heel specifieke gegevens te vinden. Het is ook mogelijk iemands socialemedia-accounts leeg te trekken en aan de hand daarvan vast te stellen waar iemand woont en eventueel met wie. Of een kwaadwillende kan grasduinen in de databases van het Kadaster, het openbaar register van onroerende zaken, of de Kamer van Koophandel (KvK) en zo huisadressen en mobiele nummers op een presenteerblaadje aangereikt krijgen.

Dat dit zo eenvoudig is, heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk geleid tot oproepen om bepaalde databases beter af te schermen. Vooral die van het Kadaster en de Kamer van Koophandel zijn velen een doorn in het oog. In 2016 liet tv-zender Powned zien hoe je met het gebruik van slechts een achternaam en een geboortedatum via het Kadaster een huisadres kunt achterhalen.

Hierin kwam in 2018 enige verandering toen minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken toezegde om in ieder geval de gegevens af te schermen van mensen die een gekend veiligheidsrisico lopen, zoals PVV-leider Geert Wilders. Gegevens van anderen worden voorlopig niet afgeschermd, omdat dit zou kunnen leiden ‘tot een langere doorlooptijd van vastgoedtransacties en daarmee tot economische schade’.

Ook bij de KvK zijn de gegevens van individuen – in dit geval zelfstandigen – relatief makkelijk te vinden. Vooral eenpitters met een gevoelige publieke functie kunnen hiervan de dupe worden. Het vestigingsadres van hun bedrijfje is in veel gevallen hetzelfde als hun privéadres. Mensen met een veiligheidsrisico kunnen een verzoek bij de KvK indienen om hun privégegevens af te schermen, maar dan moet wel worden aangetoond dat er een ‘waarschijnlijke dreiging’ tegen jouw persoon bestaat.

De KvK biedt daarnaast voor bepaalde, kwetsbare beroepsgroepen ook andere opties om privégegevens af te schermen. Zo kunnen journalisten – mits ze lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) – het vestigingsadres van de NVJ opgeven.

Paniekaanvallen

Paul van Lange, hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit en deskundige op het gebied van normovertreding en haat, ziet het zo: er is online intimidatie, zoals een scheldkanonnade in een mail, en er is doxing. Van de twee heeft doxing volgens hem de meeste impact.

‘Doxing is een van de ernstigste dingen die je online kunnen overkomen’, zegt Van Lange. Het opent volgens de hoogleraar de deur naar een dreiging die ongrijpbaar is. Je weet nooit welke omvang het gevaar heeft of wanneer het kan toeslaan, en dat is psychologisch zeer belastend. ‘Als je adresgegevens eenmaal online zijn verspreid, verdwijnen ze niet meer.’

De drempel om te doxen wordt volgens Van Lange bovendien verlaagd als de dader op de morele steun van een groep kan rekenen. Hoe verwerpelijk ook, doxen wordt dan beter te rechtvaardigen voor de dader. Van Lange: ‘Als je met je daad je eigen groep helpt, dan wordt het voor mensen psychologisch verdedigbaar. Het kan zelfs een manier zijn om reputatiewinst te behalen binnen je eigen groep.’

Iemand die deze destructieve dynamiek aan den lijve heeft ondervonden is Clarice Gargard, de freelancejournalist en columnist voor NRC die al enkele jaren het slachtoffer is van ernstige dreigementen uit rechterhoek, zowel online als offline. Vaak volgen die bakken met haat na essays, interviews en columns over racisme en ongelijkheid. Met name columns over Zwarte Piet staan garant voor verwensingen en doodsbedreigingen, de een nog heftiger dan de ander.

Als de Volkskrant haar in januari spreekt, is het voor het eerst sinds lange tijd dat Gargard de media te woord staat. Ze verdween bijna drie maanden van de radar; ze stopte met schrijven en laste een pauze in op sociale media. ‘Ik had paniekaanvallen, hyperventileren, alles bij elkaar. Ik ga niet zeggen dat het nu allemaal voorbij is en het helemaal goed gaat, maar ik ben langzaamaan weer aan het werk gegaan.’

De terugtrekking uit het publieke leven volgde na de veroordeling van 24 personen vanwege discriminerende, beledigende en racistische reacties aan haar adres. In 2018 hadden deze mensen een Facebook-livestream die Gargard verzorgde van een anti-Zwarte Piet-protest aangegrepen om duizenden doodsbedreigingen en racistische verwensingen op de columnist en andere anti-Zwarte Piet-demonstranten af te vuren.

