DOOD DOOR POLITIE

ER WAS terecht nogal wat ophef over de dood van een aankomend student die, al of niet geprest door ouderejaars, een liter jenever had gedronken....

Maar stel nu eens dat een ontgroeningscommissie een onwillige feut die te veel gedronken had zo gewelddadig de sociëteit had uitgetrapt dat deze aan hersenletsel was overleden? Stel vervolgens dat het bestuur van die studentenvereniging een verklaring zou hebben uitgegeven dat de dood van de student te wijten was geweest aan een ongelukkige val voor de deur van de sociëteit. Nederland zou te klein zijn geweest. En terecht.

Wat er in de Warmoesstraat in Amsterdam is gebeurd rondom de dood van de dronken zwerver Adrie van Driel, is in velerlei opzicht erger. In de eerste plaats omdat het een gewelddadige dood betreft van een ongewapende, dronken lastpost die veroorzaakt werd door de politie, een organisatie die het geweldsmonopolie heeft gekregen om dit soort misdrijven juist te voorkomen.

Het zou eigenlijk zo moeten zijn dat geweldsmisdrijven door de politie extra zwaar worden bestraft, zoals onderwijzers en hulpverleners extra zwaar gestraft worden als zij misdrijven plegen tegen mensen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd.

De agenten van het bureau Warmoesstraat denken daar heel anders over. Volgens hen had iedere agent op dat bureau hetzelfde misdrijf kunnen plegen. ('Het had ieder van ons kunnen gebeuren'). Sterker nog: zij vinden eigenlijk dat het Wetboek van Strafrecht niet op hen van toepassing zou moeten zijn. Hoe is anders de werkonderbreking te duiden die gehouden werd als protest tegen het in voorlopige hechtenis houden van de hoofdverdachte?

Het Openbaar Ministerie was kennelijk van mening dat er voldoende grond was om die gevangenhouding te gelasten op verdenking van doodslag of dood door schuld. Dat zijn misdrijven die er niet om liegen. Doodslag pleeg je als je iemand opzettelijk van het leven berooft, en dood door schuld betekent dat de dood van een ander aan jou te wijten is.

Het getuigt van weinig respect voor de familie van het slachtoffer als er actie wordt gevoerd om het opsporingsonderzoek tegen de vermoedelijke daders van zo'n misdrijf te beïnvloeden en alvast geld in te zamelen voor een vakantie van de verdachten. Het is onbegrijpelijk dat er door de korpsleiding van de Amsterdamse politie zo vergoelijkend over de actie van het bureau Warmoesstraat wordt gedaan. De actie geeft juist reden om ernstig te twijfelen aan de integriteit van dat deel van het Amsterdamse korps.

De affaire in de Warmoesstraat heeft ook de geloofwaardigheid van de voorlichting van de Amsterdamse politie aangetast. De eerste verklaring die werd uitgegeven, had de bedoeling om de zaak als een ongeluk af te doen. ('Een 48-jarige man is gisteravond ten val gekomen voor het politiebureau Warmoesstraat, bewusteloos geraakt en later in een ziekenhuis overleden aan hersenletsel').

Op de televisie verdedigde Klaas Wilting dat met de opmerking dat hij was afgegaan op mededelingen uit het korps. Maar iedere voorlichter weet dat hij zijn geloofwaardigheid kwijt is als hij zich laat gebruiken als doorgeefluik voor informatie die niet (helemaal) waar is.

De affaire in de Warmoesstraat staat niet op zichzelf. Eerder kwamen andere korpsen in opspraak voor 'ongelukken' met zwervers.

Maar ik ben bang dat het probleem met de politie in Nederland veel dieper zit. Uit de IRT-enquête is gebleken hoe een gebrek aan leiderschap en duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden kan leiden tot vormen van eigenmachtig optreden die niet door de beugel kunnen. Die enquête heeft zich beperkt tot de opsporingsmethoden bij zware criminaliteit. Er is alle reden om eens een diepgaand onderzoek in te stellen naar het functioneren van de politie als zodanig.

Zo'n onderzoek zou de hele politieorganisatie moeten doorlichten. Er zijn talloze vragen te stellen over de taakopvatting van de politie, de effectiviteit van het politieoptreden, over de rechtmatigheid daarvan en de integriteit, het leiderschap, de invloed van de bonden op het beleid, de sturing door de bestuurlijk verantwoordelijken, et cetera.

Ik ben er van overtuigd dat zo'n onderzoek tot onthutsende conclusies zou leiden. Alleen al de zaak van de dode zwerver in de Warmoesstraat roept talloze indringende vragen op. Stel nu bijvoorbeeld dat de man niet was overleden en aangifte had gedaan van mishandeling, zou die aangifte dan zijn opgenomen?

Hoeveel aangiftes van mishandeling door politieagenten worden er jaarlijks eigenlijk gedaan, en hoeveel daarvan leiden tot vervolging? Hoe vaak komt het voor dat politieagenten tegen elkaar getuigen? Hoe vaak krijgen politieagenten een bekeuring? Welke 'kortingssystemen' bestaan er allemaal voor politieambtenaren? Betalen ze bijvoorbeeld bij McDonalds de normale prijs voor een hamburger?

Het lijken triviale vragen. In werkelijkheid zijn het vragen naar de integriteit van een organisatie die als maatstaf zou moeten kunnen dienen voor de integriteit van een natie.

Meer over