Dorp aan de rivier

Honderd jaar geleden, op 17 april 1897, werd Anton Coolen in het Limburgse Wylre geboren. In die plaats werd hij - net als in Deurne in de Peel, waar hij lange tijd woonde, en in Waalre bij Eindhoven, waar hij woonde en stierf - herdacht....

Er werd in Deurne, zoals ik kon vaststellen, nog van hem gehouden, omdat men van zijn werk en de verdwenen wereld ervan houdt. Er was een tentoonstelling over leven en werk in het Deurnese museum De Wieger, het vroegere woonhuis van de arts-schilder Hendrik Wiegersma, een groot Hollands huis, dat zijn zoon Friso heeft verdicht in het lied Het dorp, door Wim Sonneveld gezongen, en dat, naar ik denk, model heeft gestaan voor het huis dat Coolen in Waalre liet bouwen.

Toen ik hier vorige week iets schreef over de verbeelding en de metaforen van de seizoenen in de poëzie, had ik iets kunnen zeggen over het zeer poëtische proza waarin de seizoenen door Coolen worden beschreven, de grote natuurgebeurtenissen waaronder de mensen in de Peelromans hun kleine leven leiden. Misschien is mijn bekoring door de seizoenbeelden wel terug te voeren tot de roman Peelwerkers, het eerste literaire boek dat ik las. En, naar ik kon vaststellen, werkte over meer dan vijftig jaar heen de bekoring nog. Hun grond verwaait is de titel van een van de oudste romans van Coolen. De Peel, eens verwoestend mooi, bestaat niet meer, de Peelromans zijn met de grond verwaaid en Deurne is nu gewoon een lelijk dorp geworden.

In 1934 trok Coolens verbeelding uit de Peel weg, naar het noorden van Brabant. Het dorpje Lith aan de Maas werd de plaats van handeling in zijn nieuwe roman, Dorp aan de rivier. En de wereld en de seizoenen, die ook hier de maat van de roman bepalen, werden vriendelijker en ruimer. Een andere grond dan de door Ter Braak 'zompig' genoemde van de Peelromans: 'De Maas ligt langs dit dorp. Zij komt er naartoe gestroomd. Zij vloeit er vriendelijk langs. Zij buigt zich er weer van af. Zij ligt in de blanke boorden der verzandingen in haar bochten, in het fluwelen groen van vlak gevlijde uiterwaarden, tussen de welige ruigten der grienden.'

Dat 'dit' is typerend. Het gaat om 'ons' dorp, en vanuit de dorpsgemeenschap, door een vertegenwoordiger ervan, wordt het verhaal verteld. In dat milde land plaatste Coolen de bijna mythisch grote figuur van dokter Tjerk van Taeke, de dorpsarts. In zijn grote schaduw leven alle andere personages, behalve de stroper Cis de Dove, op zijn wijze evenzeer een randfiguur als Van Taeke.

Coolen droeg het boek op aan Hendrik Wiegersma, 'aan wie ik de stof dank voor dit werk'. Wiegersma's vader, die arts was in Lith, stond model voor Van Taeke. Wiegersma zelf moet zijn vader tot mythische omvang hebben vergroot. Het mooie is, dat hij zelf een mythische figuur werd in Deurne en dat zijn zoon Friso, in een interview met Michel van der Plas, een gelijke vergroting van zijn vader leverde als zijn vader van diens vader. Wiegersma illustreerde de eerste druk ook met penseeltekeningen en houtsneden; hij ontwierp ook de band. Het hoogtepunt van de roman is de winternacht dat de arts over het ijs van de bevroren Maas loopt om aan de overzijde een bevalling te verrichten. Aan het einde verdwijnt de arts uit het dorp, definitief. Mythische helden verblijven altijd maar tijdelijk onder ons.

Tjerk van Taeke is de sterkste schepping van Coolen, een geloofwaardige reus die geen psychologische verklaring behoeft (zoals die nietige Peelwerkers en dorpsfiguren uit andere romans die ook niet nodig hadden; ze waren te nietig en te vanzelfsprekend ook). Het gaat Coolen, als verteller, om de uiterlijke gebeurtenissen en niet om innerlijke beweegredenen.

Dorp aan de rivier werd Coolens succesvolste roman, in de kritiek en bij het publiek. Er zijn er honderdduizenden van verkocht. Toen het even stil was, kwam de verfilming door Fons Rademakers, naar een scenario van Hugo Claus. En het boek kwam opnieuw in de aandacht. (Coolen zelf was overigens met de verfilming niet erg gelukkig, maar ik herinner mij een buitenlandse die in Nederland kwam wonen en zo onder de indruk van de film raakte dat zij dit land en haar leven daarin even naar de wereld van die film wilde modelleren.)

Bij gelegenheid van de honderdste geboortedag is, bij Nijgh en Van Ditmar, nu de veertigste druk verschenen. De editie werd verzorgd door H.T.M. van Vliet, directeur van het Constantijn Huygens Instituut. In zijn uitvoerige nawoord gaat hij ook beknopt in op de contemporaine kritiek. Daarin ook nu lachwekkend aandoende bezwaren van medische zijde, die de mythische figuur als een grootsprakige collega veroordeelden. (Van Hendrik Wiegersma werd gezegd dat hij soms bij binnenkomst van de patiënt al de diagnose stelde en dat klinkt even fantastisch als het optreden van Van Taeke soms was.) Van Vliet rekent Dorp aan de rivier tot 'de klassieken van de Nederlandse literatuur'. De roman blijft boeien, 'ook al dateert hij uit een verleden tijd'. Maar dat is met alle klassieken het geval.

Ik heb Wiegersma in mijn jeugd als arts aan het werk gezien. Ik was zeer geïmponeerd door die superieure non-conformist. Toen ik iets later Dorp aan de rivier las, stelde ik mij Van Taeke als Wiegersma voor. Van Taeke lijkt in bijna alles op hem. In zijn verhalen aan Coolen moet Wiegersma zijn vader naar eigen beeld en gelijkenis hebben geschapen. Maar het mooiste: het einde van Van Taeke, de vereenzaamde in het grote huis, lijkt heel veel op de laatste jaren van Wiegersma, als door zijn zoon verteld. Vijfendertig jaar na verschijnen van de roman werd een passage eruit werkelijkheid! De vader stierf nog eens in de zoon. Toen was alles voorbij.

Meer over