NieuwsGenderneutraal taalgebruik

‘Door mannelijk taalgebruik als vanzelfsprekend te beschouwen, sluit je iedereen uit, behalve mannen’

Genderneutraal taalgebruik schiet zijn doel voorbij als er alleen mannelijke voornaamwoorden in voorkomen: denk aan ‘hij’ en ‘zijn’. Met zulk taalgebruik bedoelen we zowel vrouwen als mannen, zoals in ‘Iedereen poetst zijn tanden’. Maar lezers zien bij zo’n zin op papier niet vanzelfsprekend ook vrouwen voor zich; ook niet wanneer die wel worden bedoeld.

Op de Radboud Universiteit is een gender neutraal toilet in gebruik genomen. Beeld Hollandse Hoogte / Flip Franssen
Op de Radboud Universiteit is een gender neutraal toilet in gebruik genomen.Beeld Hollandse Hoogte / Flip Franssen

Dat stelt psycholinguïst Theresa Redl van de Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen. Redl onderzocht of lezers die een tekst krijgen voorgelegd zoals: ‘Wat kost een student? En wat levert hij op?’ snappen dat die genderneutraal moet worden opgevat. Redl promoveert op 21 januari op haar onderzoeksresultaten.

Veel talen, van het Nederlands tot het Hebreeuws, onderscheiden grammaticale geslachten. In vrijwel al die talen worden mannelijke voornaamwoorden gebruikt als alle mensen worden bedoeld. Vandaag de dag wordt vanzelfsprekende dominantie van mannen ook in taal onwenselijk gevonden. Dat vinden overheden ook. Zo bracht het Europees Parlement in 2018 een richtsnoer uit voor genderneutraal taalgebruik: ‘Gendergelijk en inclusief taalgebruik draagt bij aan de vermindering van genderstereotypering, brengt sociale verandering teweeg en zorgt voor meer gendergelijkheid.’

Redl onderzoekt of de nieuwe aanpak al is geland bij Nederlanders. Ze wil weten hoe snel lezers het begrijpen als met mannelijke voornaamwoorden zowel mannen als vrouwen worden aangeduid. In vijf tests waaraan in totaal zo’n vijfhonderd proefpersonen deelnamen, presenteerde Redl op beeldscherm tekstjes waarin aanvankelijk ‘hij’ of ‘zijn’ wordt gebruikt, waarna pas in tweede aanleg duidelijk is dat het ook gaat om een vrouw of om vrouwen. Bijvoorbeeld: ‘Iedereen poetste zijn tanden, zelfs een paar vrouwen die al jaren niet meer bij de tandarts waren geweest.’

Oogbewegingen

Een camera legde tijdens het lezen de oogbewegingen van de proefpersonen vast. Redl: ‘Woorden waarbij de ogen van de lezer langer stilstaan, zijn kennelijk lastiger te verwerken. Je kunt daaraan conclusies verbinden over wat er gebeurt in de hersenen van de lezer. Die ziet een zin waarin mannelijke woorden staan; de hersenen moeten vervolgens verwerken dat het ook om vrouwen gaat. Zelfs al is de tekst genderneutraal bedoeld, dan wordt die in eerste instantie toch als mannelijk begrepen.’

Vooral mannen haperen bij het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord ‘zijn’ voor vrouwen, constateert Redl: ‘We zien bij het eye-tracking experiment bij mannen pauzes wanneer de tekst vervolgens over vrouwen blijkt te gaan.’

Vrouwen hebben met dat ‘zijn’ geen aantoonbare moeite. ‘We vermoeden dat meisjes al vroeg gedwongen worden daar een neutrale betekenis aan te geven: anders gaan teksten namelijk nooit over hen.’

Bij gebruik van het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’ kostte het zowel mannen als vrouwen meer moeite te begrijpen dat de zin zowel op mannen als op vrouwen kan slaan, zoals in: ‘Als een leerling honger heeft, kan hij naar de eetzaal’. Redl: ‘Blijkbaar valt ‘hij’ meer op als een woord dat mannelijk is; dat geldt voor iedereen.’

‘Loodgieter’

En is dat erg, als lezers twee keer moeten denken voordat ze zo’n tekst als genderneutraal begrijpen? Redl: ‘Het effect van mannelijke beroepsnamen in bijvoorbeeld het onderwijs is al eerder onderzocht: meisjes denken daardoor dat ze niet geschikt zijn voor stereotiep mannelijke beroepen; zij krijgen het idee dat beroepen als ‘loodgieter’ of ‘astronaut’ niet voor hen weggelegd zijn.’

Ingrid van Alphen is aan de Universiteit van Amsterdam taalkundige op het gebied van gendervraagstukken. Zij is niet betrokken bij het onderzoek: ‘Redl is de eerste die de interpretatie van Nederlandse mannelijke voornaamwoorden onderzocht. Zij bewijst dat ‘hij’ en ‘zijn’ niet als neutraal, maar bovenal als mannelijk worden opgevat. Dat is een belangrijk wetenschappelijk inzicht.’

Redl: ‘Door mannelijk taalgebruik als vanzelfsprekend te beschouwen, sluit je iedereen uit, behalve mannen.’ De oplossing, zegt Redl, is waar mogelijk neutrale meervouden te gebruiken. Dus niet: ‘ieder heeft recht op zijn eigen mening’, maar: ‘mensen hebben recht op hun eigen mening’.

Meer over