Door oorlog getekend

In Beirut is iets bijzonders aan de hand: veel vrouwen storten zich op het maken van opmerkelijk goede strips. Hoe komt dat? En wat voor functie vervult de comic in een land als Libanon? V sprak vier vrouwelijke stripmakers in het Parijs van het Midden-Oosten.

De tekencultuur in de Arabische landen is als een parallel universum: van Marokko tot Qatar worden, net als in het Westen, talrijke strips en cartoons gemaakt, maar niemand hier kent ze. Binnen deze cultuur neemt Libanon een bijzondere positie in: het land telt opvallend veel vrouwelijke stripmakers. Verreweg de bekendste is ­Zeina Abirached. Haar boek Zwaluwenspel (over de Burgeroorlog van 1975 tot 1990) werd vertaald in meerdere talen, ook in het Nederlands. Maar zij woont en werkt in Parijs en heeft een Franse uitgever, dus dat telt niet helemaal voor dit verhaal. Want juist Beiroet is het kloppende hart van de Libanese stripwereld: er verschijnen daar twee stripbladen, Samandal Comics en La Furie des Glandeurs, je kunt je er zowel aan de kunstacademie als aan de universiteit met strips bezighouden en er is sinds kort een stripgenootschap, Comica Latte.

Joumana Medlej

Initiatiefneemster van die club is Joumana Medlej (32). Ze is niet alleen striptekenaar, maar beoefent ook vechtkunsten en ze laat haar twee talenten samenvloeien in de zevendelige reeks Malaak, waarin een hoofdrol is weggelegd voor een supergirl naar Amerikaanse snit. Ze vecht tegen djinns, geesten - en die stammen dan weer uit de Arabische mythologie. Joumana noemt Malaak de eerste vrouwelijke superheld van het Midden-Oosten; gehuld in een strak rood-wit pakje probeert ze de negatieve krachten uit Beiroet weg te meppen. Medlej begon met de serie als een vorm van therapie, 'ter compensatie van de totale hopeloosheid', omdat ze zwaar gefrustreerd was door de Juli-oorlog van 2006 tussen Israël en Hezbollah. 'Onze hoop op vrede werd afgekapt, maar het tekenen van deze strip werkte al na één deel als een catharsis omdat Malaak conflicten kan oplossen op een manier die in het echte leven onmogelijk is. Als je hier probeert een oorlog te stoppen, ontketen je weer een nieuwe, enzovoort - terwijl in een strip dingen juist worden opgelost. En dat is iets waar het publiek zich graag mee identificeert.' Een interessant aspect van Malaak is de vervlechting van tekeningen met foto's: het escapistische van de machtsfantasie - sierlijk meisje verslaat gewapende mannen - wordt getemperd door het documentaire karakter van de fotografie, die het gewelddadige verleden van Beiroet benadrukt. De historische werkelijkheid is hier nooit ver weg.

Dat geldt voor de hele Libanese stripcultuur. Zoals veel gebouwen in de Libanese hoofdstad nog pokdalig zijn van de geweersalvo's, zo is er in dit land bijna geen strip te vinden waarin de oorlog géén rol speelt. Zo verschenen onlangs de beeldverhalen Bye Bye Babylon - Beirut 1975-1979 (Lamia Zadé) en 'Beyrouth - Juillet/Août 2006 (Mazen Kerbaj), ooggetuigenverslagen die gedetailleerd in beeld brengen wat oorlog met je doet. Het een in het Engels, het ander in het Frans, maar het kan ook in het Arabisch, omdat Beirut een drietalige stad is.