In de periode tussen de livestream en de uitspraak bleef Gargard slachtoffer van onlinehaat. Rond de rechtszaak afgelopen september ging het nog een stap verder, ze kreeg Vizier Op Links achter zich aan. Het Twitteraccount postte een screenshot van haar KvK-gegevens. ‘Gewoon een vriendendienstje van BNNVara’, schreef het account daarover.

Gelukkig voor Gargard had ze al in 2017 – toen ze nog minder op de voorgrond stond als linkse opiniemaker – besloten haar KvK-inschrijving aan te passen. De haat jegens haar persoon had toen nog niet de vorm die het later zou krijgen, maar het begon op gang te komen. ‘Ik kreeg bedreigingen en beledigingen binnen, werd op mijn werk lastiggevallen met telefoontjes en er waren inlogpogingen op mijn socialemedia-accounts. Toen wist ik dat dit alleen maar erger zou worden.’

Gargard besloot toen niet haar eigen adresgegevens voor haar KvK-inschrijving te gebruiken, maar die van het hoofdkantoor van omroep BNNVara, waar ze als redacteur werkte bij het onlineplatform Joop. ‘Ik had aantoonbare bewijzen van intimidatie, daarom kon en mocht het van BNNVara.’

De pogingen om haar huisadres te achterhalen, voelden voor Gargard als een kantelpunt. ‘Het gaat een stap verder als mensen je proberen op te zoeken, dan insinueer je dat je bereid bent iemand fysiek iets aan te doen.’

null Beeld Justin Metz
Beeld Justin Metz

Aangifte

Wie wordt gedoxed, voelt zich vaak niet meer veilig. De eerste impuls is dan om naar de politie te stappen. Meestal sporen familie en vrienden de slachtoffers daartoe aan. Zulk gedrag kan toch niet ongestraft blijven? Toch zijn de ervaringen met de politie wisselend.

Direct nadat zijn vrouw de brief op de deurmat had gevonden, belde Dirk de politie. Hij kon binnen een paar dagen langskomen en bereidde zich voor om aangifte te doen. ‘Ik nam zelfs de brief mee. Ik dacht nog: wie weet kunnen ze iets met vingerafdrukken doen.’ Dat vindt hij achteraf een wat naïeve gedachte, maar hij is nog steeds teleurgesteld over hoe de zaak is afgehandeld. ‘Ze vonden de brief op het randje. Er stonden geen concrete bedreigingen in van ‘We komen naar je huis’ of ‘We komen je in elkaar slaan’’, zegt Dirk. ‘De politie beschreef het zo: ze kunnen ook langskomen voor een kop koffie, toch? Strak op de letter van de wet konden ze niets doen.’

Ook Christine ging naar aanleiding van de telefoontjes, mailtjes en inlogpogingen naar de politie. ‘Daar werd ik niet meegenomen naar een hokje. Ik moest op het bankje zitten in de wachtkamer en daar werd mijn verklaring opgenomen’, zegt ze. ‘Dat vond ik niet prettig. Iedereen kon me daar horen en het is best wel privé.’ Christine kon net als Dirk geen aangifte doen. Alleen een melding was mogelijk. ‘Ik betwijfel of de vrouw met wie ik sprak zelf ooit op sociale media heeft gezeten.’ Christine kreeg de boodschap mee dat ze contact moest opnemen mocht er iets ‘ergers’ gebeuren. ‘Ik voelde me niet serieus genomen.’

De Nederlandse politie is nog lang niet overal ervaren met het behandelen van online politiezaken. Dat ziet ook een cyberrechercheur met expertise in de online wereld, die nu en dan collega’s elders bijstaat. Hij wil niet met zijn naam in de krant vanwege de gevoeligheid van het onderwerp.

‘Het fenomeen is nieuw’, zegt hij. ‘Wat is doxing? Waar hebben we het eigenlijk over? Ik denk dat dat een probleem kan zijn bij het oppakken van dit soort zaken.’ Daarnaast speelt een ander probleem: Het is in veel gevallen niet strafbaar.

‘Als je persoonlijke informatie publiceert, begeef je je op glad ijs, maar de belangrijkste vraag is welk doel je hebt’, zegt de rechercheur. ‘Ben je als journalist bezig? Wil je iets aan het licht brengen? Of wil je iemand schade berokkenen? Pas als dat laatste duidelijk is, kan er aangifte worden gedaan.’

