Door de straten van Sofia waait de blues

De hoofdstad van Bulgarije is veranderd. Het Centraal Comité verdween uit zijn hoofdkwartier aan Sofia's grootste plein. De Westerse filmindustrie betrok het gebouw....

Mensen staan stil en kijken naar de merkwaardige man met zijn lange haar en de geiteleren balg onder zijn oksel. Hij stampt met zijn voeten, laat de bellen voor zijn buik ritmisch meedansen op de tonen van zijn gaida, de doedelzak uit het Rhodopengebergte.

Peter Bonev Petrov speelt met zijn gezicht naar de muur, onder de arcade van het warenhuis Tsoem, aan het Largo, Sofia's grootste plein.

Sofia - de Wijze, de gewonde. Zo nu en dan dwarrelt een biljet van tien leva, een kwartje, in de zwarte hoed op de grond.

Op het dak van Tsoem trekt Johnny Walker lichtreclames van Technics en Panasonic. Pierre Cardin begroet na de klapdeuren de klanten. Het fastfood-restaurant binnen heet Amerikana, de vierde etage de Philips-verdieping.

Het is druk bij Tsoem, maar wie kan er wat kopen? Een Zippo-aansteker kost 3200 leva, het maandsalaris van een leraar met enkele dienstjaren. Tsoem is voor de meeste Bulgaren een tentoonstelling van onbereikbaarheden.

Aan de oostzijde wordt het Largo afgesloten door het voormalige hoofdkwartier van de Bulgaarse communistische partij. Waar het Centraal Comité voorheen nadacht over weer een vijfjaren-plan, draaien nu de produkten van de Westerse filmindustrie.

In augustus 1990 verzamelde zich voor het gebouw een woedende massa, die pogingen ondernam het monstrum in lichterlaaie te zetten. Pas toen was de partij bereid de gehate Rode Ster van het dak te verwijderen.

Het Largo, aangelegd op de plaats waar in 1944 Amerikaanse en Engelse bommenwerpers het hart uit Sofia bombardeerden, is een eerbewijs aan de doelstellingen van de communistische architectuur. Gebouwen als kraakinstallaties; klein moet de mens zich voelen, verpletterd en klein.

Gele kinderkopjes leiden er naar het Alexander Battenbergplein - het oude 9 September-plein. Daaraan staat links het voormalige koninklijk paleis, waar de 22-jarige Duitse playboy Alexander von Battenberg in 1879 als eerste monarch van het nieuwe Bulgarije zo'n diepe teleurstelling beleefde. Hij vond er niet het verwachte rijke hofleven en evenmin de talloze even gewillige als bloedmooie hofdames. Uit protest weigerde hij Bulgaars te leren.

Later namen vanaf het balkon de communistische koningen op 1 mei en 9 september de parades af. En als de marcherende Jonge Pioniers en Arbeidersbrigades hen verveelden, droomden ze weg bij de aanblik van het gebouw aan de overkant, wellicht het eindstation van hun ultieme geheime aspiraties.

Het mausoleum van Georgi Dimitrov, de eerste communistische leider van het land, is de in beton gevangen lelijkheid. De passant kan niet anders dan huiveren, als in Sofia de avond valt en het plein voor het mausoleum in schemerduister wordt gehuld.

In zes dagen werd het gebouw in 1949 op zijn plaats gegoten.

De merkwaardige weg die een mens kan gaan: de architect kwam later in een gevangenenkamp terecht vanwege zijn democratische ideeën.

Ooit moet hij anders hebben gedacht. Want beter dan welk gebouw in Sofia ook symboliseert Dimitrovs voormalige rustplaats met stalinistische onomwondenheid de pogingen tot verkrachting van een stad en een volk, 43 jaar lang. Hier lag ter verering tot 1990 het lijk van de Held van het Volk. Althans - naar verluidt - het hoofd en de armen van de Held van het Volk, vastgeplakt aan een lichaam van was.

Met graffity is een poging gedaan de onmenselijkheid van de tombe te corrigeren: Anarchy, Metallica, New Generation, Fuck.

Fuck wie?

'Fuck de politici, fuck de smeerlappen in hun zwarte auto's, fuck Bulgarije.' Tessie is 21 en drinkt capuccino van honderd leva in het Wiener Café, de luxe uitspanning naast het Sheratonhotel, tegenover Tsoem. Ze wil eerst veel geld verdienen met haar werkzaamheden als prostituée en daarmee Bulgarije zo snel mogelijk verlaten. 'Dit land heeft geen toekomst. Nu niet, maar over vijftig jaar ook niet. Ze hebben alles kapot gemaakt. Deze stad en de mensen in deze stad. En ze zijn nog steeds aan de macht, al noemen ze zich tegenwoordig socialisten.'

Vijftig dollar voor een nacht waarin alles mag.

'Fuck you', zegt Tessie.

