Don Giovanni in de jeugdherberg van Aix

Don Giovanni, o.l.v. Peter Brook en Daniel Harding. Brussel, Koninklijk Circus (8/1), t/m 17/1. Tot de mirakelen die aan Mozarts Don Giovanni kleven, hoort een totale afwezigheid van logica in de opeenvolging van nacht en dag....

OPERA

In het Koninklijk Circus in Brussel, waar Don Giovanni in wisselende casts te zien is in een productie die afgelopen zomer in première ging in Aix-en-Provence, beweegt de Don zich door een schraal clair obscur. Het is een naargeestige, soms felwit, soms hardgeel beschenen donkerte, ontworpen door Jean Kalman. Diens rol kan nauwelijks worden overschat, want rond de zangers bevindt zich weinig dat je een toneelbeeld zou kunnen noemen.

De wereld van deze Don Giovanni bestaat uit een paar houten bankjes en palen in primaire, vaal geworden kleuren. Voor de rest moeten Donna Anna, Donna Elvira en de andere Dons en Donna's het helemaal zelf opknappen.

De meesten gaat dat goed af, en dat mag ook wel want aan de voorstelling is drie maanden intens gerepeteerd, voordat Claudio Abbado en Daniel Harding er om beurten het festivalpubliek op trakteerden. Regisseur Peter Brook, de oude rot uit Engeland, heeft zich in Aix na jaren weer eens aan opera gewaagd, op verzoek van een festivalleiding die het roer heeft omgegooid. In plaats van kant en klare producties van Dido and Aeneas of Curlew River kreeg het publiek workshops voorgeschoteld, of resultaten van workshopachtige sessies.

Bij Don Giovanni heeft dat geleid tot een productie met de karigheid en eenvoud - maar niet de vluchtige voordracht - van pakweg een Hamlet in de voorstelling van het Onafhankelijk Toneel anno 1976. Een lap is een venster. Vijf lapjes een stad. Vijf palen een feestzaal. Een dode krijgt een jas en loopt weg; het Stenen Beeld doet een zombieloopje, begeleid door een orkest dat in de bak met de voeten meestampt.

Brook heeft de zangers kennelijk laten zweten en wanhopen in zijn improvisatiesessies (de bariton Peter Mattei - 'het was een verdomde hel' - doet er nauwkeurig verslag van in het blad van de Munt). Dat het gewerkt heeft is duidelijk. Solisten als Véronique Gens, Catrin Wyn-Davies, Nathan Berg en John Mark Ainsley kleuren hun rollen van Elvira, Zerlina, Leporello en Ottavio in met een eigen, sterke persoonlijkheid.

Daarmee is nog niet gezegd dat de vereerde Brook ook een evenredig frisse etaleert op de gestalte van Don Juan, of op het mysterie van de vrouwen die hem niet lusten maar hem wel graag in de buurt hebben. Als er clichés zitten in deze Don Giovanni, dan zijn het geen operazangersclichés, maar opera-dramaturgische clichés. Het spel is nog amper begonnen of de weerbarstige Donna Anna laat zich door Brook's Don Juan - beurtelings Peter Mattei en Roberto Scaltriti - reeds kussen. De boze Elvira met wie hij drie dagen heeft samengewoond is zo boos niet of ook zij kust hem waar je bij staat, bij boerin Zerlina en haar Masetto gaat het als bij de konijnen. Houten palen worden erecties, en in de slotscène met de hellevaart wacht er in de visie van Brook ook nog een zwijgend dienstertje op haar beurt.

Over jong gesproken: in Don Giovanni zijn ook leeftijden ongewis. Wel is duidelijk, dat de gewoonte om het stuk over de hele linie 'jong' te bezetten, sterk toeneemt (tot en met de oude Commandeur), maar dat die gewoonte niet nieuw is. Het gezelschap dat ooit de première in Praag voor zijn rekening nam bestond overwegend uit jonge zangers; de eerste Don Giovanni was 21.

Zo jong is zelfs Roberto Scaltriti niet, de bariton die bij de Nederlandse Opera al eens te zien was als Masetto. Hij heeft een zoetvloeiende stem, maar is geen ideale rotzak - met zijn relatieve gebrek aan charmante kwaadsappigheid, en met een lichaam dat hem vagelijk in de weg zit.

Verder speelt de Munt-opera in Brussel wel ongeveer voor jeugdherbergvader. Daniel Harding (25) leidt een Mahler Chamber Orchestra dat gerekruteerd werd uit leden van het Mahler Jugend Orchester, en hij doet het slim, voortdurend de geest uit de fles jagend, maar zonder zichzelf voorbij te hollen. Zijn vermogen recitatief en aria in elkaar te laten overvloeien is verbluffend.

Roland de Beer

Meer over