DOMINEESLAND

HET IS EEN versleten deun. Nederland domineesland. In de journalistiek wint de verontwaardiging het soms van de feiten. In de politiek tikt het morele gehalte van de besluiten van tijd tot tijd zwaarder aan dan de praktische gevolgen....

Beschouwers als J.L. Heldring verwijzen graag naar de socioloog Max Weber en het door hem ingevoerde verschil tussen Gesinnungsethik en Verantwortungsethik - tussen morele smetteloosheid en politieke uitvoerbaarheid. De Nederlandse voorkeur voor een zuivere ziel moet volgens Weber worden herleid tot de zware wolkenluchten die Calvijn over het land liet drijven.

Niets op af te dingen, heb ik altijd gedacht. Tot ik intensief met Frankrijk kennismaakte, dat afgezien van de premier toch allesbehalve een protestants land is. Hier zijn zoveel meningen, dat er vaak helemaal geen feiten meer aan te pas komen. Le Monde begint elke dag met een opinie op de voorpagina, en deinst ook op de binnenpagina's niet terug voor actiejournalistiek.

Neem de kwestie van de sans-papiers, die de regering-Jospin koppig weigerde te legaliseren. De hele linkse pers voert al maanden onbeschaamd actie. Tegenargumenten, praktische problemen, serieuze consequenties van toelating van illegalen: veel plaats is er niet voor. Filmers en intellectuelen tekenen het ene na het andere manifest met een beroep op de 'droits de l'homme' die in dit land zijn uitgevonden. Demonstraties, die immers alleen gedijen als de deelnemers zich niet om het effect bekommeren, zijn meer een Parijse specialiteit dan de can-can of de Moulin Rouge.

Uiteraard is Frankrijk maar zeer ten dele met Nederland te vergelijken. Alleen al door zijn grotere formaat spelen machtspolitieke overwegingen in de internationale politiek altijd een rol - het is toch wat anders wanneer koningin Beatrix de Chinezen voor de laatste keer zou waarschuwen dan wanneer president Chirac dat doet. Voor Nederland kost een goed geweten meestal niks, voor Frankrijk kan het nog wel eens dure gevolgen hebben.

In Nederland is het daarom bon ton om Fransen af te schilderen als kille machtspolitici. En daarvoor is bij tijd en wijle zeker reden, bijvoorbeeld in de Afrika-politiek of algemener wanneer het belang van La France in het geding is. Dat neemt niet weg dat ook Franse regeerders morele dieren zijn. Zo speelt het gevoel dat 'er iets moet gebeuren' in de Franse Joegoslavië-politiek zeker een rol, niet in de laatste plaats bij president Chirac zelf, die veel minder voor machiavellist in de wieg is gelegd dan zijn voorganger.

Ik kom hier uiteraard niet op na de jongste ethische avonturen van ex-premier Cresson. Maar na lezing van een kritisch artikel in Libération over de smadelijk mislukte poging om een 'samenlevingscontract' door het Franse parlement te loodsen. Een mooi voorbeeld van gelijk hebben en het niet krijgen.

In oktober vorig jaar kwam de socialistische fractie in de Assemblée met het voorstel om samenwoners, ongeacht of ze homo dan wel hetero zijn, meer rechten te geven. Er zou een samenlevingscontract komen, in de wandeling 'pacs' genoemd. Dat moest de relatie tussen de partners regelen in de sfeer van erfenissen en overschrijving op de partner van huurcontracten.

Het moet gezegd worden dat de tegenstand bij rechts, waar consequent van een 'homohuwelijk' wordt gesproken, fanatiek en bijna fundamentalistisch was. Maar ook bij linkse partijgenoten van de indieners heerste twijfel: over de vraag of en in hoeverre het samenlevingscontract op een huwelijk mocht lijken, wat de gevolgen zouden zijn voor samenwoners die niét mee wilden doen, en wat er moest gebeuren met samenwonende broers en zussen.

Serieuze vragen. Daarover kon met de indieners niet gepraat worden, omdat het voorstel van meet af aan was gepresenteerd als lakmoesproef voor 'progressiviteit' respectievelijk 'achterlijkheid'. Zodoende leed het jammerlijk schipbreuk in de Kamer. Niet zozeer door de rechtse oppositie, alswel doordat het nogal wat linkse parlementariërs op de dag van de stemming wijzer had geleken belangrijker bezigheden elders te hebben.

De sociologe Irène Théry, die in het Libération-artikel aan het woord komt en die zich in het onderwerp verdiept heeft, zei zich 'gijzelaar' van links te hebben gevoeld. 'Op straffe van als homohater weggezet te worden of als geborneerde verdediger van de christelijke familie', publiceerde ze met een aantal medestanders een manifest (!) in Le Monde, met als kop: 'Laten we de kritiek op het samenlevingscontract niet aan rechts overlaten!'

Het eind van het lied is dat het wetsvoorstel gisteren door de Senaat werd behandeld, en dat links er de buik dermate van vol heeft dat er een compromis in de maak is dat nogal minimaal lijkt uit te pakken. De senatoren stellen voor het fenomeen 'concubinaat' in het burgerlijk wetboek op te nemen, zonder dat sprake is van een contract. De concubines zullen minder rechten krijgen dan de 'pacsers' was toebedacht, en met name zullen ze bij elke gelegenheid waar de samenwoning te pas komt - huuroverschrijving, gezamenlijk bezit, verzekering, verblijfsvergunning - moeten aantonen dat ze langdurig op hetzelfde adres wonen als de partner.

Zo haalden de katholieken dubbel hun gelijk. Het 'homohuwelijk' komt er niet. En een rein zieltje blijft een slechte politieke raadgever. Ook in Frankrijk.

Meer over