Doortastende Annet blijft steken in clichés

Actueel – maar tegelijkertijd ook al haast achterhaald - is de nieuwe roman Geen zee maar water van Gijs IJlander....

IJlanders protagoniste Annet de Goede, nieuwbakken staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, stelt dat het realistischer is ‘om flexibel met water om te gaan en desnoods ook land óp te geven in plaats van het tot elke prijs te willen behouden’. Ze vindt dat de tijd van compromissen voorbij is; ‘Doortastend wilde ze zijn.’

En dat is ze. Haar voorstel voor de aanleg van een lightrailverbinding rond het Groene Hart wordt aangenomen ondanks protesten van milieuorganisaties die dit project zien als ‘de doodsteek voor het typische Hollandse polderlandschap’. Ze wordt lijstrekker van de kersverse Deltapartij ‘voor de mondige burger’ en krijgt een relatie met Simon, een tv-presentator met een ‘warrige haardos’.

Als er ook nog een oud minister-president in het nieuws is wegens vermeende seksuele intimidatie, denk je even een sleutelroman in handen te hebben.

Maar dat is niet zo, al zijn de personages en gebeurtenissen wel behoorlijk exemplarisch voor (politiek) Nederland anno 2008.

Natuurlijk valt Annet in de klauwen van mediatrainers en worden zij en haar familie in Wieringen (!) op macabere wijze bedreigd door het actiefront ‘Bloedend Hart’. Deze ‘beroepsquerulanten’ maken misbruik van de zwakbegaafde Bennie, de hoofdpersoon uit het tweede en beste deel van de roman. In deze Bennie weet IJlander zijn liefde voor de natuur hier en daar fraai te verwoorden, terwijl hij bij de wederwaardigheden van Annet in clichés en plat realisme blijft steken.

Ondanks de hoge luchten en de wijde horizon doet Geen zee maar water nauwelijks een beroep op de verbeeldingskracht. De lezer wordt afgescheept met een karig plot. Annet is vooral met zichzelf bezig, de maatschappelijke issues lijken slechts decor.

Niet alleen van een politicus,ook van een schrijver zou je toch iets meer visie verwachten. Edith Koenders

Meer over