'Dolf Brouwers is me dierbaar'

In het stuk 'Dolf Brouwers, ben ik dat?' komt vooral de tragische kant aan bod van de man die Sjef van Oekel en Waldo van Dungen speelde....

'Dag Roosendaal. Ik kan het niet meer. Het gaat niet meer.'

Dolf Brouwers heeft de wc-deur geopend en vanaf de pot spreekt hij het publiek toe dat naar de discotheek is gekomen om die 'rare oude man' van de VPRO in levenden lijve te zien. Hij kan het niet meer opbrengen om als Sjef van Oekel of Waldo van Dungen met maffe teksten van Wim T. Schippers door het land te sjokken, terwijl zijn dementerende vrouw thuis zit. Hij weet zelf eigenlijk ook niet meer wie hij is.

Rob van Dalen, die samen met zijn echtgenote en regisseur Guusje Eijbers het hart vormt van Theater de Regentes, heeft in zijn stuk Dolf Brouwers, ben ik dat? naast de sappige kant vooral de tragiek van de Haagse komiek en charmezanger willen benadrukken. Het debuut van Brouwers in 1972 in de Fred Hachhow, waarin Wim T. Schippers veel van zijn ontregelende ideekwijt kon, kwam voor televisiekijker Rob van Dalen niets te vroeg.

Het latere deel van Brouwers' loopbaan in de jaren tachtig heeft hij wel bewust meegemaakt. 'Ik vond hem fantastisch. In die tijd zag ik Brouwers regelmatig door Den Haag flaneren, want hij wilde wel gezien worden.' De laatste keer dat Van Dalen hem zag was in de lift van het ziekenhuis. 'Maar ik wist dat hij inmiddels vol verdriet over zijn vrouw zat, dus ik durfde hem niet aan te spreken.'

De dochters van de in 1997 overleden Brouwers heeft hij wel uitvoerig gesproken. Zo kreeg hij een gedichtenbundeltje in handen, dat vol staat met liefdesbetuigingen aan zijn vrouw. Een gedicht over 'de wolken in het hoofd' van zijn echtgenote die steeds meer in de war raakt, vormt de basis voor een ontroerend duet in de voorstelling. Clous van Mechelen, Schippers' vaste componist, heeft er een vurige tango onder gezet.

Van Mechelen speelt zichzelf in de muzikale productie. Daarnaast komt Manou Kersting in woord, gebaar en uiterlijk akelig dicht bij de echte Brouwers. Zo dichtbij dat Van Dalen de dochters van Brouwers heeft aangeraden eerst een try out bij te wonen, om zich op de premi niet rot te schrikken van de herkenning.

We zien een tragische man, die op zijn 61ste beseft dat hij wel erg ver verwijderd is van zijn ideaal om de Nederlandse Richard Tauber te worden. Hij heeft het niet verder geschopt dan een bescheiden zaaltje in Antwerpen.

Daarom stelt de voormalige kapper, stofzuigerverkoper, reisleider en schilder zich zeer nederig op als hij van Schippers een laatste kans krijgt om nog iets van zijn artistieke leven te maken. Maar Van Dalen heeft er voor gewaakt om hem als een loser af te schilderen. 'Daarvoor is hij me te dierbaar. Ik wil niet dat de mensen alleen maar een Aha-Erlebnis krijgen van die VPRO-shows met blote meisjes en dan vrolijk de straat op gaan.'

In een sc weigert Brouwers met een opblaaspop in de weer te gaan. Hij gooit het ding voor de voeten van de verbaasde Schippers. Als De Telegraaf hem de wind van voren geeft omdat hij in een kerstshow in een fietstas kotst, horen we een Brouwers die 'schijt aan de schijnheiligheid' heeft van de burgermoraal. Dan is hij niet de spreekbuis van Schippers, zijn 'schepper'.

Van Dalen heeft Schippers gevraagd mee te schrijven aan het stuk. Daar had hij weinig zin in. Het hoofdstuk was voor hem afgesloten en zo plezierig was het slot niet geweest. Brouwers voelde zich gegriefd dat hij als een domme, geile oude baas in de strips van Schippers en Theo van den Boogaard werd afgebeeld. De rechter zorgde voor een financi tegemoetkoming, maar Schippers behield de artistieke vrijheid.

De suggestie dat de intellectueel Schippers de beperkte Brouwers heeft uitgebuit, wuift Van Dalen weg. 'Ach, het mes sneed aan twee kanten. Hij was nu eindelijk beroemd en na een paar tv-optredens kon Brouwers wel in keer zijn Opel Kadett afbetalen.'

Meer over