Doping als perpetuum mobile

Bella leeft niet meer. De zwarte labrador van Jörg Jaksche is dood. Afgemaakt omdat ze bewijzen heeft vernietigd, zegt hij dreigend....

Bella was op. Terwijl hij het zegt, dringt de dubbele betekenis van zijn woorden tot hem door. Jaksche heeft zich op een klapstoeltje tussen de vrachtwagens van de Duitse tv-zender ZDF genesteld. Hij treedt er tijdens de Tour op als dopingexpert.

Nee, dat is niet leuk. Het is altijd negatief. Maar iemand moet in de dopingdiscussie de nuance aanbrengen. Liever had hij nog gewoon tussen de jongens in het peloton gezeten. Met zijn 31 jaar heeft Jaksche er nog de leeftijd voor.

Zes weken geleden gaf hij de moed op. Toen kreeg Jaksche de laatste afwijzing. Het peloton ziet hem liever niet terugkeren. Te oud, kreeg hij te horen. Of ze wezen hem met de vinger na: jíj hebt dope gebruikt. ‘Ja zeg, íedereen heeft doping gebruikt.’

Hij is het strijden moe, net als zijn hond vier jaar geleden. Bella was de codenaam van Jaksche in het Spaanse bloeddopingschandaal Operación Puerto (zie kader). Hematoloog Merino Batres, rechterhand van dokter Eufemiano Fuentes, vroeg hem of hij de naam van zijn hond wilde gebruiken om zijn bloedzakken op te slaan. ‘Ja, Bella’, antwoordde Jaksche.

Hij is de belangrijkste kroongetuige in de omvangrijkste dopingaffaire in de wielersport. In het Duitse weekblad Der Spiegel vertelde hij uitgebreid over de dopinghandel en -wandel bij ploegen als Polti, Once, Telekom en Liberty Seguros. Hij noemde man en paard: Bjarne Riis, Gianluigi Stanga, Jens Voigt, Manolo Saiz en Walter Godefroot kwamen er niet ongeschonden uit.

‘Hun huichelarij werd me te groot’, zegt Jaksche over de beweegredenen van zijn biecht. Het luchtte op, maar de weg terug werd definitief afgesneden. Hij staat alleen. Precies zoals Riis hem had voorspeld. ‘Hij lachte me onlangs recht in mijn gezicht uit en zei: ik had toch gezegd dat het zo zou gaan?’

De Duitser vroeg ASO, organisator van onder meer de Tour de France, een verklaring te ondertekenen met de bevestiging dat hij zonder problemen aan hun koersen deel kon nemen. Maandenlang wachtte hij op een antwoord.

‘Christian Prudhomme schreef: ik moet helaas mijn evenement beschermen. Ik kan u geen bevestiging geven omdat wij slechts organisator zijn. Ja, maar ze zijn ook rechter. Ze hebben ook nee gezegd tegen Astana.’

Zijn woorden klinken soms bitter, zo oogt hij niet. Jaksche is eloquent. Hij wil graag dat zijn boodschap overkomt. ‘Het zou goed zijn als iedereen open en eerlijk met het verleden omgaat. Dat zou ons verder helpen. Allemaal een stap terug, dan zouden we geloofwaardiger zijn.’

Dat is toch een illusie?

‘Ja, maar anders. . . Je hebt gelijk, het is een illusie.’

Toen Alejandro Valverde zaterdag de eerste etappe won, fronste hij de wenkbrauwen. Hetzelfde overkwam hem een jaar geleden bij de eindzege van Alberto Contador. Valverde kent Fuentes al sinds zijn elfde, schampert Jaksche in eerste instantie. Even later nuanceert hij. ‘Het probleem is niet Valverde. Hij heeft de naam, net als Contador. Maar naast Valverde rijden er nog meer mee die bij Fuentes waren.’

Hoeveel zijn dat er?

‘Tien tot vijftien zeker.’

Zal de winnaar van de Tour schoon zijn?

‘Nee.’

En de nummer twee en drie?

‘Nee.’

De topvijf?

‘Het is geen fair antwoord van mij als ik nee zeg. Ik hoop dat de Tourwinnaar de vraag of hij een cleane ronde heeft gereden met ja kan beantwoorden. De werkelijkheid leert dat het anders is.

‘Ik weet niet of er in de Tour een nieuw schandaal komt. Ik weet alleen dat er alles aan wordt gedaan ze dit jaar te vermijden. Ik weet niet of dat goed is. Want als iemand zegt: we moeten de Tour beschermen, dan bescherm je die misschien tegen doping, maar ook tegen kritische journalisten.’

Jaksche is niet optimistisch over de toekomst van het wielrennen. Hij heeft geen vertrouwen in het biologische paspoort, het laatste wapen in de strijd tegen doping, waarbij er van iedere renner een medisch profiel wordt aangelegd.

‘Het is een tandenloze tijger’, zegt Jaksche. ‘Meer controles helpen ons niet. Ik geloof niet dat in het afschrikeffect van meer testen buiten competitie. Ik ben in de tijd dat ik naar Fuentes ging nooit bang geweest dat ik positief zou testen. Ik ben meer dan 200 keer gecontroleerd en ik heb nooit getwijfeld over de uitkomst.’

Dat tal van ploegen tegenwoordig zelf een antidopingprogramma voeren, en er een erkende bloedspecialist als Rasmus Damsgaard bij hebben gehaald om de resultaten te analyseren, kan hem ook niet overtuigen. Integendeel.

‘Ik geloof dat het in de mode is’, schampert hij. ‘Die programma’s zijn mooi, maar vooral voor de buitenwereld. Daar verdient Damsgaard flink geld aan, met Astana, CSC en wat nog meer. Antidoping is ook business.’