In maart verdwenen achtereenvolgens om niet direct duidelijke redenen suiker, olie en rijst uit de winkels. Het centrum van Sofia heeft continu water, maar discussies over de kwaliteit ervan lopen hoog op. De concentratie van zware metalen is veel te hoog, zeggen milieu- en consumentenorganisaties. De regering zegt dat er niets aan de hand is. In de buitenwijken van de hoofdstad loopt de kraan twee keer per week achttien uur.

De stoepen in Sofia zijn voor vrouwen in aftandse jassen en voor vrouwen in peperduur bont. De straten zijn van rokende Lada's en Zastava's. Maar ook van splinternieuwe Mercedessen en BMW's zonder enig respect voor voetgangers.

Vanaf het Alexander Batenbergplein de Tsar Osvoboditelboulevard door naar het Narodno Sabranieplein, waaraan behalve het Parlementsgebouw ook het Grand Hotel Sofia is gelegen. Voor dat hotel staan tientallen luxe automobielen. Het is zaterdagavond, kwart over elf.

De gigantische eetzaal van het hotel is leeg, op één late eter na. Hij kijkt gebiologeerd naar het podium, waar twee mannen staan en de Bulgaarse uitvoering van de latere Mariska Veres. I can get no satisfaction, zingt Mariska terwijl ze kronkelt en kreunt. No no no.

In het casino, de trap op, is niemand.

Iedereen is beneden, in de nachtclub, zegt de werkloze croupier. Want daar is vanavond de verkiezing van Miss Voetbal Bulgarije 1995.

En daar zijn ze, Bulgarije's nieuwe rijken. Mannen met draagbare telefoons aan hun Gucci-riem. Veertigers met staartjes in hun haar en scherpe vouwen in hun Armani-pak. In gespannen afwachting van de opkomst der kandidates drinken ze champagne, Franse.

Voorzitter van de jury is Ivo Boskov, type patser met zonnebril. Directeur van de firma 'Miss Bulgarije'. Organisator van een tiental Miss-verkiezingen: Miss Sofia, Miss Zwarte Zee, Miss CSKA, Miss Sport, Miss Levski, Miss Nieuw Bulgarije, Miss Olympia, waarmee hij de zaak wel zo ongeveer in handen lijkt te hebben. 'En van de Miss Democratie-verkiezingen', zegt Ivo Boskov om misverstanden omtrent het gehalte van zijn progressieve opvattingen te voorkomen.

Terwijl Boris Kristalbalans zijn ijzingwekkende nummer met zwaarden en glaswerk opvoert, overlegt de jury. De fraaigevormde Lutka wint. Zoals ook viel te verwachten: ze draagt nummer veertien.

Om half vier 's nachts dreunt de disco in de nachtclub. That was yesterday, zingt R.E.M. Just a dream, just a dream. Geslaagd Sofia danst in trance, alsof de geesten uit het verleden het zwijgen moet worden opgelegd.

In de lounge liggen vier bejaarden onder grijze dekens op een zwartleren bank. Met hun AOW-uitkering van 62 gulden per maand hadden ze beneden zeven pilsjes kunnen bestellen, na aftrek van de entree en het tipgeld voor de ober.

Voor de ingang van het Wiener Café staan twee portiers in livrei. Voor hen zit een bedelaar zonder benen in een rolstoel.

Links, op het Sveta Nedalya-plein, staat de gelijknamige Bulgaars-orthodoxe kerk. Binnen staat een priester met een oude vrouw voor een ikoon van de Heilige Maagd en prevelt gebeden. Het zijn voornamelijk jonge mensen die kaarsen aansteken.

De koepel van de kerk is weer leeg. Tot 1990 was die volgestouwd met geavanceerde afluister- en observatie-apparatuur van de Bulgaarse geheime dienst.

Vanaf het plein loopt de Vitoshaboulevard naar het zuiden - waar in de verte de Vitoshabergen naar de hemel reiken. Naar het noorden verbindt de Maria Louisa Knyaginya-boulevard Sofia's centrum met haar deprimerende buitenwijken.

Het zijn vermoedelijk de straten waarachter zich het duidelijkst Sofia's karakter verschuilt, dat van een schizofrene stad.

De Vitosha is gevuld met winkels waarvan de verf nog nat is. Winkels met allerhande elektronica, met computers, keukens, luxe meubelen. Tientallen wisselkantoren. Muziekwinkels met piraten-cd's voor ¿ 6,25: Led Zeppelin, Deep Purple, Pink Floyd, Rolling Stones. Sportshops waarin ze schoenen van Nike en New Balance verkopen en ski's van Atomic.

Hier heeft Sofia getracht haar toekomstvisioenen alvast een beetje te realiseren, zo lijkt het. Sofia, de moderne metropool met het oude verleden, waar nu nog de dollars uit dubieuze bronnen rollen, maar waar straks rijke westerse toeristen hun harde valuta moeten komen besteden.

Achter de Knyaginya ligt in westelijke richting het deel van de oude stad. Het is het oude joodse kwartier van Sofia. Met Naitcho Tsanovstraat, de Pirotskastraat, de synagoge in de Ekzarkh Yossifstraat. De straten zitten vol gaten, de huizen zijn vervallen. Maar het ruikt er naar de boeken van Isaac Bashevis Singer, naar het oude centraal-Europa.