Hoewel volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) herpublicatie van openbare persoonsgegevens aan bepaalde voorwaarden moet voldoen, is er altijd wel een excuus te vinden. Bijvoorbeeld door te zeggen dat publicatie een ‘algemeen belang’ dient. Mits je er geen oproep tot geweld bij plaatst, kom je er makkelijk mee weg.

Ook Twitter biedt in dit geval niet altijd soelaas. Word je op het platform gedoxed met informatie die elders te vinden is, bijvoorbeeld gegevens die je zelf al openbaar hebt gemaakt, dan wordt er niet tegen opgetreden. Alleen bij het herpubliceren van iemands huisadres ‘kan’ Twitter bereid zijn het bericht te verwijderen.

Wat Vizier op Links betreft opperden juristen afgelopen week ook andere manieren om het account aan te pakken. In NRC Handelsblad stelde advocaat Otto Volgenant, gespecialiseerd in privacy- en mediarecht, kans te zien in een civielrechtelijke procedure tegen de partijen die Vizier op Links mogelijk maken. Daaronder vallen Twitter en BackMe, een donatiesite waarvan Vizier op Links tot voor kort lid was. Van deze platforms kunnen de gegevens van Vizier op Links worden geëist. Personen die aantoonbaar schade hebben geleden door Vizier op Links kunnen daarmee een rechtszaak beginnen tegen de mensen achter het account.

Anonimiteit

Doxen gedijt bij anonimiteit. Met een onherleidbare gebruikersnaam iemands persoonsgegevens delen is net wat makkelijker dan wanneer je hetzelfde onder je eigen naam en toenaam probeert. Iemand uitschelden of bedreigen brengt minder risico’s met zich mee als niemand weet wie er achter het toetsenbord zit.

Om die reden klinkt steeds vaker het pleidooi om online-anonimiteit op te heffen. Zo steunde D66-leider Sigrid Kaag eerder deze maand een initiatief van zanger Gordon om anonimiteit op sociale media aan banden te leggen.

Hoogleraar psychologie Paul van Lange ziet het als een serieuze optie. ‘Anonieme platforms als Vizier op Links dragen bij aan de normalisering van doxing. Dat is heel ernstig. Als je de online-anonimiteit aanpakt, laat je als overheid en samenleving zien dat zulk gedrag niet normaal is.’

Dat het opheffen van anonimiteit ten koste kan gaan van de vrijheid van meningsuiting op internet, beschouwt Van Lange als een noodzakelijk kwaad. ‘Als ik een kosten-batenanalyse maak van het opheffen van anonimiteit, dan is dat voor mij geen dilemma meer. De psychologische last van doxing is enorm.’

Naast de psychische schade van doxing vreest Van Lange ook de ‘descriptieve’ normering die ervan uitgaat. Daarmee bedoelt hij dat met het publiceren van privégegevens een norm wordt gesteld: het is oké om deze persoon te belagen. En dat zet, volgens Van Lange, de sluizen naar verdere escalatie wagenwijd open.

Het fenomeen doxing kan de komende tijd weleens nog groter worden, verwacht de hoogleraar. In de eerste plaats doordat mensen in de onlinewereld nauwelijks worden aangesproken op hun gedrag. ‘Dat is het verschil met het dorpsplein of de kleedkamer van een sportclub, daar hebben mensen veel meer middelen om elkaar te corrigeren. Veel non-verbale communicatie, afkeurende blikken. Dat ontbreekt op sociale media’, zegt Van Lange.

Niets is herleidbaar

Naar aanleiding van het nieuws over de intimiderende stickers van Vizier op Links nam de Volkskrant deze week weer contact op met Christine. De recente ontwikkelingen deden haar de gebeurtenissen van afgelopen zomer herleven, toen ze zelf slachtoffer werd van het beruchte Twitteraccount, zegt ze. Dat zat dieper dan ze aanvankelijk dacht.

‘Ik ben natuurlijk geen grote vis om te vangen, maar als je het nieuws over Nadia Bouras hoort, denk je daar toch gelijk aan terug.’ Hoewel ze geen enkele reden had om aan te nemen dat haar woonadres ergens online rondgaat – ze is inmiddels verhuisd naar een nieuwe woning – was ze op haar hoede voor ongevraagd bezoek.

‘Mijn gegevens staan nergens meer online. Ik heb zelfs geen foto’s online staan van mijn tuin. Niets is herleidbaar’, zegt Christine, ‘maar ik moet toegeven dat ik toch even ben gaan kijken of ze niet ook bij mij een paar stickers op de voordeur hadden geplakt.’

De namen van Christine en Dirk zijn vanwege het risico op nieuwe doxpogingen gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.