Dopey

Wij hebben nooit over kinderen gedacht. Ze zijn leuk zo lang ze van een ander zijn. Af en toe passen we op een kleintje van vrienden, maar veel verder moet de vraag naar onze opvoedkundige bijdrage toch niet gaan....

Eigenlijk weten we helemaal niet hoe hij heet. Zijn naam heeft hij te danken aan zijn gelaatstrekken, die per dag de meest uiteenlopende stadia van loomheid, dufheid en verbazing uitdrukken. Elke dag lijkt hij zich tegoed te hebben gedaan aan kalmerende middelen of een waterpijp, en soms lijkt hij wel de vleesgeworden lethargie. Urenlang zit hij dan op het terras te staren naar één en hetzelfde punt.

Hij was een jaar of tien, maar soms kon hij zich nog helemaal verliezen in simpele dingen als molshopen, die in onze tuin gestaag in hoeveelheid toenamen.

Met ongeveinsde interesse zat hij dan te kijken naar het proces van aarde die werd opgewoeld en uiteindelijk uitmondde in een bergje, waaruit soms ineens een klein zwart beestje opdook, dat niet wist hoe snel het weer in de grond moest terugkruipen.

Soms probeerde hij dan om de molshoop uit te graven en de mol op te sporen, maar meestal kroop hij gewoon mee met het spoor dat zich een weg baande door de tuin en bleef hij weer geduldig wachten tot wanneer de volgende molshoop zich aandiende, in de hoop dat de mol zich ditmaal niet door het licht of zijn aanwezigheid liet afschrikken.

Hij kwam en ging wanneer het hem uitkwam, maar hij stak altijd even zijn hoofd om de hoek om zijn komen en gaan te melden. Aan het begin zwaaiden we dan even naar hem, maar van lieverlee gingen we hem toch een beetje als eigen beschouwen. Het was dus maar een kwestie van tijd voordat we hem binnen uitnodigden.

In eerste instantie moest hij daar helemaal niets van hebben. Hoezeer we ook aandrongen, Dopey bleef alleen even zijn hoofd om de hoek steken en bleef gewoon zijn gang gaan.

Tot er op zekere dag een ongenadige onweersbui losbarstte en hij duidelijk niet genegen was het hele eind door de regen naar huis te lopen. En met een onwaarschijnlijke blik van verbazing in zijn ogen over zoveel onvermoede durf, deed hij - toch nog enigszins aarzelend - eindelijk zijn intrede in onze huiskamer.

Wij lieten hem maar even gaan. Het was voor hem ongetwijfeld een hele stap, maar zijn schroom verdween als sneeuw voor de zon en binnen tien minuten was het huis van hem. In zijn overmoed ging hij zich te buiten aan mijn whisky, om vervolgens ook het bakje pinda's zonder aarzeling volledig tot zich te nemen. En de manier waarop hij zich uiteindelijk de halve bank toeëigende, was een duidelijk signaal dat hij niet van plan was zijn nieuw verworven voorrecht op te geven.

Sindsdien hebben we dus eigenlijk een kind. Dat ons gisteren ineens beloonde voor al onze gastvrijheid. Met een muis. Zijn allereerste vangst die hij trots, en verbaasd als altijd, aan de voeten van mijn partner legde. We zijn inmiddels best een beetje trots op onze Doop. Maar veel verder moet de vraag naar onze opvoedkundige bijdrage toch echt niet gaan.

Frank Alexander, Den Haag

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 269. Bijdragen aan de reeks, tussen de 450 en 500 woorden lang, zijn welkom. Ze kunnen, mits voorzien van naam en woonplaats, worden gestuurd naar: Redactie de Voorkant, de Volkskrant, Postbus 1002, 1000 BA Amsterdam.

Meer over