Bellen metWielerverslaggever Robert Giebels

‘Doping is een teer onderwerp bij renners, maar je kunt het niet onbenoemd laten’

Op de eerste rustdag van de Tour de France maakt het wielerpeloton de balans op. Tadej Pogacar zit stevig in de gele trui. Een steeds luider klinkende vraag: hoe betrouwbaar is zijn buitengewoon sterke optreden? We bellen met wielerverslaggever Robert Giebels in Frankrijk.

De gedoodverfde winnaar Tadej Pogacar, geflankeerd door Wout Poels (bolletjestrui) en de Brit Mark Cavendish van Deceuninck-Quick-Step.  Beeld ANP
De gedoodverfde winnaar Tadej Pogacar, geflankeerd door Wout Poels (bolletjestrui) en de Brit Mark Cavendish van Deceuninck-Quick-Step.Beeld ANP

Afgelopen wielerweekeinde viel ‘de Tour in de plooi’, schreef je in je verslag. ‘Het kan bijna niet anders of zijn overmacht moet de Sloveen Tadej Pogacar een nieuwe eindzege bezorgen.’ Moeten we nog wel kijken?

‘Zeker, zeker. Ik zal je vertellen waarom. De eindwinnaar is met Pogacar zo goed als bekend. Er moet flink iets misgaan wil hij de Tour niet winnen, ook omdat hij in de afsluitende tijdrit weer sterk zal zijn. Je zou kunnen zeggen: de spanning zit er nog in of hem iets naars overkomt, wat ik overigens niet hoop.

‘Maar er zijn nog veel renners die hebben uitgesproken dat ze met klassementsambities naar de Tour zijn gekomen. Van die ambities is natuurlijk nog maar weinig overgebleven. Om zichzelf te troosten en nog een succes van hun Tour-deelname te maken, gaan die allemaal op een ritzege jagen. Aangezien het er nogal veel zijn – meer dan twintig, dertig misschien wel – zal daar de spanning in zitten. Elke dag wordt interessant.’

Intussen wordt hier en daar voorzichtig gehint naar het woord ‘doping’. Verschillende columnisten – Thijs Zonneveld in het AD, Frank Heinen van HP/De Tijd – plaatsen hun vraagtekens bij Pogacars prestaties. Ook in het peloton rijzen bij sommigen twijfels. Hoe kijk jij daarnaar?

‘Wat Pogacar zaterdag heeft gedaan – twee behoorlijk zware klimmen op het buitenblad doen – dat hoort niet. Dan kun je gaan twijfelen of wat je ziet puur natuur is. Maar je kunt ook accepteren dat deze jongen uniek gebouwd is en alles mee heeft.

‘Vorig jaar leverde Pogacar met een verbijsterende tijdrit ook al zo’n uitzonderlijke prestatie. Als je zo makkelijk wint, hoorde ik toen iemand zeggen, waarom win je dan niet iedere etappe op één been? Tom Dumoulin zei toen ook: dit kan helemaal niet. Dat zijn multi-interpretable uitspraken.

‘Ik vind dat ex-Telegraaf-journalist Raymond Kerckhoffs van de website WielerFlits het wel goed formuleert. Hij is volgens mij voor de 32ste keer bij de Tour. Doping en verboden middelen zijn vanzelfsprekend een ongelooflijk teer onderwerp in het peloton. Je moet dus op eieren lopen, maar je kunt het ook niet onbenoemd laten. Ik zag dat Bert Wagendorp het ook over toverdrank had.

‘Het is ook interessant hoe wielrenners hierop reageren. De meeste die ik spreek, raken niet van hun theewater als je over doping of stimulerende middelen begint. Zij snappen dat het nu eenmaal bij deze sport hoort, sinds Simpson in 1967 dood op de Mont Ventoux neerviel. In 1998 had je ‘Le Tour Dopage’, daarna het echec met Rasmussen, Lance Armstrong: deze sport heeft helaas een geschiedenis met doping.

‘Het ging gisteren wel even mis in de in de persconferentie. Er werd een voorzichtige vraag over gesteld, maar het geluid haperde, waardoor Pogacar de kern van de vraag niet verstond. Vanmiddag is er weer een persconferentie met hem. Dan zal er wel weer een vraag over gesteld worden. We zullen zien hoe hij daarop reageert.’

Vandaag is de eerste rustdag. Valt er nog Tour-nieuws te melden?

‘Nee, eigenlijk niet. De nieuwtjes die uit deze rustdag hadden moeten komen, zijn gisteren al gemeld. Zowel de ploeg van Primoz Roglic als van Mathieu van der Poel hadden aangekondigd dat ze op de rustdag zouden overwegen om uit te stappen, maar beide hebben dat gisteren al gedaan.

‘Daar hebben ze in mijn ogen trouwens heel verstandig aan gedaan. De weersomstandigheden van gisteren waren extreem: het was koud en nat. Ik ben bang dat veel renners daar de komende weken nog last van gaan krijgen. Het was droevig om te zien hoe verkleumd de laatste renners aankwamen. Dat is Roglic en Van der Poel bespaard gebleven.’

De Tour gaat dinsdag verder met een rit door de Auvergne-Rhône-Alpes. Kunnen we na deze succesvolle eerste week nog rekenen op meer Nederlands succes?

‘Deze eerste week was zo tumultueus dat ik heb afgeleerd om voorspellingen te doen. Als we naar de Nederlanders kijken dan hebben we één man voor het klassement: Wilco Kelderman. Die staat nu zevende. Als je ziet hoe het de afgelopen week is gedaan, is dat een knappe prestatie.

‘We hebben nog Cees Bol, die voor sprintsucces zou kunnen gaan. Voor in de bergen hebben we Steven Kruijswijk en Wout Poels – in Frankrijk overigens Wouter Poels genoemd. Zij azen nog op een ritoverwinning. Dat is makkelijk gezegd, maar het is zo moeilijk om een rit te winnen. Bauke Mollema heeft ook het klassement volledig laten lopen. Die kan zijn Tour eveneens nog redden met een ritoverwinning.

‘Bij Dylan van Baarle hangt het ervan af of hij Richard Carapaz nog aan een podiumplaats moet helpen. Ide Schelling, die iedereen nu kent, zal waarschijnlijk bij Kelderman moeten blijven. De gebroeders Van Poppel, zoons van Jean-Paul van Poppel die in één Tour vier ritten won, zou ik ook nog in de gaten willen houden.’

Jij bent deze zomer voor het eerst als wielerverslaggever bij de Tour. Hoe is dat tot nu toe bevallen?

‘Het is een onderdompeling in een Frans volksfeest. Het is een ongelooflijke ervaring. De complexiteit van het circus eromheen: ik kijk mijn ogen uit. Corona is eigenlijk best wel ver weg op de weg. In de perszaal zit je wel uren met een mondkapje je artikel op te tikken. Maar goed, er zijn ergere dingen.

‘Ik overnacht in een via Booking.com geregeld hotelletje, steeds in een andere plaats. Als het enigszins haalbaar is, probeer ik bij de start te zijn om daar mensen te spreken. Dat heeft het risico dat je daar vier à vijf uur in steekt zonder iemand te spreken.

‘Met de auto rijd ik door heel Frankrijk de renners achterna. Collega Erik van Lakerveld, een ex-wielrenner, zit in Amsterdam en kijkt de etappes en maakt meteen bij de finish een verslag. Ik vang de renners op bij de finish. Er is ook altijd een persconferentie van de ritwinnaar en de geletruidrager. Pogacar krijgen we dus waarschijnlijk nog elke dag te zien.’

Meer over