Lena Merhej

Ook Lena Merhej (34) is - bijna vanzelfsprekend - door de oorlog geraakt; ze is tijdens de burgeroorlog geboren. Haar Duitse moeder kwam als verpleegster in Beirut wonen en kreeg er in 1978 een kind van een autochtoon. Over haar moeders turbulente leven tekende Lena de grafische roman Jam en yoghurt (hoe mijn moeder Libanese werd), vooralsnog alleen in het Arabisch verkrijgbaar. Ook in haar boek komen bombardementen voor, maar zoals de titel al suggereert, spelen huiselijke details de hoofdrol. In losjes getekende en geschilderde prentjes, alles in zwart-wit, worden taarten gebakken en boodschappen gedaan, treinreisjes gemaakt en soms ook schuilkelders bezocht, want het blijft wel gewoon oorlog. Haar moeder blijft doorgaans kalm, maar ontsteekt af en toe in razernij, wat wordt neergekwast in ruwe penseelstreken. Ook in een stad waar betonnen flats aan gort worden geschoten, wil Lena zeggen, gaat het leven met al zijn kleine dingetjes door. De kwaliteit van de grafische roman werd ook gezien door het Arabische kunstenfonds AFAC, die het werk subsidieerde. Voor Merhej een bewijs dat ­­in een land waar strips vooral met kinderen worden geassocieerd er nu ook erkenning is van de strip als literatuur.

Behalve tekenaar is Merhej ook uitgever van het tamelijk succesvolle stripblad Samandal Comics, waarvan deze maand het twaalfde nummer verschijnt. Oplage: 1.500 exemplaren, zoveel als het gemiddelde Nederlandse literaire tijdschrift. Samandal komt van salamander, een amfibie: 'De strip is een flexibel medium waarmee je dingen kunt laten zien die je niet zomaar kunt beschrijven. Ik kan abstracte kaartjes van de stad tonen en dan opeens naar een emotioneel niveau springen; dat weerspiegelt ons Libanese temperament, waar extreme stemmingen heel gewoon zijn.'

Merhejs Duitse bloed komt ook van pas: aan de universiteit van Bremen werkt ze aan een dissertatie over het verwerken van oorlogsherinneringen in stripvorm, How is the story of the war told? Voorbeelden genoeg met al die getekende memoires, uit haar onderzoek blijkt dat ellende van je aftekenen heilzaam is. Merhej is bovendien zelf ervaringsdeskundige, als tekenaar én als oorlogskind.

Wanneer je haar vraagt waar al die Libanese stripvrouwen vandaan komen, antwoordt ze strijdbaar dat ze samen met de andere vrouwelijke tekenaars vindt 'dat ze recht van spreken hebben'. De Libanese vrouw is geëmancipeerd, omdat de sfeer in dit Parijs van het Midden-Oosten altijd vrijzinnig is geweest. In Beiroet staan kerken, moskeeën en synagoges en geen van de geloven domineert.

Zeina Bassil

Zeina Bassil (23) heeft haar eigen verklaring voor het grote aantal tekenaressen. Door de oorlog en door de arbeidsmigratie zijn er gewoon meer vrouwen in Libanon. En dan is er nog het nuchtere feit dat mannen eerder kiezen voor een 'echte' carrière, zodat ze een gezin kunnen onderhouden - van striptekenen kun je niet leven. Bassil zit in eetcafé The Bread Republic in de wijk Hamra, een levendige buurt met veel winkels, wisselkantoren en hippe horeca. Ze studeert dit jaar af aan Alba, de kunstacademie van Beirut, met een onderzoek naar het oriëntalistische gehalte van strips. Ze bestudeert strips die worden gemaakt vanuit de ogen van een toerist: veel sjeiks en harems en andere exotische stereotypen. Zoals, vindt Bassil, te zien is in de grafische roman Habibi van de Amerikaan Craig Thompson. Zelf werkt ze aan een stripboek dat de subcultuur van Beirut in beeld brengt; een circus vol freaks die 's nachts uit hun schuilplaatsen komen. Ze noemt ze people in travesty, mensen die worstelen met hun identiteit, zoals alle Libanezen.

Ruim een jaar geleden begon Bassil haar eigen stripblad, La Furie des Glandeurs, 'de razernij der nietsnutten', dat actuele situaties aan de kaak stelt. Voorbeeld uit eigen ervaring: elke keer als Bassil een visum aanvraagt 'ik moet bewijzen dat ik geen terrorist ben'. Ook ergert ze zich eraan dat er altijd maar weer over religie wordt gesproken, 'terwijl de echte problemen van politieke aard zijn. Als je de maatschappij verandert, verandert alles mee, ook de focus op religie.'

