Door cultuurbezuinigingen is prijzengeld festivals en fondsen noodzakelijk

Dit weekend werden de Zwanen, de Oscars van de Nederlandse dans, tijdens de Nederlandse Dansdagen in Maastricht uitgereikt. De winnaars zijn onder andere Marco Goecke, Ed Wubbe en Imre van Opstal. De toekenningen illustreren hoe festivals en fondsen steeds vaker met prijzengeld pleisters proberen te plakken op gaten, die zijn ontstaan door cultuurbezuinigingen. 

Marco Goecke met zijn Zwaan voor de meest indrukwekkende dansproductie 2017.Beeld Jochem Jurgens

Hij was met zijn bejaarde moeder vrijdag uit Wuppertal naar Maastricht gereisd, voor de uitreiking van de Zwanen, de belangrijkste dansprijzen van het seizoen. 'Ze gaat gillen als ik voor de derde keer mijn nominatie niet verzilver', zei hij kort voor de start van het Gala van de Nederlandse Dansdagen. De internationaal gevierde choreograaf Marco Goecke (45), geboren in de stad van danslegende Pina Bausch en vaste gast bij het Nederlands Dans Theater (NDT), mocht eindelijk het bronzen beeld voor 'de meest indrukwekkende dansproductie' (een mensfiguur met vleugels, ontwerp: Toer van Schayk) mee naar huis nemen. Hij ontving de prijs voor zijn 'schitterende en intense' groepswerk Midnight Raga, 'spatgelijk uitgevoerd' door jonge NDT-dansers. In zijn ultrakorte dankwoord memoreerde hij Scapino Ballet Rotterdam en Ed Wubbe, die hem in Nederland introduceerde. Goecke had eigenlijk al eerder een Zwaan moeten hebben, bijvoorbeeld voor Supernova (2009) bij Scapino.

Gouden Zwaan

De jury trok nog een omissie recht: Wubbe (60), zelf nooit gelauwerd met een Zwaan voor een choreografisch werk, ontving de Gouden Zwaan voor 'zijn grote betekenis voor het Nederlandse dansveld'. Danseres Imre van Opstal (27), uit een Venloos gezin met vier professioneel dansende kinderen, won de Zwaan voor 'de meest indrukwekkende dansprestatie', voor haar 'perfecte techniek, mystieke charisma en soms angstaanjagende kracht' in Salt Womb, ook van NDT. Van Opstal, net verhuisd naar de Batsheva Dance Company in Israël, droeg de Zwaan op aan haar dansende broer en zussen. Die werden eerder ook genomineerd, maar nooit winnaar.

Het NDT - toch de Champions League van de Nederlandse dans - kaapte dus de belangrijkste prijzen weg, vóór Accusations van Ann Van den Broek (Zwaan-winnaar vorig jaar), het verrassende Ignite van ISH/Shailesh Bahoran en de opvallende dansers Jefta Tanate (choreografie: Jasper van Luijk) en Edo Wijnen (Het Nationale Ballet).

Gaia Gonnelli.Beeld Jochem Jurgens

Prijzen Nederlandse Dansdagen

Bahoran kreeg wel de Prijs van de Nederlandse Dansdagen Maastricht 2017 en sprong 'als jongen van de straat' een gat in lucht met de cheque van € 12.000 voor een te maken festivalpremière. Daarbovenop won hij zondag de Prijs van de Nederlandse Dansdagen Internationalisering (€ 5.000,-), voor een buitenlandse tournee van Ignite in het buitenland. Danseres/choreografe Gaia Gonnelli ontving de nieuw ingestelde Prijs van de Nederlandse Dansdagen Jong Publiek: € 10.000 voor een voorstelling in de leeftijdscategorie 4-18 jaar.

Deze toekenningen illustreren hoe festivals en fondsen steeds vaker met prijzengeld pleisters proberen te plakken op gaten, ontstaan door cultuurbezuinigingen. Zaterdag kregen drie jonge makers, Astrid Boon, Sabine Molenaar en Ryan Djojokarso, samen € 50.000 (BNG Bank Dansprijs) om hun werk te laten toeren door Nederland, want tournees voor opkomend talent zijn niet meer vanzelfsprekend.

Choreograaf Bahoran met Cultuurwethouder Mieke Damsma.Beeld Jochem Jurgens

Pop Up Museum

Het twintigjarige festival vierde in Theater aan het Vrijthof zijn jubileum met een pop-up museum: een zorgvuldig geordend overzicht van twee decennia aandacht voor Nederlandse dans. Alle foto's, video's, kunstwerken en kostuums bewezen het belang van De Nederlandse Dansdagen, niet alleen vanwege prijzengala's en terugblikken via best of's, maar ook door nieuwe samenwerkingen zoals met amateurs, publiek, sport en gezondheidszorg. Vanaf deze editie breidt het festival ieder jaar één dag uit, om meer podium te geven aan premières en ontwikkelingen.

Kindertotenlieder Appearance

Als opening presenteerde De Nederlandse Dansdagen donderdagavond de wereldpremière van Kindertotenlieder Appearance, door ICKamsterdam, Ballet National de Marseille en kinderkoor La Maîtrise des Bouches-du-Rhône, in de neoromaanse Sint Theresiakerk in Maastricht. Dat leek eerder een (te) vroege Halloweenact dan een opzienbarende performance. Heldere kinderstemmen zongen de door Gustav Mahler niet eenvoudig getoonzette rouwgedichten van Friedrich Rückert, over kindersterfte. Terwijl een enge sfeer werd geforceerd met lichtflitsen, zonnebrillen, zaklampen en rijdende (doods)kisten, waren zeven dansers en twaalf zangertjes vooral druk met het uitvoeren van afspraken. Pianist Franck Krawczyk hamerde zijn bewerking richting kerkbanken. Maar het bleef tam. Pas toen de dansers de ruimte kregen voor het altaar, kwam er leven in Kindertotenlieder.

Beter waren voorstellingen van jonge makers, zoals Asset, Liability, Equity van Connor Schumacher. In dit trio scheuren dansers van Conny Janssen Danst elkaar de kostuums van het lijf, onderwijl de schone schijn ophoudend, want the show must go on. Een sterke metafoor voor de zorgen in de danswereld, geuit tijdens een debat: voor te weinig geld putten kunstenaars zich te zeer uit om het publiek toch die virtuoos gemaakte voorstelling te tonen. De bodem is bereikt, aldus choreografen, dansers en gezelschapen afgelopen weekend, in het zuiden.

Meer over