Doodsbang om een moslim te kwetsen

De romancier Salman Rushdie noemde Geert Wilders niet, toen hij kort geleden opdook in New York voor een zeldzaam openbaar optreden....

Elke vorm van correctheid, gevoed door angst en overgevoeligheid, is de schrijver een gruwel. De cultuur van het eeuwig beledigd zijn is gevaarlijk, vertelde hij deze winterse zondagavond. Het wordt riskant iets te zeggen; straks beledig je iemand en dat is de ergste overtreding geworden. ‘Wie ben je tegenwoordig als je niet meer ergens kwaad over bent?’ Identiteit lijkt te draaien om ergernis en slachtofferschap, zei Rushdie, die jarenlang is opgejaagd door beledigde moslims. Het was echt spijtig dat de Amsterdamse rechters die opdracht gaven tot Wilders’ vervolging er niet bij waren.

Op loopafstand van het gebouw van de Verenigde Naties vertelde Rushdie dat hij eens een mooie kreet op een T-shirt zag: ‘Godslastering is een misdaad zonder slachtoffers.’ Maar daar denken de 57 landen die samen de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC) vormen anders over. Eerder deze maand kreeg de OIC een resolutie tegen blasfemie door de Algemene Vergadering van de VN: het te schande maken van ‘alle religies’ wordt daarin veroordeeld. Dit doen de landen al sinds 2005, toen Deense spotprenten van de profeet Mohammed een golf van protest in de moslimwereld losmaakten.

We kunnen gerust aannemen dat de VN-ambassadeurs van landen als Pakistan, Soedan en Syrië zich weinig zorgen maken over het lot van beledigde joden of christenen in hun midden. In ongesluierde zin betekent ‘alle religies’ hier ‘de islam’.

De blasfemieresolutie, waar de VS en Nederland tegen stemden, haalde vrijwel nergens het nieuws. En consequent negeren is misschien de raadzame reactie op de talloze onzinnige verklaringen die uit de wolkenkrabber aan de East River komen. Maar het kan volgens Rushdie geen kwaad om nu en dan de aandacht te vestigen op dit soort gotspes.

In New York is hij niet de enige. Er heeft nooit onduidelijkheid bestaan over het doel van de resolutie, schreef de constitutionele rechtsgeleerde Floyd Abrams, een groot kenner van de Amerikaanse free speech-doctrine. Dat doel: ‘De intimidatie van hen die de islam zouden kunnen bekritiseren.’

Het leveren van kritiek is echter essentieel, zei Rushdie. ‘Als je niet openlijk kunt praten over de fundamentele ideeën van een cultuur, dan kun je helemaal niet praten.’ De islamitische wereld wordt zo een ‘gesloten wereld’. Voor een wezenlijke hervorming, zei Rushdie, moet de Koran juist in de historische context worden gezien. Hij vertelde dat zijn vader en vele anderen halverwege de vorige eeuw de Koran ook op die manier lazen: vrijuit interpreterend en discussiërend. Maar de hypergevoeligheid die ook uit de VN-resolutie – en de vervolging van Wilders – opstijgt, onderstreept dat de Koran heden ten dage alleen ‘binnen de geschiedenis’ bestaat, en onaanraakbaar is, aldus Rushdie.

Hij uitte zijn kritiek tijdens een gesprek met Irshad Manji. Deze Canadese, in Oeganda geboren en in de VS woonachtige columniste doceert aan New York University en schrijft over de noodzaak tot radicale hervorming binnen de islam.

Waar Rushdie zichzelf trots een atheïst noemt, is Manji – ondanks de vele pogingen haar het zwijgen op te leggen – een toegewijde moslima. Met een homoseksuele geaardheid en een scherpe tong, dat wel. Zij stemde met Rushdie in en beschreef ‘een nieuwe infrastructuur van angst’ binnen de islam, maar ook onder westerse buitenstaanders die letterlijk doodsbang zijn om een moslim te beledigen.

‘Mensen zijn gelijk geboren’, zei zij. ‘Maar culturen niet. Het is goed dat te beseffen.’ Ze schudde haar hoofd toen Rushdie betoogde dat de beledigingstrend ook in andere religies zichtbaar is. Manji, die net als Rushdie veelvuldig is bedreigd: ‘In het christendom en jodendom kun je zeggen wat je wilt, zonder voor je leven te hoeven vrezen.’

Zij en Rushdie waren het erover eens dat culturele gevoeligheid via een ‘rottingsproces’ is uitgemond in cultureel relativisme. Zo kunnen juist de fanatici en extremisten ongestraft hameren op hun ‘culturele rechten’ – ook als die rechten leiden tot het vervolgen van schrijvers, het inperken van de meningsuiting of, noem eens wat, het stenigen van homo’s.

Het ergste is volgens Rushdie dat de oren van westerlingen tegenwoordig afgestemd zijn ‘op de mullah’s en andere klootzakken’, terwijl ook in de islamitische wereld tal van mensen worstelen om de macht van ‘de priesters en generaals’ te breken en een moderne samenleving op te bouwen. ‘Dat deden we in de tijd van de Sovjet-Unie niet.’ Destijds werden juist de dissidenten gehoord en gerespecteerd. Officiële stemmen werden niet serieus genomen.

De niet-moslim die nu vragen durft te stellen, ‘is een racist’, zei Rushdie. En dat, zo beseft iedereen die wel eens iets kritisch over de islam heeft durven zeggen, is het ultieme vonnis geworden. Rushdie weet dit als geen ander. De aanleiding voor het debat was de fatwa die de Iraanse ayatollah Khomeini in februari 1989, twintig jaar geleden, uitsprak vanwege de godslastering in Rushdies roman De Duivelsverzen.

De fatwa van toen is de VN-resolutie van nu. Het doodvonnis van de ayatollah krijgt, geformuleerd in een formele verklaring tegen ‘belediging van alle religies’, een zweem van internationale rechtvaardiging. Het middel is anders, het doel hetzelfde: vrijdenkers als Rushdie en talloze minder bekende critici van de islam de mond snoeren.

Anders dan in Canada en Europa kunnen Rushdie en Manji in de VS, ook in deze tijd van ‘je mag mij niet beledigen’, zeggen én geloven wat ze willen, net als elke andere moslim, jood, christen of atheïst. Maar op basis van wat hij in New York opnieuw verkondigde over de Koran en de profeet, zou Rushdie in Nederland mogelijk voor de rechter worden gesleept.

Het ‘chilling effect’ van VN-resoluties, fatwa’s en vervolgingen baart hem grote zorgen: angst en zelfcensuur volgen vanzelf op intimidatie. Rushdie zelf heeft hier nooit onder geleden en dat is reden voor een feestje op 14 februari. De geestelijk leider die de fatwa twintig jaar geleden uitsprak, is allang dood. Rushdie woont frank en vrij in New York en schrijft verder. Bovendien verlaat hij soms zijn studeerkamer om, vlakbij de VN, geluiden te laten horen die niet vaak genoeg kunnen klinken.

Rushdie klonk energiek toen hij vertelde dat de wereldwijde reacties op de fatwa hem hoop hebben gegeven: ‘Mensen reageerden op hun best. Als we dat doen, kunnen we de dreiging verslaan.’ Hij vertelde dat De Duivelsverzen in 43 landen is vertaald. ‘En de schrijver die dood moest, zit hier te praten. Dat is een kleine overwinning. Het is belangrijk om dat te beseffen.’

Daar kan ook de ongelovige maar één ding op zeggen: Amen.

Meer over