Door grote grazers gegrepen

Nederland lijkt in de ban van grazende beesten uit verre oorden. De fauna werd afgelopen woensdag met drie wisenten uitgebreid....

Automobilisten kijken er niet meer van op als ze langs de A 50 op de Veluwe Schotse hooglanders in het vizier krijgen. Treinreizigers kunnen tussen Almere en Lelystad getrakteerd worden op edelherten, kuddes konikpaarden en heckrunderen in de Oostvaardersplassen. Ter completering van deze fauna zijn afgelopen dinsdag drie wisenten uitgezet in de duinen bij Overveen, tussen Haarlem en Zandvoort.

Nederland lijkt na een periode van 25 jaar de grote grazers uit verre oorden omarmd te hebben. Maar er is ook angst voor deze dieren. Natuurorganisaties hebben veel uit te leggen aan het publiek, dat moet wennen aan de mogelijkheid kadavers tegen te komen in een enigszins verwilderde natuur waar de regel is: dood doet leven.

Op Nederlandse natuurterreinen lopen dertigduizend grote grazers rond, waarvan de helft schapen. ‘Daar ontstaat maatschappelijke onrust over’, zegt dr. Loek Kuiters, onderzoeker bij Alterra. ‘Dieren gaan ook dood, en daar schrikken mensen van.’

Schotse hooglanders, galloways, heckrunderen, edelherten, wisenten en konikpaarden zijn evenwel de lievelingen van de natuurbeschermingsorganisaties geworden. Ze zijn nuttig en ogen aaibaar. Door hun vraat houden ze het gras kort, waardoor het landschap open blijft en niet in bos verandert.

Met hun harige vachten stoffen ze hun omgeving af. Dit vergroot de belevingswaarde – het nieuwe modewoord in beleidskring – van het landschap voor de bevolking van het vlakke land achter de dijken, die steeds meer van enigszins wilde natuur verstoken blijft.

De drie wisenten in het Kraansvlak in de Kennemerduinen kregen afgelopen woensdag versterking van nog eens drie wisenten. Een feestelijke happening met heuse wisentjenever.

Een wisentkalf staat die ochtend in zijn dichte houten kist, geflankeerd door twee andere houten bouwsels uit Bialowieza Nationaal Park in Polen. Om 11.25 uur is het grote moment aangebroken: de kist mag open en het kalf mag na veertig uur krappe behuizing naar buiten.

Omstanders met camera mogen geen flitslicht gebruiken, harde geluiden zijn verboden, en toeschouwers moeten op afstand op een verhoging de bevrijding van de wilde dieren gadeslaan. Want behalve dat de wisent, soms aangeduid als de Europese bison, een bedreigde diersoort is (er zijn meer vrij levende zwarte neushoorns dan wisenten) heeft het dier de reputatie onberekenbaar en agressief te zijn.

Het is een spannend moment als het eerste luik opengaat. Voor eventualiteiten ligt een verdovingsgeweer klaar, vertelt een expert later.

Het enige geluid dat dinsdag om 11.25 uur in het Kraansvlak te horen valt, is het roffelend trappen van het kalf tegen de kist. Aarzelend komen de achterpoten naar buiten, en dan volgt de grote bevrijding. Nu moet ook het moederdier van 900 kilo snel de kooi uit. In een kwartier hebben de drie dieren, waarvan twee met zendertjes zijn uitgerust om hun gangen te kunnen volgen, vaste hoef op Nederlandse bodem gezet.

Ze beginnen meteen te grazen. ‘Een teken van rust’, zegt boswachter Ina Roels van PWN, het duinwaterleidingbedrijf met een groot natuurterrein in de Kennemerduinen. ‘Als ze onrustig waren, zouden ze meteen wegrennen.’

Het drietal loopt het begroeide duin op en draait zich nog eens naar de camera’s om. Als het derde dier tussen de moeder en haar kalf gaat staan, krijgt ze een dreun. ‘Even de pikorde vaststellen’, zegt de boswachter. Nog enkele minuten poseert het drietal in de meest fotogenieke opstelling, en een kwartier later zijn ze uit het zicht verdwenen. Niet naar de waterpoel, wat wel werd verwacht.

Inmiddels moeten de dieren hun soortgenoten in het Kraansvlak van 200 hectare hebben geroken. Bijna een jaar geleden werden de eerste drie wilde wisenten in Nederland in dit gebied losgelaten. Het nieuwe moederdier zal als oudste waarschijnlijk de dominante leidkoe in deze kudde worden, waar de stier omheen drentelt.

Over de wisenten is weinig bekend, en daarom volgt dr. Joris Cromsigt van de universiteit Groningen deze vijfjarige pilot. Mocht het niets worden met de wisenten in de duinen, dan kan er een eind aan worden gemaakt.

De eerste tekenen wijzen daar niet op. Ziet een wisent een sappige struik met kardinaalsmuts tussen de stekelige duindoorn, dan zal hij daar hoe dan ook doorheen breken met zijn forse lijf. Dat is precies wat het dier geacht wordt te doen in het Kraansvlak, dat steeds dichter groeit met struweel en bos.

Wisenten schillen struiken en bomen waardoor de sapstroom stokt en de struik of boom sterft, ontdekten onderzoekers. Zo ontstaan open plekken waar nieuw leven kan ontstaan. Vroeger vrat het konijn doornachtige struiken weg voordat ze konden uitgroeien, maar het konijn is door een virusziekte vrijwel uit het duingebied verdwenen.

