Donkere momenten tegen een roze achtergrond

Nick Cave die een uit de zaal toegestoken handje schudt, geintjes tegen de voorste rijen maakt en het publiek oproept ondergoed op het podium te gooien - de wonderen zijn de wereld nog niet uit....

Menno Pot

Dat Cave er de laatste tijd schik in heeft, bleek ook al op het stemmige, maar zeer lucide laatste album And No More Shall We Part, dat dit jaar verscheen. Sommige songs van die plaat hebben een haast euforische gospel-vibe. Wie had ooit gedacht dat een zaal vol Cave-fans nog eens - de hoofden loom heen en weer wiegend op de maat - zou meeneuriën op Hallelujah of de toegift God Is In The House? Dat dat laatste nummer naadloos overging in een cover van de discohit Love Is In The Air zegt veel over de Nick Cave van nu: een lolletje moet kunnen.

Maar niet te vaak uiteraard, want je blijft Nick Cave, nietwaar? Donkere momenten (Lime Tree Arbour) waren er nog altijd voldoende, maar het zwarte decorgordijn schoof even open om Cave tegen een roze achtergrond een klein liefdesliedje te laten spelen. De angry young man van vroeger bestaat ook nog: in het onheilspellende Red Right Hand, of het nog altijd zeer indrukwekkende doodstraflied The Mercy Seat, dat extra huiveringwekkend was, op de dag dat Timothy McVeigh werd geëxecuteerd.

Het contrast met pseudo-stichtelijke sfeer van Oh My Lord of het schitterende As I Sat Sadly By Her Side was zo groot, dat de nieuwe Nick Cave haast vergelijkingen oproept met iemand als Tom Waits: zo'n bonte lappendeken van verschillende emoties op één avond, kan dat wel echt zijn? Word je door Nick Cave niet in de maling genomen? Zit je niet te kijken naar een gewiekste acteur, en zo ja: begint hij er pas mee, of begint hij er langzaam mee te stoppen?

De tijd en rust om er over na te denken kreeg je niet van de spannende, onberispelijk musicerende Bad Seeds, die middels een paar flinke gitaarerupties al in de opener Fifteen Feet Of Pure White Snow lieten horen dat het optreden niet zo ingetogen zou worden als je op basis van No More Shall We Part en voorganger The Boatman's Call (1997) zou verwachten.

Wat een intrigerend gezelschap is dat toch, met die geconcentreerde gitarist Mick Harvey aan de ene kant van het podium, en de angstaanjagende Blixa Bargeld - soulmate van de duistere, door waanzin gedreven Cave - aan de andere. Leek het maar zo, of draaide Bargeld zich demonstratief om op momenten dat het hem te gezellig werd? Ook het prachtig valse schuurwerk op viool van Warren Ellis viel in de perfecte akoestiek van 013 allemaal op zijn plaats. Alleen jammer dat we de koortjes van de zusters McGarrigle moesten missen.

Nick Cave laat alle sferen en stemmingen uit zijn oeuvre terugkeren in zijn live-show. De ambivalente gevoelens die dat oproept, storen niet. Cave wordt er alleen maar fascinerender door.

Meer over