Diagonaal door de wijk loopt de Stefan Stambolovboulevard, volgestouwd met honderden marktkramen. De radijsverkoper staat er, de walnootverkoper en de handelaar in zonnebloempitten. Zigeunerjongetjes verkopen plastic tassen voor tien leva. Hier heten de sportmerken Adiadas en Reabook - met de juiste strepen. Hier hebben de mensen koppen - en kleren - van voor de oorlog en kost een brood een kwartje.

De markt op de Stefan Stambolovboulevard is een bewijs voor de stelling dat tijd kan stilstaan, een schrijnend bewijs. Maar juist daardoor is hij ook van een ontroerende en melancholieke schoonheid, die Vitosha, Osvoboditel of Knyaz Dondoekov ver overtreft.

In de straten rond het Slaveikovplein, ten oosten van de Vitoshaboulevard, toont Sofia het duidelijkst haar menselijke gezicht. Boekenstalletjes en kraampjes met allerhande broodjes en snacks wisselen elkaar af, parkjes breken de huizenrijen.

Hier, in de oude wijken, dreigt Sofia zowaar iets gezelligs te krijgen.

Dat beseft ook de beau monde van de stad. In de wijken ten oosten van de Maria Louisa Knyaginya-boulevard en aan weerszijden van de Vitosha-boulevard stijgen de huurprijzen van appartementen per maand. In het voetspoor van de nieuwe rijken volgen de kunstgaleriën, waarvan er de afgelopen jaren honderden zijn geopend, en talloze trendy eetgelegenheden: de Garden Club in de Knya Borisstraat, Erma in Alabinstraat, Borsalino in de Tsar Simeonstraat, de Gouden Draak in Rakovskistraat.

Je kunt in Sofia, dat zich jarenlang beperkte tot de Bulgaarse keuken, nu Italiaans eten, Chinees, Frans, Indiaas, Indonesisch, Japans, Russisch, Hongaars en zelfs Duits. Voor de Mexicaan moet je naar de San Stefanostraat, in de universiteits- en ambassadewijk aan de oostkant van de ringweg rond het centrum. Dorst van diplomaten, studenten en werknemers van de in de wijk gevestigde tv-studio's hebben ervoor gezorgd dat zich daar ook de mooiste cafés bevinden.

Sofia, onder het communistische bewind befaamd om haar dodelijk saaie uitgaansleven, tracht als een natte hond in de regen het verleden van zich af te schudden. Het avant garde-theater boomt, het Opera Café aan de Vrabchastraat is een vrijplaats voor beginnende popgroepen. Die spelen onder het toeziend oog van Aleksandar Stamboliiski, leider van de Boerenregering (1919-1923).

Stamboliiski houdt zijn rechterhand stevig in de zak. Toen hij in 1923 werd afgezet werd die hand - waarmee hij het vermaledijde verdrag van Nis met de Serviërs had ondertekend - eerst geamputeerd, alvorens de rest van Stamboliiski werd geëxecuteerd.

In het park rond de Alexander Nevski-kathedraal, met het Nationaal Historisch museum Sofia's belangrijkste toeristische trekpleister, wachten handelaren op betere tijden en buitenlanders. Ze verkopen oude naaimachines, Russische legermedailles, horloges, schaakborden.

Maria doet in Russische poppen. Ze is aan de Universiteit van Sofia afgestudeerd in scheikunde en biologie, maar daarmee houd je jezelf in Bulgarije niet in leven. Met Russische poppen ook amper trouwens. 'Ik verdien genoeg om te overleven', zegt Maria. 'Maar meer ook niet. Geen café, geen theater, geen bioscoop. Overdag hier, 's avonds thuis. Dit is helemaal geen leven.

'Alleen criminelen leiden hier een goed leven', zegt Maria. 'Criminelen en bodyguards van criminelen.'

Peter Bonev bespeelde in de communistische tijd zijn gaida in theaters in Londen, Parijs en Berlijn. Maar sinds vier jaar doet de Tovenaar - zoals zijn bijnaam luidt - dat in de straten van Sofia, uit overtuiging.

'Ik speel voor mijn mensen. Ik probeer ze te helpen met mijn muziek, want ze hebben het moeilijk. Wat ik speel, dat is ons verhaal. Het komt uit onze ziel, het is het eeuwenoude verhaal van het Bulgaarse volk. Het gaat over leven en dood, over onze vreugde en ons lijden.'

Zijn tonen kruipen omhoog langs het stalinistische beton alsof ze dat willen splijten en neerhalen.

Ze zoeken hun weg langs de boulevards, ze waaien door de straten en stegen van Sofia.

Hij jankt en hij troost en hij schreeuwt en klaagt aan. Hij speelt je de rillingen op de rug.

Met gesloten ogen blaast Peter Bonev de Bulgaarse blues.

Meer over