Grazerexperts als Ruud Lardinois verwachten dat de wisenten ook op de Veluwe uitgezet gaan worden. Cromsigt acht voormalige militaire oefenterreinen op de Veluwe geschikt als wisenthabitats.

Het eerste begrazingsproject van Nederland, met Schotse hooglanders in Nationaal Park de Veluwezoom, wordt als een groot succes beschouwd.

Natuurmonumenten had vorige week een feestje omdat de hooglanders 25 jaar in het park rondliepen.

Het lijkt ook koek en ei, daar in dat Veluwse park. De nu 115 dieren vormen op de Veluwezoom een evenwichtige groep, die goed te vreten heeft. Ze groeien naar een stabiele populatie, zei ing. Hans van Dijk, beheerder van de Veluwezoom, vorige week op het symposium over de Schotse hooglanders.

Geboorte en dood komen met elkaar balans. Soms slaat een hooglander het jongen een jaartje over, soms gaan er meer dieren dood, dan worden er weer veel geboren. Een stabiele kudde voorkomt dat er dieren afgeschoten moeten worden omdat er te veel zijn voor wat het gebied aankan.

Dat is wel eens anders geweest. In de jaren negentig kregen de hooglanders de vrije teugel, en de beheerders van Natuurmonumenten grepen niet in. De kudde groeide naar meer dan tweehonderd dieren. Die zouden voor een deel verhongeren, omdat het gebied te weinig gras levert voor zoveel dieren. Daarom werden ze bijgevoerd.

Dat werkte averechts. Goed gevoed is goed gejongd. Dus groeide de kudde tegen de klippen op. Er werden eenmalig honderd dieren uit de kudde gehaald en elders ondergebracht. Nooit bijvoeren, leerde Natuurmonumenten ervan.

De dieren kregen het beter toen hun leefgebied werd vergroot. Het kerngebied van 170 hectare, de Imbosch, waar in 1982 tien dieren werden uitgezet, groeide uit tot het Nationaal Park Veluwezoom met een omvang van 4500 hectare.

De natuurbeschermers dromen ervan dat de kuddes konikpaarden, edelherten en heckrunderen in de Oostvaardersplassen, waar Staatsbosbeheer de scepter zwaait, via Hollandse Hout en het Horsterwold (bij Zeewolde) uiteindelijk kunnen afzakken naar de Veluwe.

Als op de Veluwe de rasters worden afgebroken, is ook het voedselprobleem gedurende strenge winters opgelost, omdat de dieren dan over een veel groter gebied kunnen uitzwermen. Dan valt er altijd wel wat te grazen.

Onderzoeker Kuiters van Alterra erkent dat de natuurbeheerders vooral succesverhalen willen vertellen. De Oostvaardersplassen en de Veluwezoom kregen een voorbeeldfunctie. Te klakkeloos werden op steeds meer plaatsen grazers ingezet, maar niet alle natuurterreinen lenen zich voor vraat.

Kuiters ziet steeds vaker twee opvattingen botsen. ‘Moet de natuur worden geconserveerd met de planten en dieren die erin leven – soms schrijft Europa dit voor als het om zeldzame soorten gaat. Of mag de natuur zich spontaan ontwikkelen – wat betekent dat er soorten verdwijnen en nieuwe verschijnen.’

In verband met de Oostvaardersplassen wordt die vraag nu gesteld. De grazers eten in dit gebied zoveel riet en verpletteren zoveel nesten, dat er in tien jaar 21 broedvogelsoorten zijn verdwenen, blijkt uit onderzoek van vogelexpert Rob Bijlsma. Staatsbosbeheer, dat in de Oostvaardersplassen het beheer voert, lijkt echter niet van plan het roer om te gooien.

Dr. Frans Vera, die aan de wieg stond van de Oostvaardersplassen, wil de feiten niet ontkennen, maar vindt wel dat er ook naar de context moet worden gekeken.

De Oostvaardersplassen bestaan uit moeras en een droog deel, legt Vera uit. ‘In het droge deel, waar de grote grazers lopen, gaan de vogels in aantal terug. Maar om de soorten die daar verdwijnen, was het in dat droge deel nooit begonnen’, zegt hij.

‘Het ging daar om de grauwe gans, die vanuit het droge deel het moeras ingaat om te ruien. Die ganzen moeten voor en na de rui op het droge deel gras kunnen eten. Daar zorgen de grote grazers voor. Zonder grazers zouden er alleen vlieren en riet groeien, en zouden er geen grauwe ganzen in het moeras zijn.’

Er is veel ophef over de verdwenen vogelsoorten, zegt Vera. ‘Maar mogen we ook de goede ontwikkelingen noemen? Er zijn meer dan twintigduizend grauwe ganzen, meer dan tienduizend brandganzen, meer dan tienduizend goudplevieren en evenzoveel kieviten. Bovendien komt de zeearend er nu broeden, mede dankzij de kadavers van de grote grazers. Roofvogelliefhebbers zijn daar opgetogen over. Geregeld vragen mensen ons: leg daar even een edelhertkadaver neer, want we willen zo graag een zeearend zien.’

Meer over