Jaksche kwam vorig jaar al tot de conclusie dat er in het milieu niets is veranderd, hoewel velen een andere indruk trachten te wekken. ‘De Tour van 2008 zal de schoonste aller tijden zijn! Ik hoor dezer dagen niet anders’, zegt Jaksche. Hij lacht er cynisch bij. ‘Zelfs Erik Zabel heeft het gezegd!

‘Maar was het vorig jaar ook al niet de schoonste aller tijden? En het jaar daarvoor? De mensen die in een busje hun renners naar Fuentes brachten, maken nog steeds de dienst uit. Het zijn dezelfde mensen die tegen mij zeiden dat ik een crimineel was omdat ik naar Fuentes ging en dat ik een dna-test moest doen om mijn onschuld te bewijzen.’

Ploegleiders en managers proberen de schuld af te schuiven op de renner. ‘Of hun trainer. Ze roepen nu dat het in hun ploeg verboden is om met Luigi Cecchini samen te werken. Alsof dat iets gaat veranderen! Het is een kosmetische oplossing. Ik noem het mensen belazeren. Het is een boerenstreek. Ze komen ermee weg. Je vertelt het publiek wat je allemaal doet, klopt jezelf op de borst, maar als je dieper kijkt zie je dat het huichelarij is. Ze doen of ze God zijn.

‘Ik kan slechts zeggen: ik ken Cecchini acht jaar. Als het is zoals iedereen zegt: dat Cecchini en Fuentes samenwerken, dan zou Cecchini mij ook bij Fuentes hebben gebracht. Het is Manolo Saiz geweest die dat heeft gedaan. Cecchini is nu niet het probleem.

‘Hoe kan het wielrennen schoon worden als het zo ongeloofwaardig ageert. Een systeem veranderen kun je niet met mensen uit het systeem. Wie is er uit de sport verdwenen? Ik. Omdat ik heb gezegd hoe de dingen zijn. Ik ben een nestbevuiler.’

Het probleem is dat iedereen maar zo veel toegeeft als hij moet toegeven, vindt Jaksche. ‘Na mijn biecht was iedereen in eerste instantie positief. Niemand was boos, behalve de mensen die ik bij naam heb genoemd.

‘En nu is er een biologisch paspoort voor vijf miljoen euro en denkt iedereen dat alles koek en ei is. Maar als alleen vanwege mij, Jan Ullrich en Ivan Basso zo veel geld in een paspoort wordt gestopt, dan zeg ik: stop daarmee. Basso mag het bij Liquigas gaan proberen, maar Ullrich en ik fietsen niet meer. Dat is 66 procent van de mensen die dit geld verslindende project hebben veroorzaakt.

‘Het is een keuterschool. Het dopingprobleem is niet mijn probleem, of dat van Basso of Ullrich, het is een probleem van het systeem. We zijn allemaal slachtoffer en dader tegelijk. Je wordt gedwongen mee te doen, en omdat je zelf meedoet, dwing je anderen ook mee te doen. Het is een perpetuum mobile.

‘Waarom zouden ploegleiders of managers die jarenlang de doping in hun ploegen organiseerden nu zeggen: hey jongens, en nu doen we het niet meer. Waarom? De dwang en de druk is er nog altijd, van sponsors, van media.

‘Riis juichte Basso ooit precies zo toe, zoals hij nu zijn antidopingsysteem bejubelt. Toen alles goed ging was Basso zijn zoon, toen de verhalen begonnen hadden ze ineens sporadisch contact. Ik kan alleen maar hopen dat Riis zijn antidopingprogramma niet net zo gemakkelijk aan de deur zet als hij met Basso heeft gedaan.’

Operación Puerto zal geen nieuwe slachtoffers meer maken, voorspelt Jaksche. Daarvoor is de politieke druk te groot. ‘De Spanjaarden hebben gezegd: stoppen met dat onderzoek, dit is de generatie van de winnaars. We hebben Nadal, we zijn Europees kampioen voetbal, er is Valverde. Dat laten ze zich niet afnemen.

‘Het heeft me wel verrast dat het zo is gegaan. Ze hebben Fuentes geschaduwd als een Al Qaida-terrorist. Ze hebben zijn telefoon afgeluisterd, zijn privé-leven uitgespit. En dan zeggen ze gewoon: het is niets, want er is geen wettelijke basis om mensen te vervolgen?

‘Ik had liever gezien dat het op een correcte manier was afgehandeld. Maar vandaag de dag ben ik geneigd te zeggen dat het goed is zo. Wanneer er nog meer zaken aan de oppervlakte komen, zouden de sponsors merken hoe zeer ze voorgelogen werden.’

Hij weet niet meer wat goed en slecht is voor de sport. De chaos is compleet. Jaksche noemt het ‘een pudding’. Persoonlijk treft het hem niet meer. Hij gaat studeren aan de universiteit.

‘Voor mezelf kan ik zeggen: ik heb geen geheimen meer. Maar als een renner mij vraagt of ik hem kan aanbevelen de waarheid te vertellen over doping, zou ik zeggen: nee. Wil je verder komen in het wielrennen moet je je mond houden. Vorig jaar brak de omerta in het peloton een beetje open. Nu is hij sterker dan ooit, daar ben ik van overtuigd.

‘De wielersport is als het Wilde Westen. Weet je dat er renners zijn die hebben geprobeerd hun hond opnieuw te dresseren?’, vraagt hij. ‘Stel je voor, staan ze naast hun hond: je bent niet langer Piti. Je heet Pedro nu! Pedro hoor je? Gelukkig was Bella al dood.’

Meer over