Bassil is haar stripblad begonnen om landgenoten te stimuleren meer realisme in strips te brengen. De cartoons in de kranten zijn vaak uit het buitenland ingekocht en veel te karikaturaal, naar haar zin. Het derde nummer van La Furie is gewijd aan de ongebreidelde nieuwbouw in de stad, die volgens haar op dubieuze wijze gefinancierd wordt. In haar blad is een wolkenkrabber getekend die de vorm heeft van een soldaat: hij pist op de villa onder hem. Ernaast staat een gebouw in de vorm van een bulldozer, klaar om de architectonische geschiedenis van Beiroet weg te vagen.

Bassil is tamelijk verbitterd over de gang van zaken in haar stad, die door de oorlogen blijvend is veranderd. Terwijl ze in haar Toyota door de files kruipt, klaagt ze over de bewegwijzering in de straten die niet meer klopt, de riolering die de winterregen niet aankan, de projectontwikkelaars die de boel regeren. Misschien houdt ze daarom zoveel van strips, omdat je als tekenaar zelf de touwtjes in handen hebt. 'Strips geven me houvast. Als je een strip maakt, bepaal je zelf het verhaal.'

Michèle Standjovski

Op de kunstacademie studeerde Bassil aanvankelijk reclame-ontwerp, tot ze Michèle Standjovski (52) tegenkwam, die aan de academie al twintig jaar cursussen geeft over stripgeschiedenis. Daaruit is een faculteit Strips & Illustratie voortgekomen, waar nu zeventien studenten werken: vijf jongens, twaalf meisjes. Bassil is een van die studenten, nadat Standjovski haar had overgehaald voor strips te kiezen. Maar de markt is klein. 'Er zijn vier miljoen Libanezen, waarvan de helft kan lezen. Die kunnen kiezen uit Arabisch, Frans en Engels, dus je publiek is altijd klein. Voor het tekenen van een grafische roman moet je minstens een jaar uittrekken en die tijd heb je niet, want als vrouw krijg je kinderen.'

Daarom tekent ze zelf liever korte verhalen: 'Ik haal meer bevrediging uit behapbare doelen.' Ondanks haar scepsis is ze enthousiast over het medium strip. 'Ik geloof in de magie van de strip, omdat je met simpele middelen heel veel kunt doen. Strips zijn makkelijker te maken dan films en je bereikt de mensen ook makkelijker. Minder sophisticated, wel persoonlijker.'

Onder te titel Disorders in Beirut is Standjovski met haar twee dochters bezig aan een bijzonder project. De ene dochter is fotografe, de andere neurowetenschapper, en met zijn drieën proberen ze de psychopathologieën van de stad in kaart te brengen, zowel in tekeningen als in fotografie. Dat doen ze van wijk tot wijk; ze beginnen met Down Town, het gerestaureerde hart van de stad waar alles draait om juwelen, haute couture en valet parking. Volgens Stadjovski zijn de meesten hier niet alleen rijk, maar ook depressief.

Als moeder van een neurowetenschapper heeft ze een eigen verklaring voor de populariteit van de strip onder vrouwen. 'Strips hebben een logische structuur en kunnen tegelijk veel emotie uitdrukken. Dit sluit goed aan bij het functioneren van de vrouwelijke hersenhelften, volgens onderzoek. Arabische mannen zijn heel pragmatisch en bang hun emoties te laten zien. Vrouwen niet. In strips kunnen ze hun verhaal kwijt.'

Op haar website heeft ze een stripverhaal van drie bladzijden gezet dat, hoe kan het anders, Beyrouth heet. Met zwarte en witte penseelstreken op beige papier geeft ze hierin de wandeling weer van een jongen die door de stad loopt. Junior heet hij. 'Junior versnelt zijn pas. Hij heeft er al zijn hoop op gevestigd dat zijn land levendiger zal worden, groter, mooier, grappiger, wáárder. Junior weet niet waarom hij daar in gelooft. Hij loopt sneller en sneller.'

Beelden van de stad komen voorbij: palmen, pleinen, een ruïne, toeterende auto's, een soldaat, een gesluierde vrouw, de skyline. Na dit korte beeldverhaal en al die andere strips van Libanese tekenaars moet je bijna wel concluderen: Beirut is verliefdheid. En oorlog.

undefined

Meer over